Categorie archief: Informatievaardigheid

Researcher Development Framework en informatievaardigheid

Research development LiverpoolInformatievaardigheid wordt nog te vaak op één lijn gesteld met bibliografische instructies. Natuurlijk is het zoeken naar informatie een belangrijke vaardigheid, maar er is méér. Het nieuwe ACRL framework doet pogingen om dat te verduidelijken, maar doet dat behoorlijk abstract (zie mijn zeven blogs hierover). Een meer concreet framework is dat van Vitae: het Researcher Development Framework (RDF). Vitae is een Engelse organisatie die zich bezighoudt met professionalisering en ondersteuning van onderzoekers. Je kunt als onderzoeker lid worden van Vitae en dan krijg je allerlei ondersteuning in je professionele ontwikkeling. Niet op het eigen vakgebied, maar juist op het gebied van academische vaardigheden. Enkele jaren geleden ontwikkelde men een overzichtelijke “pizza” waarin de verschillende academische vaardigheden op een handzame wijze werden weergegeven: het Framework. Dit werd in korte tijd populair. Vervolgens konden anderen het framework gebruiken om een specifieke “lens” op de pizza te leggen. Sconul (het Engelse Surf) maakte de information literacy lens, waarbij ze hun eigen bekende Seven Pillars over de pizza heen legden en de inhoud van informatievaardigheid matchten met het RDF. Hieruit kwamen twee publicaties voort: de Information Literacy Lens én een boekje voor onderzoekers: The informed researcher.
Het aardige van het RDF / Sconul is dat je vrij eenvoudig kunt nagaan welke onderwerpen je als bibliotheek in je cursuspakket aanbiedt en waar nog witte vlekken zijn.Om maar een greep te doen uit de onderwerpen: citeren, referereren, plagiaat, auteursrecht, open access, peer review, publiceren, impact factoren, bibliometrics en Altmetrics, datamanagement, social media gebruiken, informatie delen in virtuele academische netwerken… Maar vooral biedt het framework een handzame kapstok om met mensen uit het onderwijs te praten over de onderwerpen die je als bibliotheek kunt aanbieden in het kader van academische vaardigheden. Het is (in tegenstelling tot het ACRL Framework) geschreven in de taal van de onderzoekspraktijk, kent geen bibliotheekjargon en is voor onderzoekers direct herkenbaar. Het bijbehorende boekje The informed researcher, heeft aansprekende hoofdstuktitels, zoals “Am I famous yet?” Een ander voordeel is dat je aan de hand van het RDF vrij eenvoudig een leerlijn kan samenstellen, alhoewel je die natuurlijk altijd in samenwerking met het onderwijs moet vormgeven.
Binnen de universiteitsbibliotheken is er behoorlijk wat enthousiasme voor de benadering van RDF. Het is nu de vraag in hoeverre het HBO met het RDF uit de voeten kan. Die vraag is dan ook gesteld op een LOOWI bijeenkomst, afgelopen april. Natuurlijk is het niet nodig dat iedere hoger onderwijs instelling hetzelfde framework gebruikt, maar het is wél handig als je gebruik wilt maken van elkaars expertise. Ik ben benieuwd wat de SHB-informatievaardigheidswerkgroep ervan vindt. En andere HBO-ers!

Edinburgh (5) : Outcomes, Impact & Value

directional-valueBig Data: de bibliotheek én het onderwijs doen ook mee in trend om data te verzamelen en verbanden te ontdekken. Een belangrijke exponent hiervan, Learning analytics, heeft inmiddels op veel plekken voet aan de grond gekregen. In Wollongong, de bakermat van de fameuze Library Cube van Margie Jantti, wordt nu geprobeerd om de gegevens uit de Cube (over bibliotheekgebruik) te combineren met data die Learning Analytics oplevert. Het is een logische stap, die ertoe kan leiden dat het effect van bibliotheek op studiesucces beter dan nu kan worden aangetoond. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
In de UK wordt ook onderzoek gedaan naar het resultaat (outcome) van bibliotheekdiensten. Een voor mij nieuw meetinstrument dat hiervoor wordt ingezet is de AMOSSHE Value & Impact tookit. Dit instrument richt zich op student support en het effect daarvan op studenten en/of hun leren. Het blijkt dat het ook in de bibliotheek een bruikbare tool is. Zo gebruikt de University of Sunderland het om te meten of hun diensten bewijsbaar effect hebben. Ze hebben daar een interessante benadering: bij ieder project of nieuwe dienst wordt vooraf bepaald wat de gewenste outcome / resultaat van deze dienst zou moeten zijn. Dat betekent dat ze nagaan wat de afnemer van de dienst eraan moet hebben. Dus niet of deze tevreden is met de dienst, maar of het een effect heeft gehad. Achteraf wordt dit gecheckt met behulp van het Amosshe instrument. Het werken met outcomes bij het opzetten van diensten is ook een goed hulpmiddel bij de marketing ervan. Je kunt op die manier veel beter overbrengen wat een gebruiker daadwerkelijk hééft aan het gebruiken van de dienst. In marketing zijn ze dan ook bijzonder bedreven in Sunderland. Kijk maar eens naar hun 7 Steps Marketing toolkit.

Dit is mijn laatste blog over het congres in Edinburgh. Over twee jaar wordt het congres naar verwachting weer ergens in UK georganiseerd. Het is meestal midden in de Nederlandse zomervakantie, maar het is werkelijk de moeite waard om het eens te bezoeken!

Edinburgh (4): Participatory design

user experienceHoe betrek je klanten al in een vroeg stadium bij het ontwerpen van nieuwe diensten, zodat je situaties zoals op dit plaatje voorkomt? Dat was de vraag die Nancy Fried-Foster (Ithaka S+R) beantwoordde in haar keynote. Nancy twittert als @anthrolib en dat zegt meteen alles: zij is een van de voorvechters van antropologische en ethnografische onderzoeksmethoden in de bibliotheek. Je kunt die onderzoeksmethoden gebruiken voor het (her)inrichten van ruimtes, het ontwikkelen van nieuwe diensten, software of userinterfaces. Haar werkwijze is als volgt: je betrekt je klanten/stakeholders vooral in de beginfase van het project, wanneer je probeert te achterhalen wát er precies gemaakt of gedaan moet worden. De informatie die je op die manier verzamelt vormt de basis voor de verdere ontwikkeling, maar daar zijn de klanten dan weer minder bij betrokken. Het is hierbij vooral van belang te focussen op wat klanten willen doen, wat ze willen bereiken, niet op wat ze nodig hebben (want dat weten ze soms zelf ook nog niet). Originele manieren om daar achter te komen zijn onder andere het laten fotograferen van hun werkplek thuis en van de inhoud van hun tas. Ook kan je ze vragen om hun ideale bibliotheek te tekenen. In vervolg praat je met die mensen om erachter te komen wat de werkelijke betekenis is van deze gegevens. In dit onderzoeksarsenaal horen ook interviews en observaties, die weer vaker worden ingezet bij usability onderzoek.
Een andere manier om klanten te betrekken bij de verbetering van diensten is het opzetten van een klantenpanel. Sam Dick van de Open University (UK) stond voor een ingewikkelde klus, want met 250.000 studenten die nooit op een campus komen is het lastig voor een bibliotheek om een relatie met hen op te bouwen. Toch lukte het haar om zo’n 500 studenten te werven die in een virtueel klantenpanel meedoen met diverse activiteiten. Zo kan zij ze inzetten voor usability onderzoek van remote diensten, ze kan kleine focusgroepen over specifieke onderwerpen inrichten én ze heeft meteen een representatieve groep die ze kan enquêteren. De responsrate van deze groep is enorm: ruim 80% reageert op vragen. Ook in een traditionele omgeving is dit een werkwijze die het overwegen zeker waard is.
Karen Diller (Washington State University Vancouver) hield een pleidooi voor het inzetten van een groot arsenaal onderzoekmethoden uit andere vakgebieden, waaronder uiteraard de antropologie, maar ook omgevingspsychologie, cognitieve psychologie en onderwijskunde. Haar onderzoek gaat dan ook over de manier waarop studieruimtes in bibliotheken het leren ondersteunen. Hoe leer je, welke omstandigheden bevorderen het onthouden of de concentratie, dat soort vragen probeert zij te beantwoorden.

Het onderwerp participatory design ligt dicht tegen UX (user experience) aan. Ook dat is momenteel een hot topic in Angelsaksische landen. Meer hierover weten: het nieuwe open access journal WEAVE.

Meer lezen over participatory design: Participatory design in academic libraries. CLIR, 2014.

Edinburgh (3): een Culture of Assessment

kwaliteitGestructureerd en klantgericht aan kwaliteit werken, dat was het thema van een groot aantal presentaties. Het is niet eenvoudig om een hele organisatie met de neuzen dezelfde kant op te krijgen als het om kwaliteit gaat en er zijn allerlei methoden om zoiets vorm te geven. Het kernbegrip in deze sessies was dan ook: een “Culture of Assessment”. Een begrip dat al in 2004 werd geïntroduceerd door Lakos en Phipps. Lastig te vertalen, beter te omschrijven. Het gaat om een organisatiecultuur waarin ieder beslissing genomen wordt op basis van feiten, onderzoek en analyse, altijd gericht op het leveren van diensten met een maximaal positief effect voor de gebruikers ervan.
Een van de methoden om een Culture of Assessment van de grond te krijgen is het opstellen van een plan, waarin je aangeeft op welke wijze je met welk doel gegevens verzamelt en hoe vaak je dat doet. Door je organisatie hierbij te betrekken en uit te dragen waarom je dit doet, kan je de gewenste organisatiecultuur bereiken. Tania Alekson van Capilano University heeft zo’n plan ontwikkeld en publiceert dit deze maand. Een ander mooi voorbeeld is te vinden bij McGill University.

Als je wilt weten hoe jou organisatie ervoor staat, dan kan je gebruik maken van het instrument dat hoort bij het Quality Maturity Model van Frankie Wilson. Frankie promoveerde hier vorig jaar op en dit jaar verscheen een artikel over dit model. Het instrument is gebaseerd op een survey van 43 vragen die aan alle medewerkers in de organisatie gesteld moeten worden. Het model meet 7 verschillende facetten die te maken hebben met kwaliteitsbewustzijn en schaalt deze in op 5 ontwikkelingsniveau’s. Per facet kan je zien hoe het staat met jouw organisatiecultuur en kan je ook zien wat je moet doen om een niveau te stijgen. Twee jaar geleden presenteerde Frankie dit model en sinds vorige week is het geheel gratis te vinden op het web. Iedereen mag er gebruik van maken, maar ze stelt het wel op prijs als je haar laat weten dat je het gaat gebruiken.

Bij dit alles moet je er natuurlijk wel voor waken dat je niet gaat navelstaren op interne procedures, maar dat je het belang van je klanten voortdurend in het vizier houdt.

Meer lezen: Farkas, Hinchliffe & Houk. Bridges and barriers: factors influencing a culture of assessment in academic libraries. College & Research Libraries, 2015, march.

ACRL Framework handige links (8)

banner_update
Nu het Framework for Information Literacy in Higher Education met een “wait and see” door het ACRL min of meer is aangenomen verschijnen er voortdurend interessante artikelen, blogs en discussies. Hierbij een overzicht.

Het Framework (pdf): http://www.ala.org/acrl/sites/ala.org.acrl/files/content/issues/infolit/Framework_ILHE.pdf

Een LibGuide van de University of Washington met filmpjes over de zes Frames: http://guides.lib.washington.edu/content.php?pid=575664&sid=4746384

Discussielijst over de implementatie van het Framework: http://www.acrl.ala.org/acrlinsider/archives/10071

Een vergelijking tussen de “oude normen” en het nieuwe framework: https://docs.google.com/document/d/1Wt5a2pYqblapfnSZoBBdo28EAgukUXbV0kdL5nSZ5UI/edit?usp=sharing&pli=1

Blogposts op het ACRL Log: http://acrlog.org/categories/information-literacy/

Invloedrijke Open Letter waarin gewaarschuwd wordt om niet te snel de oude normen aan de kant te schuiven: http://acrlog.org/2015/01/07/an-open-letter-regarding-the-framework-for-information-literacy-for-higher-education/

Een handreiking van Megan Oakleaf om van het Framework naar concrete leerdoelen te komen: http://meganoakleaf.info/framework.pdf

Een poging tot het formuleren van leerdoelen: http://libguides.usc.edu/ld.php?content_id=10093239

Twitter: #ACRLILrevisions of #ACRLrevisions

ACRL Framework for Information Literacy (7)

banner_updateDe vervanging van de ACRL Normen voor Informatievaardigheid, het Framework, is op 2 februari 2015 aangenomen door het bestuur van de ACRL. Daarmee is een heel lang traject bijna ten einde gekomen. Ik zeg bijna, want het aangekondigde einde van de normen is uitgesteld. Er is een brief op hoge poten door belangrijke mensen naar ACRL gestuurd, waarin is aangegeven dat je niet zomaar die normen kunt afschaffen en vervangen door iets nieuws. Daar is gehoor aan gegeven door de komende twee jaar een transitietraject in te stellen. In die periode wordt gekeken hoe het nieuwe Framework praktisch kan worden ingezet; er worden good practices verzameld en er is zelfs iemand binnen de ACRL aangesteld om dit proces te begeleiden.

Tot zo ver de procedurele kant van deze ontwikkeling. Interessanter is de inhoudelijke kant. Moet het onderwijs in informatievaardigheid nu helemaal op zijn kop, nu er zo’n nieuw framework is? Waar gebruiken we de normen nu voor en kunnen we het framework op dezelfde manier gaan gebruiken? Moeten we onze klanten ermee lastig vallen? Nee, natuurlijk niet, zeker niet als we dat niet willen. De normen zijn in Nederland door het LOOWI geïntroduceerd en worden veel gebruikt om met docenten over informatievaardigheid te spreken. Of om toetsing mogelijk te maken. Maar noch het LOOWI noch de ACRL hebben formeel iets te zeggen over het onderwijs in onze hogescholen en universiteiten. Het is uiteindelijk aan iedere instelling zélf te bepalen wat zij willen doen met hun onderwijs in informatievaardigheid.  En laten we realistisch zijn: we zijn vaak al blij als we een paar uurtjes in een heel curriculum mogen vullen. Daarin krijgen we het nooit voor elkaar om alle aspecten zoals beschreven in het Framework de revue te laten passeren. Meredith Farkas schreef een lezenswaardig blog over deze zaken.

Een site waar een poging gedaan wordt om de oude normen op het nieuwe Framework te “mappen” is inmiddels ook al gemaakt, maar zonder medewerking van het team dat het Framework ontwikkelde. Die vinden dat zoiets niet kan, omdat het Framework iets héél anders is.

Binnen een werkgroep van het UKB wordt momenteel gewerkt aan een advies aan het UKB bestuur waarin de voorkeur wordt uitgesproken om met een ander Framework te gaan werken: het Researcher Development Framework.
Op 17 april vindt in Leiden een LOOWI bijeenkomst plaats waarin de normen en twee frameworks en de toepasbaarheid in universiteit en HBO uitgebreid aan de orde worden gesteld. De uitnodigingen daarvoor worden medio maart verstuurd.

 

 

Het einde in zicht: ACRL normen herzien (6)

banner_updateVrijdag 16 januari 2015 verscheen de laatste en definitieve versie van het ACRL Framework for Information Literacy in Higher Education. Deze versie ligt nu voor bij het bestuur van de ACRL, zij nemen op 2 februari een besluit over dit concept. Gezien de begeleidende tekst, waarin een overzicht van de reacties op het Framework, zal dit een positief besluit worden.
Opvallend is dat er opnieuw een herziene definitie van informatievaardigheid is geschreven: “Information literacy is the set of integrated abilities encompassing the reflective discovery of information, the understanding of how information is produced and valued, and the use of information in creating new knowledge and participating ethically in communities of learning”. Gelukkig is het informatie ecosysteem, waar in de vorige versie nog van gerept werd, verdwenen, maar nu is het opeens beperkt tot communities of learning. Hiermee lijken onderzoekers buiten de boot de vallen, dat zal toch niet zo bedoeld zijn.

Het komt op mij vreemd over dat een werkgroep die sinds 2012 aan het schrijven is over informatievaardigheid, eind 2014 opnieuw een definitie daarvan moet bedenken. De definitie ligt aan de grondslag van het hele framework, het geeft te denken.

Ten opzichte van de vorige versie zijn vooral de inleidingen op ieder frame veel concreter geworden. Die zijn er beslist op vooruit gegaan. Mij viel op dat in het stukje “Authority is constructed and contextual” Wikipedia als bron waar men extra kritisch naar moet kijken, is verdwenen. Of dit een promotie is voor Wikipedia, of een gevolg van een controverse over het onderwerp, weet ik niet.

Verder is er een betere ordening aangebracht: een aantal onderwerpen is van Frame verschoten. Ook is een aantal onderwerpen verdwenen, zoals uit het Frame Research as Inquiry: “embrace the messiness of research” Die vond ik zelf nog wel aardig, maar kennelijk is ie toch een beetje te wild voor de ACRL.

De begeleidende tekst geeft ook een verantwoording voor dingen die ze niet hebben gedaan:
1. Er komt geen mapping van de Normen naar het Framework. Dit kan niet, want het Framework heeft een veel meer integratief uitgangspunt dan de normen.
2. Er worden geen leerdoelen beschreven. Dit doet men niet omdat leerdoelen door onderwijs zelf geschreven dien te worden, ACRL kan die niet voorschrijven.
3. De volgorde van de Frames: deze zijn alfabetisch geordend, omdat ze vanwege het integratieve geheel niet in belangrijkheid te onderscheiden zijn.

Wel adviseert met een werkgroep in te richten die de transitie van normen naar framework gaat begeleiden. Die zullen hun handen eraan vol hebben.

Wat de gevolgen voor Nederland zullen zijn is nog niet duidelijk. In de LOOWI bijeenkomst in april zal hier aandacht aan worden besteed. Inmiddels is wél duidelijk dat de universiteitsbibliotheken voorkeur hebben voor het werken met Engelse model, het Researcher Development Framework in combinatie met de Sconul Seven Pillars.

 

 

 

ACRL Framework: een kader op drijfzand? (5)

banner_updateOp 12 november 2014 werd de derde draft van het ACRL Framework for Information Literacy gepubliceerd. Het lijkt erop dat men dit concept nog éénmaal wil laten becommentariëren en in januari 2015 aan de ACRL wil voorleggen. Het is een langdurige exercitie, die al sinds maart 2013 loopt. Alhoewel dit dus nog niet het definitieve document is, is het nuttig om het resultaat tot nu toe eens nader te bespreken.

Een algemeen gehoord punt van kritiek is het feit dat het gehele raamwerk gebaseerd is op zogenaamde Threshold-concepten. Dat is een term uit de onderwijskunde die concepten omschrijft waarbij de lerende opeens een dieper inzicht krijgt. Een moment waarop het kwartje valt. De theorie achter deze thresholds is nog onderwerp van academische discussie (*) en het werken ermee leidt in elk geval niet tot een pragmatisch Framework. Er is geen concreet leerdoel in te bespeuren, die moet je zelf nog gaan verzinnen. Het geheel is zelfs zo filosofisch en abstract geworden dat Megan Oakleaf inmiddels een Roadmap voor implementatie van het Framework heeft geschreven.

Het Framework biedt een nieuwe definitie van Informatievaardigheid. Ik citeer uit draft 3:
Information literacy is a spectrum of abilities, practices, and habits of mind that extends and deepens learning through engagement with the information ecosystem. It includes: 

  • understanding essential concepts about that ecosystem;
  • engaging in creative inquiry and critical reflection to develop questions  and to find, evaluate, and manage information through an iterative process;
  • creating new knowledge through ethical participation in communities of learning, scholarship, and civic purpose;
  • adopting a strategic view of the interests, biases, and assumptions present in the information ecosystem.  

We hebben het dus over een information ecosystem. Vermoedelijk wordt hier de interactie tussen informatie en omgeving bedoeld, maar deze definitie is naar mijn mening lastig te communiceren met onze doelgroep (docenten en onderzoekers).

De zes concepten waarmee het kader is opgebouwd zijn diverse malen opnieuw beschreven, ook de labels waarmee ze betiteld worden zijn aan revisies onderhevig. De laatste move is dat de volgorde nu opeens alfabetisch is geworden. Dit zijn ze:
1. Authority Is Constructed and Contextual
2. Information Creation as a Process
3. Information Has Value
4. Research as Inquiry
5. Scholarship Is a Conversation
6. Searching Is Strategic
Er wordt veel commentaar geschreven over de inhoud van deze concepten. Inmiddels zijn de teksten wel sterk verbeterd en valt er mee te leven. Maar ook deze teksten zijn als gespreksonderwerp met docenten en onderzoekers niet echt handig.

Er zal nog wel veel rumoer op internet losbarsten. Het is te volgen op twitter onder hashtag #ACRLrevisions.
Een rapport waarin het nieuwe Framework met enthousiasme wordt begroet is uit de koker van Ithaka S+R: http://sr.ithaka.org/blog-individual/information-literacy-and-research-practices
Een criticus is Tefko Saracevic, die op het recente ECIL congres een presentatie over het Framework hield.
Een andere kritische volger is Lane Wilkinson, die op zijn blog interessante posts plaatst over het Framework.

*) Barradell, Sarah (2013). The identification of threshold concepts: a review of theoretical complexities and methodological challenges. Higher Education, 65:265–276.

ACRL Normen herzien (4)

banner_updateDe ACRL-normen voor informatievaardigheid gaan drastisch op de schop. Sterker nog: ze verdwijnen en worden opgevolgd door een Framework for Information Literacy for Higher Education. Belangrijk hierbij is de nieuwe holistische benadering van informatievaardigheid. Er verschijnt geregeld een nieuw concept van dit Framework, dat vervolgens becommentarieerd kan worden. De laatste versie van het concept werd op 17 juni gepubliceerd. Als alles goed gaat wordt in augustus het definitieve concept aan het ACRL-bestuur aangeboden.
In deze laatste versie is nogal wat veranderd. Het meest opvallend is dat het begrip “Threshold concept“, waar het framework aan was opgehangen, is vervangen door “Frame“. Er zijn nu 6 frames beschreven:

1. Scholarship is a conversation
2. Research as inquiry
3. Authority is contextual and constructed
4. Format as a process
5. Searching as exploration
6. Information has value.

Ieder frame bestaat uit een korte omschrijving, de bijbehorende vaardigheden en de leerdoelen. In de vorige versie stonden hier ook voorbeelden van  toetsing bij, die zijn nu verplaatst naar een nieuw hoofdstuk.  Hierbij valt mij op dat ieder Frame afzonderlijk wordt getoetst; ik verwacht van een holistische benadering een meer geïntegreerde toetsing.

Informatievaardigheid moet je ruim zien: het is in dit Framework niet langer iets van de bibliotheek, maar het betreft een brede academische scholing die alles aspecten van het academisch proces omvat. Daar zit ‘m wat mij betreft precies de kneep, want het is wel geschreven door bibliotheekmensen en wordt beoordeeld door bibliotheekmensen. Het idee is dat je met dit Framework de boer op kunt en met docenten kunt gaan praten over jouw rol in hun onderwijs. Ik vrees dat het met deze teksten niet gaat lukken. Ze zien je al aankomen met teksten als “Information has value“. Dat het hier over intellectueel eigendom en citeren gaat zal je heus moeten uitleggen. Wat dat betreft vind ik het Researcher Development Framework een veel beter handvat om het gesprek aan te gaan. Dat is in de taal van onderzoekers geschreven en biedt als zodanig veel aanknopingspunten voor gesprek.

Mij valt op dat in de gebruikte literatuur bekende projecten en documenten ontbreken. Zo mis ik het eigen ACRL-document “Intersections of scholarly communication and information literacy“, dat vorig jaar verscheen.  Ook van het langjarig lopende Project Information Literacy is geen spoor te bekennen.

Deugt er dan helemaal niks? Jawel hoor, er zitten goede stukken tussen. Zo ben ik blij met de praktische aanbeveling dat je niet dit hele Framework in één oneshot sessie gedurende de gehele studieloopbaan van een student kunt realiseren. Dat gebeurt helaas nog al te vaak. Verder ben ik blij met het Frame “Searching as Exploration“. Hierin gaat het zoeken naar relevante informatie beduidend verder dan de bekende bibliografische bronnen en sluit het veel meer aan bij de dagelijkse praktijk van onderzoek.

Een uitgebreide kritische beschouwing én een opgave van andere blogs over het Framework is te vinden op het blog van Lane Wilkinson: The problem with threshold concepts.

ACRL normen herzien (3)

 

banner_updateZoals al aangekondigd was, is een dezer dagen deel 2 van het concept Framework for Information Literacy in Higher Education verschenen.  Dit document bevat twee nieuwe Threshold Concepts:

– Authority is constructed and contextual
– Searching is strategic

Per concept wordt volgens een vast sjabloon een aantal onderwerpen verder uitgewerkt. Naast een uitvoerige beschrijving van het concept worden ook competenties, leerdoelen, self-assessments en toetsingsmogelijkheden weergegeven. Ook dit concept kan worden becommentarieerd en er is al weer een sessie in Second Life belegd. Ik ben erg benieuwd naar de reacties op deze twee concepten, die toch iets concreter zijn dan de voorgaande drie (Draft deel 1). Al met al valt er over de definitieve vorm van het Framework nog niet veel te zeggen. In juni wordt een nieuwe draft gepubliceerd, mogelijk met nog 1 of meerdere conceptbeschrijvingen. Ik blijf daarom nog een tijdje op het vinkentouw.

 

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.