Gamification in de universiteitsbibliotheek ILI2014, 3

bookedin-web-bannerNee, dit gaat niet over gaming in de bibliotheek. Gamification is het gebruiken van spelprincipes om klanten van de bibliotheek meer te motiveren, betrekken en stimuleren tot gebruik van de bibliotheek. In Manchester en Glasgow zijn ze hier volop mee bezig. In die bibliotheken kan je als gebruiker (meestal student) punten verzamelen door boeken te lenen, extra vroeg of juist extra laat in de bieb te zijn, commentaren te schrijven of vrienden uit te nodigen om mee te spelen. Deze gegevens zijn gekoppeld aan de persoonlijke account van de studenten en iedere actie die zij in de bibliotheek met hun account doen levert hen punten op. De gegevens zijn ook gekoppeld aan achterliggende bibliotheekapplicaties, zoals Syndetics, waardoor omslagen van boeken beschikbaar zijn voor de deelnemers. Ook zijn er koppelingen met EZproxy en andere bibliotheeksystemen.
Achtergrond van deze beweging is het onderzoek dat enkele jaren geleden in Huddersfield (Library Impact Data Project) werd gedaan en waaruit bleek dat studenten die vaker de bibliotheek bezoeken en daar gebruik maken van de diensten ook betere studieresultaten behalen. Via gamifaction tracht men de studenten dus eigenlijk betere studiesuccessen te laten boeken door ze te binden aan de bibliotheek.
Tijden ILI2014 zagen we BookedIn van de University of Manchester en LibraryTree van de University of Glasgow. Genoemd werd tevens LemonTree van Huddersfield. Het bedrijf dat deze applicaties maakt is: http://librarygame.co.uk/. Manchester is begin september 2014 gestart en heeft inmiddels al meer dan 1000 deelnemers. Hoe die mee blijven doen is nog niet bekend en of het hoger studierendement oplevert evenmin, maar het is zeker interessant om te volgen.

Wie meer wil lezen over gamification: Nicholson, S. (2012, June). A User-Centered Theoretical Framework for Meaningful Gamification.
Paper Presented at Games+Learning+Society 8.0, Madison, WI

 

 

Makerspaces in de bibliotheek: ILI2014, 2

FrysklabJe kunt er bijna altijd 3D-printen, maar dat is niet het enige: makerspaces, fablabs of library labs, het zijn relatief nieuwe fenomenen in bibliotheekland. Een makerspace is een werkplaats waar je allerlei nieuwe technieken kunt uitproberen, kunt leren programmeren, filmpjes bewerken, robots kunt besturen en nog veel meer dingen kunt uitproberen of je creativiteit kunt uitleven. In Nederland zie je ze zo nu en dan verbonden aan Openbare Bibliotheken, waarbij het FryskLab van Jeroen de Boer en zijn maten wel de kroon spant. Die rijdt met een bus vol technisch vernuft door Friesland om zo ook het platteland te bedienen. Jeroen was één van de sprekers op ILI2014 en hij hield een enthousiast en gloedvol betoog over zijn project. In een vrolijk filmpje toonde hij de FryskLab bus.
Ik vroeg me onmiddellijk af of dit soort makerspaces ook in wetenschappelijke bibliotheken thuishoren. Ik kan me er wel iets bij voorstellen want als je als bibliotheek het leren wilt faciliteren, dan is een makerspace een logische aanvulling op het arsenaal werkplekken, computers, printers en (digitale) collecties. Een plek waar je met de nieuwste apparatuur aan de slag kunt, leert programmeren of coderen in een veilige omgeving, videoproducties maakt, animaties samenstelt of tóch maar een 3D printer aan het werk zet. Ik denk alleen dat het onderwijs niet zonder meer de bibliotheek als logische plek voor dit alles ziet. Er valt nog wat missiewerk te verrichten door Jeroen en zijn FryskLab.

ACRL schreef eind 2012 een informatief artikel over makerspaces in academic libraries.

Door ogen van de klant: ILI2014, 1

UXUX duikt opeens overal op . Zo ook op het Internet Librarian Congres, dat afgelopen week in London werd gehouden. UX staat voor User Experience en er zijn zelfs al mensen die zich UX-librian noemen. Eén van hen, Georgina Cronin (UX librarian Cambridge Judge Business School) hield een vurig pleidooi voor deze nieuwe tak van sport. Er is nu ook een tijdschrift over dit onderwerp: WEAVE.
UX onderzoekt alle ervaringen die klanten in de bibliotheek hebben: websites, user interfaces, diensten en het gebouw. Hiertoe bedient UX zich van onderzoeksmethoden uit een breed scala domeinen: ICT, statistieken, psychologie en etnografie/antropologie. UX levert inzichten op in de wijze waarop een gebouw gebruikt wordt (hoe vaak zie je niet dat een ruimte anders gebruikt wordt dan door vooraf bedacht), hoe een website begrijpelijk kan worden ontwikkeld, waarom bepaalde diensten minder worden gebruikt dan gedacht etc.
Voor bibliotheken is met name het etnografische onderzoek tamelijk nieuw. Het bekendste voorbeeld is het ERIAL-project, dat een uitgebreid handboek voor etnografisch onderzoek in de wetenschappelijke bibliotheek opleverde. De onderzoeker duikt onder in de wereld van de klant en beschrijft van binnenuit zijn ervaringen. Dat levert grappige verhalen op over de plekken waar klanten bij voorkeur slapen (als je 24/7 open bent, dan wordt er wel eens een uiltje geknapt) maar ook relevante vragen over het waarom er in een bibliotheek die zo lang open is niet gegeten of gedronken mag worden. Een korte impressie van etnografie in de bibliotheek is geschreven door Bryony Ramsden (Huddersfield). Zij schreef ook een overzicht van al het etnografisch onderzoek dat in bibliotheken wordt uitgevoerd.

Een tweede presentatie die op dit onderwerp aansluit betrof het onderzoek dat Keren Mills van de Open University deed: “What do students want form discovery tools“. Interessant omdat de OU een zeer grote studentenpopulatie kent, alhoewel qua leeftijd en achtergrond weer niet helemaal vergelijkbaar met een gewone universiteit. Wat studenten eigenlijk willen is dat een discovery tool gedachten kan lezen, daar komt het op neer. En dat lukt natuurlijk nooit, dus het blijft worstelen, vooral met relevance ranking. Er bleek ook een verschil te zijn tussen wat studenten zeggen dat ze willen (tabs) en wat ze gebruiken (tabs worden weinig gebruikt). In de presentatie werd een tabel getoond waarin bleek dat twee universiteiten die beiden Primo gebruikten een groot verschil lieten zien in succesvolle zoekopdrachten. De Primo van Birmingham leverde in 36% van de gevallen succes op, die van York in 75%. Het verschil wordt verklaard uit de overmaat aan zoekopties die in Birmingham worden aangeboden. En wat willen studenten dan?

1. Een eenvoudige interface, die duidelijk maakt waar je in zoekt
2. Zoekresultaten openen in een nieuw tabblad
3. Duidelijk resultatenoverzicht
4. Known item search moet goed werken
5. Het moet meteen duidelijk zijn als iets fulltext beschikbaar is
6. Een bibiotheek-zoekbalk in de leeromgeving
7. Autocomplete functie in de zoekbalk
8. Zoekvragen bewaren
9. Een personal library shelf
10. Google-like relevance ranking

 

 

Impact van bibliotheken: ISO 16439:2014

metenWe hebben er lang op gewacht, maar nu is ie er eindelijk: de ISO norm Methods and procedures for assessing the impact of libraries. Roswita Poll, projectleider, vertelde al 3 jaar geleden dat deze norm ontwikkeld werd, maar dat het ingewikkelde materie en een traag proces was. Zo’ n norm doorstaat heel wat reviews voordat ie wordt vastgesteld.

Deze norm is de derde in een rijtje normen die vastleggen hoe je prestaties kunt meten in bibliotheken:

ISO 2789:2013 International library statistics
ISO 11620:2014 Library performance indicators

De norm is minder normatief dan je zou verwachten. Geeft 11620 gewoon recht voor zijn raap aan hoe je berekeningen moet maken, het meten van impact is heel wat minder direct. Feitelijk geeft deze norm aan welke data je zou kunnen gebruiken om de impact van de bibliotheek af te leiden. Gelukkig begint de norm met een hele riedel definities, zodat we ook kunnen lezen wat impact in dit verband betekent: Difference or change in an individual or group resulting from the contact with library services.
Impact is onderdeel van de trits input (geld, personeel, collectie..), output (uitleningen, downloads, beantwoorde vragen), outcome (aantal gebruikers, klanttevredenheid), impact, value (belang  dat stakeholders hechten aan de bibliotheek).

Het rapport leest niet lekker weg, maar geeft wel een mooi overzicht van de data die je zou kunnen gebruiken om impact aan te tonen. Veel van die data heb je als bibliotheek al in huis, zoals bezoekersaantallen of uitleenstatistieken. Maar je kunt ook nieuw onderzoek doen en de norm geeft allerlei handvatten voor verschillende methodieken. In dat kader komt ook gebruikersonderzoek uitgebreid aan de orde.
Wat de norm bovendien interessant maakt is dat het een overzicht geeft van recente literatuur over de besproken onderwerpen.
Misschien klinkt het allemaal taai en saai, maar in tijden van bezuinigingen is het nooit weg om aan te tonen dat de bibliotheek er toe doet.

De norm is via NEN  te koop voor het astronomische bedrag van € 176,-.

NMC Horizon Report 2014 Library edition

NMCBegin augustus verscheen een nieuw rapport in de NMC Horizon-reeks. Het New Media Consortium laat ieder jaar haar licht schijnen over de te verwachten invloed van technologische ontwikkelingen op onderwijs. Ieder rapport behelst een aantal trends die op korte termijn te verwachten zijn, op middellange termijn en op langere termijn. Nu is er een speciale editie gemaakt die zich uitsluitend richt op wetenschappelijke bibliotheken. Interessante kost derhalve. Het rapport is samengesteld op basis van interviews met experts, die een aantal vragen hebben beantwoord.
1. Welke trends beïnvloeden de  ontwikkeling van de bibliotheek binnen nu en vijf jaar?
2. Wat zijn de uitdagingen voor de bibliotheek de komende vijf jaar?
3. Welke technologieën zullen de komende vijf jaar de ontwikkeling van bibliotheken beïnvloeden?
Het blijkt dat er veel overlap is tussen de onderwerpen. De genoemde trends hebben soms relaties met technologische ontwikkelingen of ze zorgen voor problemen die opgelost moeten worden (in mooi Amerikaans gecamoufleerd taalgebruik Challenges genoemd). Kort door de bocht gaat het rapport vooral over de volgende onderwerpen:
1. Data data data (datamanagement, linked data, data-collections)
2. Wetenschappelijke publicaties in een écht digitaal jasje  (dus geen pdf’s, maar electronic publishing)
3. Open access
4. Mobiel: zowel de informatie als de diensten moeten mobiel toegankelijk zijn
Eigenlijk niet zoveel nieuws onder de zon voor degenen die ontwikkelingen in bibliotheekland volgen. Ik begrijp dan ook eigenlijk niet wie de doelgroep is van dit rapport.
Een uitgebreidere samenvatting is inmiddels beschikbaar. Een kritische beschouwing is van de hand van Barbara Fister (Library Babel Fish).
Het rapport is hier te downloaden.

 

 

 

 

Creatief met Ranganathan

S.R Ranganathan Painting by Mr. A Ramakrishna ART Teacher, KV No.2 Vijayawada

In 1931 stelde Shiyali Ramamrita Ranganathan zijn “Five Laws of Library Science” op. Ranganathan, wiskundige en bibliothecaris, en tevens beroemd om zijn Colon Classification, bood met deze grondregels een handvat voor de ontwikkeling van bibliotheekbeleid. Al enige jaren doen mensen pogingen om deze wetten aan te passen aan de veranderde omstandigheden. De researchers van het OCLC hebben dit ook bedacht en herordenen en herinterpreteren de vijf wetten. Dat doen zij in een dik boekwerk van 128 bladzijden: Reordering Ranganathan: shifting user behaviors, shifting priorities.  Ieder hoofdstuk behandelt één van de vijf grondregels en is gebaseerd op uitvoerige en recente publicaties. Het doet allemaal wat gekunsteld aan; de link met de Ranganathan regels is soms ver te zoeken. Dat is jammer, want het overzicht van literatuur over de ontwikkelingen die zich in de bibliotheekwereld afspelen is erg interessant.

  • De oude vierde wet staat nu op de eerste plaats. “Save time of the reader” is belangrijker geworden: Tijd is schaars en content is overweldigend beschikbaar. Hierin klinkt overigens ook de mening van één van de auteurs door: Lynn Silipigni Connaway heeft al eerder betoogd dat gemak (convenience) de keuze van klanten voor producten bepaalt. En bibliotheken blinken nu eenmaal niet erg uit als het om gemak gaat. En om het écht gemakkelijk te maken moet je in de workflow van de gebruiker zien te komen met je bibliotheekdiensten.
  • De tweede wet is op de tweede plaats gebleven en komt er nu op neer dat je moet weten wat je klanten nodig hebben. Hier wordt Kurt De Belder (Directeur UB Leiden) aangehaald als het gaat om nieuwe diensten die onderzoekers ondersteunen, zoals VRE’s, hulp bij datamanagement en data-en textmining.
  • De derde wet is de oude eerste: “Books are for use”. Zorg ervoor dat informatie geleverd kan worden, zowel gedrukte boeken als digitale informatie. Maar zorg er ook voor dat gebruikers zich realiseren dat ze bibliotheekdiensten gebruiken wanneer ze naadloos naar een fulltext artikel worden geleid.
  • De vierde wet “Every book its’ reader” richt zich in de hedendaagse versie op het vindbaar en toegankelijk maken van informatie, liefst (ook weer) binnen de workflow van de gebruiker.
  • De vijfde wet blijft hetzelfde. De bibliotheek is en blijft een groeiende organisatie, die zich blijvend zal ontwikkelen en anticiperen op nieuwe wensen van gebruikers.

Het is overigens opvallend dat het de OCLC-onderzoekers niet gelukt is om net zulke pakkende slogans te verzinnen als Ranganathan.

De vijf wetten van Ranghanathan:

1 Books are for use
2 Every person his or her book
3 Every book its reader
4 Save the time of the reader
5 A library is a growing organism

De nieuwe ordening en interpretatie van OCLC:

Ranghanathans Original Conception OCLC interpretation
Save the time of the reader (4) Embed library systems and services into users’existing workflows
Every person his or her book (2) Know your community and its needs
Books are for use (1) Develop the physical and technical infrastructure needed to deliver physical and digital materials
Every book its reader (3) Increase the discoverability, access and use of resources within users’existing workflows
A library is a growing organism A library is a growing organism

 

Afbeelding: S.R Ranganathan Painting by Mr. A Ramakrishna ART Teacher, KV No.2 Vijayawada

Een omslagpunt voor onderwijsbibliotheken

oclcMaar liefst 112 blz dik is het OCLC-rapport “At a tipping point: education, learning and libraries“. Alhoewel het rapport gebaseerd is op de Amerikaanse onderwijs-situatie staat er ook voor Nederlandse bibliotheken die in het onderwijs werken, veel relevante informatie in. Het rapport is geschreven door mensen van de marketing-analyse afdeling van OCLC en dat kan je merken. Het mist het typische bibliotheekjargon, maar staat bol van de marketing-termen. Het is gebaseerd op een onderzoek onder ruim 3700 Amerikanen.

Waar draait het om: volgens het rapport is het nu hét moment om als bibliotheek een omslag te maken. Waarom juist nu? Het rapport beschrijft drie relevante ontwikkelingen:

  • Mensen vinden e-learning (waaronder MOOC;s) comfortabel
  • Mensen gebruiken diverse tools om te leren, waaronder mobiele apparaten, internet etc
  • De kosten van het reguliere onderwijs stijgen en men zoekt alternatieven
Hierdoor staat het traditionele onderwijs onder druk, neemt e-learning een hoge vlucht en dat heeft  zijn weerslag op bibliotheken die studerenden bedienen.
Hoe kunnen bibliotheken hier op inspelen? Ik geef kort drie belangrijke aanbevelingen weer.
  • Zorg ervoor dat je de klanten faciliteert bij wat zij van een bibliotheek verwachten: “to get work done“.
  • Werk aan je branding als bibliotheek. De bibliotheek is zoveel meer dan “boeken”. We moeten ons richten op “to get work done”. We communiceren te vaak diensten in plaats van dat we communiceren vanuit de behoefte van de klant (hier sprak de marketing afdeling). “Get work done- we provide the space. Get work done-we provide the tool; get work done-we provide expert support”. 
  • Bedenk: voor de huidige klant geldt: inconveniënt = irrelevant. “Putting library convenience center stage will increase library relevance“. (mijn persoonlijke leestip: Convenient doesn’ t always mean simple (JISC).
Het rapport is nogal warrig qua indeling en staat bovendien vol met soundbites, tekstballonnen en staafdiagrammen. Vast door die marketing mensen bedacht!

 

ACRL Normen herzien (4)

banner_updateDe ACRL-normen voor informatievaardigheid gaan drastisch op de schop. Sterker nog: ze verdwijnen en worden opgevolgd door een Framework for Information Literacy for Higher Education. Belangrijk hierbij is de nieuwe holistische benadering van informatievaardigheid. Er verschijnt geregeld een nieuw concept van dit Framework, dat vervolgens becommentarieerd kan worden. De laatste versie van het concept werd op 17 juni gepubliceerd. Als alles goed gaat wordt in augustus het definitieve concept aan het ACRL-bestuur aangeboden.
In deze laatste versie is nogal wat veranderd. Het meest opvallend is dat het begrip “Threshold concept“, waar het framework aan was opgehangen, is vervangen door “Frame“. Er zijn nu 6 frames beschreven:

1. Scholarship is a conversation
2. Research as inquiry
3. Authority is contextual and constructed
4. Format as a process
5. Searching as exploration
6. Information has value.

Ieder frame bestaat uit een korte omschrijving, de bijbehorende vaardigheden en de leerdoelen. In de vorige versie stonden hier ook voorbeelden van  toetsing bij, die zijn nu verplaatst naar een nieuw hoofdstuk.  Hierbij valt mij op dat ieder Frame afzonderlijk wordt getoetst; ik verwacht van een holistische benadering een meer geïntegreerde toetsing.

Informatievaardigheid moet je ruim zien: het is in dit Framework niet langer iets van de bibliotheek, maar het betreft een brede academische scholing die alles aspecten van het academisch proces omvat. Daar zit ‘m wat mij betreft precies de kneep, want het is wel geschreven door bibliotheekmensen en wordt beoordeeld door bibliotheekmensen. Het idee is dat je met dit Framework de boer op kunt en met docenten kunt gaan praten over jouw rol in hun onderwijs. Ik vrees dat het met deze teksten niet gaat lukken. Ze zien je al aankomen met teksten als “Information has value“. Dat het hier over intellectueel eigendom en citeren gaat zal je heus moeten uitleggen. Wat dat betreft vind ik het Researcher Development Framework een veel beter handvat om het gesprek aan te gaan. Dat is in de taal van onderzoekers geschreven en biedt als zodanig veel aanknopingspunten voor gesprek.

Mij valt op dat in de gebruikte literatuur bekende projecten en documenten ontbreken. Zo mis ik het eigen ACRL-document “Intersections of scholarly communication and information literacy“, dat vorig jaar verscheen.  Ook van het langjarig lopende Project Information Literacy is geen spoor te bekennen.

Deugt er dan helemaal niks? Jawel hoor, er zitten goede stukken tussen. Zo ben ik blij met de praktische aanbeveling dat je niet dit hele Framework in één oneshot sessie gedurende de gehele studieloopbaan van een student kunt realiseren. Dat gebeurt helaas nog al te vaak. Verder ben ik blij met het Frame “Searching as Exploration“. Hierin gaat het zoeken naar relevante informatie beduidend verder dan de bekende bibliografische bronnen en sluit het veel meer aan bij de dagelijkse praktijk van onderzoek.

Een uitgebreide kritische beschouwing én een opgave van andere blogs over het Framework is te vinden op het blog van Lane Wilkinson: The problem with threshold concepts.

ACRL normen herzien (3)

 

banner_updateZoals al aangekondigd was, is een dezer dagen deel 2 van het concept Framework for Information Literacy in Higher Education verschenen.  Dit document bevat twee nieuwe Threshold Concepts:

– Authority is constructed and contextual
– Searching is strategic

Per concept wordt volgens een vast sjabloon een aantal onderwerpen verder uitgewerkt. Naast een uitvoerige beschrijving van het concept worden ook competenties, leerdoelen, self-assessments en toetsingsmogelijkheden weergegeven. Ook dit concept kan worden becommentarieerd en er is al weer een sessie in Second Life belegd. Ik ben erg benieuwd naar de reacties op deze twee concepten, die toch iets concreter zijn dan de voorgaande drie (Draft deel 1). Al met al valt er over de definitieve vorm van het Framework nog niet veel te zeggen. In juni wordt een nieuwe draft gepubliceerd, mogelijk met nog 1 of meerdere conceptbeschrijvingen. Ik blijf daarom nog een tijdje op het vinkentouw.

 

 

ACRL normen herzien (2)

banner_updateFramework
De normen gaan de prullenbak in, het nieuwe adagium is een framework. Hoe het framework opgebouwd wordt is nog onduidelijk, dat zien we pas in deel 2. Op dit moment is alleen nog het concept van deel 1 beschikbaar.
Het framework wordt gebaseerd op 6 threshold concepten. Dat is een in Nederland onbekend onderwijskundig begrip. Omdat Carol Kulthau (Seeking Meaning) ook meewerkt aan de herziening denk ik dat threshold concepten een relatie hebben met de door haar beschreven bottlenecks in het informatieproces waar studenten in vastlopen. De worsteling die volgt en het uiteindelijke besef hoe dingen werken leiden tot een belangrijke leerervaring. In de draft worden thresholds als volgt beschreven: “Threshold concepts are those challenging “gateway” or portal concepts through which students must pass in order to develop genuine expertise within a discipline, profession, or knowledge domain.”
Definitie
Er verandert veel.  Er is een hele nieuwe definitie van informatievaardigheid geschreven:
Information literacy combines a repertoire of abilities, practices, and dispositions focused on expanding one’s understanding of the information ecosystem, with the proficiencies of finding, using and analyzing information, scholarship, and data to answer questions, develop new ones, and create new knowledge, through ethical participation in communities of learning and scholarship.”
Deze definitie geeft beter dan de oude weer dat informatievaardigheid een bijna holistisch, geïntegreerd proces is, dat niet op zichzelf staat, maar een onderdeel vormt van (academische) onderzoeksvaardigheden. Het is wel jammer dat het voorbij gaat aan het idee dat je informatievaardigheid ook nodig hebt om je in het dagelijks leven staande te houden, als burger of consument. 

De eerste drie concepten

1. Scholarship is a conversation: wetenschap doe  je niet in je eentje, je vormt een deel van een gemeenschap en kennis ontwikkelt zich in dialoog binnen die gemeenschap.
2. Research as inquiry,  onderzoek is een iteratief proces, waarbij antwoorden nieuwe vragen oproepen.
3. Format as proces, de waarde van informatie is belangrijker dan de vorm of verpakking.
Deze concepten worden uitgebreid beschreven; daarnaast worden per concept leerdoelen, competenties, self-assessment tips en mogelijke toetsingsvormen aangegeven.
 
Amerikaanse bloggers hebben al uitgebreid gereageerd op deze draft. Barbara Fisher (Library Babel Fish) geeft niet alleen een reactie, maar ook een overzicht van andere blogs. Over het algemeen is men tevreden met de bredere en meer holistische insteek van het framework. Toch is er ook kritiek, met name op het gebruik van jargon en de ingewikkelde beschrijving van de concepten.

In
 Nederland? 
Moeten we opnieuw aan het vertalen slaan? Ik weet het niet. Eerst maar eens deel 2 afwachten en kijken wat we van het complete voorstel vinden. Vooralsnog ben ik enthousiaster over het Researcher Development Framework en de Information Literacy Lens die daarbij ontwikkeld is. Omdat hierbij niet uitgegaan wordt van een framework dat door de bibliotheek wordt ontwikkeld, maar uitgegaan wordt van de gewenste competenties van onderzoekers. De taal van de onderzoeker is leidend en wordt in gesprekken met onderwijs meteen herkend. Dat maakt integratie in het curriculum beslist eenvoudiger. Daarom hebben de UKB-bibliotheken ook afgesproken dat zij dit framework gaan hanteren.
Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.