Categorie archief: Google

Kater van Google?

Er lijkt van alles aan de hand rondom Google. Gisteren meldde de Wall Street Journal dat Google werkt aan een nieuwe manier van presenteren van zoekresultaten. Google gaat antwoord geven op vragen, gaat semantisch zoeken (dat doen ze toch al?) en gaat rekening houden met de plaats en de tijd waarop gezocht wordt. Met name over die tijd breek ik mijn hersens. Wil ik s’avonds andere antwoorden dan in de ochtend? Als ik ’s morgens op “kater” zoek, krijg ik dan andere informatie dan wanneer ik dat laat in de middag doe? Doel van deze hele operatie is dat Google nóg betere advertenties aan mij kan presenteren. Ja ja, dat is de laatste tijd steeds het geval. Alles draait om advertenties bij Google. Zoals een ex-werknemers van Google, James Whittaker, het eerder deze week verwoordde: “Ik werkte bij een innovatief technologie bedrijf, maar toen ik er vertrok was het een gewoon reclamebedrijf”. Maar ik wíl helemaal geen advertenties!

Deze week was er ook rumoer over Google Books. Het lijkt erop dat het tempo van het scannen eruit is geraakt melden grote Amerikaanse universiteitsbibliotheken. En in de Engelse versie van Google is Google Scholar zodanig verstopt dat het bijna niet meer vindbaar is. zie het berichtje mét afbeelding van Dymphie hierover. Daarover wordt kennelijk nog wel gediscussieerd, hopelijk wordt het teruggedraaid.
Natuurlijk was er ook deze week het gebruikelijke gedoe over de privacy.

Als Google zo doorgaat, dan graven ze hun eigen graf. Dan wordt het een advertentiemachine in plaats van een zoekmachine. Wie weet, komt de bibliotheek dan weer in beeld! Er is hoop…

Advertenties

Google plus-minus

Nu Google+ enkele weken in de lucht is, beginnen de mogelijkheden voor het gebruik zich een beetje af te tekenen. Wat zijn mijn ervaringen tot nu toe?

Positief:

  • het ziet er mooi uit en werkt eenvoudig
  • je kunt op een handige manier je “vrienden” ordenen in kringen (écht iets voor bibliothecarissen!)
  • je kunt mededelingen (updates) specifiek aan een kring richten
  • je kunt eenvoudig een “hangout” starten: een videobijeenkomst met maximaal 10 vrienden (helaas heb ik geen webcam op mijn werkpc)
  • je zit niet gebonden aan 140 tekens voor een update, wat tegelijk ook een nadeel is: er wordt wat af geleuterd in mijn kringen!
  • je kunt eenvoudig je foto’s uploaden en (albums) delen (via voorheen Picasa)

Negatief:

  • er zit iets obscuurs aan het knopje +1 wat je kunt uitdelen aan websites en bijdragen in Google+. Wat gebeurt hiermee? Beinvloedt het de ranking in Google? Dat lijkt er wel op, lees dit bericht op Marketingfacts er op na.
  • berichten zijn minder eenvoudig snel te scannen: je ziet ofwel het hele bericht ofwel de eerste woorden (na installatie van een extensie om berichten in-uit te klappen).
  • ik word opgenomen in kringen van “verkopers” van het een of ander; ik kan deze gasten wel blokkeren, maar niet voorkomen dat ze mijn berichten volgen
  • ik mis integratie met mijn GoogleReader
  • ik word tureluurs van de sites die ik nu allemaal volg: Facebook, Twitter, LinkedIn en diverse blogs. Ik begrijp dat het de bedoeling is van Google+ dat ik straks alleen G+ hoef te volgen
  • je moet onder je eigen naam deelnemen; andere namen waarvan Google denkt dat ze een alias zijn, worden geweigerd (zo ondervond mijn collega Michiel Cock)
  • bedrijven en organisaties worden (nog) geweigerd; op Facebook volg ik een groot aantal interessante organisaties
  • de nieuwsfunctie Sparc is onderontwikkeld, vreemd voor zo’n zoekgigant als Google.

Google+ ontwikkelt zich nog volop. Het is zeker de moeite waard om het te blijven volgen.

Zoeken in de wolken, vinden in de bieb? LIBER

Op het LIBER congres in Barcelona zei Lorcan Dempsey iets waar ik sindsdien geregeld over loop te piekeren. Hij had het over de Universiteit van Bangor (Wales) waar vakreferenten niet meer nodig zijn omdat de technologie ervoor heeft gezorgd dat het zoeken van informatie geen specifieke vaardigheid meer vereist. Ik heb het hier nu niet over de taak van een vakreferent; die doen heel wat meer dan literatuur zoeken. Maar het feit dat deze uitspraak is gebaseerd op een beleidsplan van Bangor uit 2005 en dat Dempsey het nu nog aanhaalt betekent wél dat er iets met zoeken aan de hand is. De presentatie van Dempsey ging oa over outsourcen van activiteiten (in de cloud) en daarbij noemde hij als externe “leverancier” ook Google.  Het blijkt dat bibliotheeksystemen steeds minder gebruikt worden om informatie over een bepaald onderwerp te vinden, domweg omdat Google, Google Scholar en Amazon veel gebruikersvriendelijker zijn. Je hebt feitelijk geen vaardigheid nodig om erin te zoeken. Je vindt altijd wel wat.  Ook blijken studenten zich met name te richten op verplichte en aanbevolen literatuur, tips van docenten, en minder snel zélf op zoek te gaan naar aanvullende informatie. Kortom: de bibliotheeksystemen worden gebruikt voor het verkrijgen van de gevonden informate, de “known item searches“.

Veel bibliotheken, waaronder Leiden, zijn bezig met het inrichten van discovery layers. Daarbij proberen we de user interfaces eenvoudig te houden, onze klanten zijn tenslotte gewend aan Google. Dus één zoekbalk, en de verfijnmogelijkheden pas op het resultaatscherm (een soort van postcoördinatie in een nieuw jasje). Volgens een ándere LIBER presentatie ( Lorraine Beard, University of  Manchester), waar PRIMO kort geleden in gebruik is genomen, is juist het zoeken naar “known items” bij deze eenvoudige interfaces lastiger. Er komt veel ruis mee.

Wat moet je als bibliotheek nou doen? Houd je de interface eenvoudig, dan is het zoeken naar known items lastiger en dat gebeurt juist vaker. Maak je interface daar meer voor geschikt, dan stoot je een groot aantal klanten af omdat het te moeilijk is. Gelukkig kunnen we alle toeters en bellen altijd nog kwijt op een advanced scherm!

Kringgesprek met Google Plus

Sinds enkele dagen waart Google Plus rond in Nederland. Google Plus is het sociale netwerk van Google. Na Buzz (mislukt) en Wave (mislukt) probeert Google het opnieuw. Google+ is een netwerk, waarin je contact onderhoudt met je “vrienden” , foto’s of video’s deelt en kunt videochatten (hangout) met een klein gezelschap, in Google+ terminologie een Kring. Die gezelschapjes richt je zelf in; je deelt je vrienden in in kringen. Die kringen vormen zo’n beetje het hart van de applicatie. Ze zijn in elk eenvoudiger dan de lijsten van Twitter of Facebook. Uiteraard koppelt Google+ de applicatie aan Google, de zoekmachine. Daarin vind je sinds kort bij resultaten een klein icoontje met een +1. Als je dat aanklikt kunnen je vrienden zien dat je de betreffende website waardeert. Overigens ook hier geen -1, zoals ik ook bij Facebook soms erg verlang naar een dislike knopje. Ook is er een dienst Sparks, waarmee je snel een overzicht krijgt van nieuws op jouw interessegebied, en dan ook nog toegespitst op jouw regio. Ik klikte op Fietsen en verwachte de Tour de France. Niks hoor: gestolen fietsen teruggevonden in Hoorn. Wereldnieuws!

Hoe Google+ zich gaat ontwikkelen is afwachten; er is nu nog een beperkt aantal mensen mee aan het testen. Ik doe daar ook aan mee en ga het uitproberen.

Er is een kort Belgisch filmpje, dat laat zien hoe het werkt. Ook is er een demo van Google+ beschikbaar. Overigens wordt het bedrijven nog afgeraden om met Google+ te gaan communiceren met klanten. Bovendien komen de addertjes al onder het gras uit wat betreft de rechten van hetgeen je via Google+ deelt, zoals foto’s. Het schijnt dat Google die rechten heeft. Dat is dan weer minder goed nieuws.