Categorie archief: Congresverslagen

Edinburgh (5) : Outcomes, Impact & Value

directional-valueBig Data: de bibliotheek én het onderwijs doen ook mee in trend om data te verzamelen en verbanden te ontdekken. Een belangrijke exponent hiervan, Learning analytics, heeft inmiddels op veel plekken voet aan de grond gekregen. In Wollongong, de bakermat van de fameuze Library Cube van Margie Jantti, wordt nu geprobeerd om de gegevens uit de Cube (over bibliotheekgebruik) te combineren met data die Learning Analytics oplevert. Het is een logische stap, die ertoe kan leiden dat het effect van bibliotheek op studiesucces beter dan nu kan worden aangetoond. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
In de UK wordt ook onderzoek gedaan naar het resultaat (outcome) van bibliotheekdiensten. Een voor mij nieuw meetinstrument dat hiervoor wordt ingezet is de AMOSSHE Value & Impact tookit. Dit instrument richt zich op student support en het effect daarvan op studenten en/of hun leren. Het blijkt dat het ook in de bibliotheek een bruikbare tool is. Zo gebruikt de University of Sunderland het om te meten of hun diensten bewijsbaar effect hebben. Ze hebben daar een interessante benadering: bij ieder project of nieuwe dienst wordt vooraf bepaald wat de gewenste outcome / resultaat van deze dienst zou moeten zijn. Dat betekent dat ze nagaan wat de afnemer van de dienst eraan moet hebben. Dus niet of deze tevreden is met de dienst, maar of het een effect heeft gehad. Achteraf wordt dit gecheckt met behulp van het Amosshe instrument. Het werken met outcomes bij het opzetten van diensten is ook een goed hulpmiddel bij de marketing ervan. Je kunt op die manier veel beter overbrengen wat een gebruiker daadwerkelijk hééft aan het gebruiken van de dienst. In marketing zijn ze dan ook bijzonder bedreven in Sunderland. Kijk maar eens naar hun 7 Steps Marketing toolkit.

Dit is mijn laatste blog over het congres in Edinburgh. Over twee jaar wordt het congres naar verwachting weer ergens in UK georganiseerd. Het is meestal midden in de Nederlandse zomervakantie, maar het is werkelijk de moeite waard om het eens te bezoeken!

Edinburgh (4): Participatory design

user experienceHoe betrek je klanten al in een vroeg stadium bij het ontwerpen van nieuwe diensten, zodat je situaties zoals op dit plaatje voorkomt? Dat was de vraag die Nancy Fried-Foster (Ithaka S+R) beantwoordde in haar keynote. Nancy twittert als @anthrolib en dat zegt meteen alles: zij is een van de voorvechters van antropologische en ethnografische onderzoeksmethoden in de bibliotheek. Je kunt die onderzoeksmethoden gebruiken voor het (her)inrichten van ruimtes, het ontwikkelen van nieuwe diensten, software of userinterfaces. Haar werkwijze is als volgt: je betrekt je klanten/stakeholders vooral in de beginfase van het project, wanneer je probeert te achterhalen wát er precies gemaakt of gedaan moet worden. De informatie die je op die manier verzamelt vormt de basis voor de verdere ontwikkeling, maar daar zijn de klanten dan weer minder bij betrokken. Het is hierbij vooral van belang te focussen op wat klanten willen doen, wat ze willen bereiken, niet op wat ze nodig hebben (want dat weten ze soms zelf ook nog niet). Originele manieren om daar achter te komen zijn onder andere het laten fotograferen van hun werkplek thuis en van de inhoud van hun tas. Ook kan je ze vragen om hun ideale bibliotheek te tekenen. In vervolg praat je met die mensen om erachter te komen wat de werkelijke betekenis is van deze gegevens. In dit onderzoeksarsenaal horen ook interviews en observaties, die weer vaker worden ingezet bij usability onderzoek.
Een andere manier om klanten te betrekken bij de verbetering van diensten is het opzetten van een klantenpanel. Sam Dick van de Open University (UK) stond voor een ingewikkelde klus, want met 250.000 studenten die nooit op een campus komen is het lastig voor een bibliotheek om een relatie met hen op te bouwen. Toch lukte het haar om zo’n 500 studenten te werven die in een virtueel klantenpanel meedoen met diverse activiteiten. Zo kan zij ze inzetten voor usability onderzoek van remote diensten, ze kan kleine focusgroepen over specifieke onderwerpen inrichten én ze heeft meteen een representatieve groep die ze kan enquêteren. De responsrate van deze groep is enorm: ruim 80% reageert op vragen. Ook in een traditionele omgeving is dit een werkwijze die het overwegen zeker waard is.
Karen Diller (Washington State University Vancouver) hield een pleidooi voor het inzetten van een groot arsenaal onderzoekmethoden uit andere vakgebieden, waaronder uiteraard de antropologie, maar ook omgevingspsychologie, cognitieve psychologie en onderwijskunde. Haar onderzoek gaat dan ook over de manier waarop studieruimtes in bibliotheken het leren ondersteunen. Hoe leer je, welke omstandigheden bevorderen het onthouden of de concentratie, dat soort vragen probeert zij te beantwoorden.

Het onderwerp participatory design ligt dicht tegen UX (user experience) aan. Ook dat is momenteel een hot topic in Angelsaksische landen. Meer hierover weten: het nieuwe open access journal WEAVE.

Meer lezen over participatory design: Participatory design in academic libraries. CLIR, 2014.

Edinburgh (3): een Culture of Assessment

kwaliteitGestructureerd en klantgericht aan kwaliteit werken, dat was het thema van een groot aantal presentaties. Het is niet eenvoudig om een hele organisatie met de neuzen dezelfde kant op te krijgen als het om kwaliteit gaat en er zijn allerlei methoden om zoiets vorm te geven. Het kernbegrip in deze sessies was dan ook: een “Culture of Assessment”. Een begrip dat al in 2004 werd geïntroduceerd door Lakos en Phipps. Lastig te vertalen, beter te omschrijven. Het gaat om een organisatiecultuur waarin ieder beslissing genomen wordt op basis van feiten, onderzoek en analyse, altijd gericht op het leveren van diensten met een maximaal positief effect voor de gebruikers ervan.
Een van de methoden om een Culture of Assessment van de grond te krijgen is het opstellen van een plan, waarin je aangeeft op welke wijze je met welk doel gegevens verzamelt en hoe vaak je dat doet. Door je organisatie hierbij te betrekken en uit te dragen waarom je dit doet, kan je de gewenste organisatiecultuur bereiken. Tania Alekson van Capilano University heeft zo’n plan ontwikkeld en publiceert dit deze maand. Een ander mooi voorbeeld is te vinden bij McGill University.

Als je wilt weten hoe jou organisatie ervoor staat, dan kan je gebruik maken van het instrument dat hoort bij het Quality Maturity Model van Frankie Wilson. Frankie promoveerde hier vorig jaar op en dit jaar verscheen een artikel over dit model. Het instrument is gebaseerd op een survey van 43 vragen die aan alle medewerkers in de organisatie gesteld moeten worden. Het model meet 7 verschillende facetten die te maken hebben met kwaliteitsbewustzijn en schaalt deze in op 5 ontwikkelingsniveau’s. Per facet kan je zien hoe het staat met jouw organisatiecultuur en kan je ook zien wat je moet doen om een niveau te stijgen. Twee jaar geleden presenteerde Frankie dit model en sinds vorige week is het geheel gratis te vinden op het web. Iedereen mag er gebruik van maken, maar ze stelt het wel op prijs als je haar laat weten dat je het gaat gebruiken.

Bij dit alles moet je er natuurlijk wel voor waken dat je niet gaat navelstaren op interne procedures, maar dat je het belang van je klanten voortdurend in het vizier houdt.

Meer lezen: Farkas, Hinchliffe & Houk. Bridges and barriers: factors influencing a culture of assessment in academic libraries. College & Research Libraries, 2015, march.

Edinburgh (2): The LibQual sessions

LibQUALlogo_PNGHet is altijd weer een leuk om de LibQual club te ontmoeten. De club bestaat uit mensen van het LibQual team uit de VS én (potentiële) gebruikers van de survey. Het congres begint steevast met een workshop en enkele sessies over LibQual. De club heeft de eigenschap nogal ingenomen te zijn met LibQual, een kritische blik op de sessies is daarom wel aan te raden. Voor degenen die het niet weten: LibQual is een websurvey waarmee je gebruikersonderzoek kunt doen. In Leiden hebben we het survey in 2014 voor de tweede keer afgenomen; de resultaten zijn nu nóg interessanter omdat we ze kunnen vergelijken met de resultaten uit 2012. Er zijn bibliotheken (bv University of York) die LibQual jaarlijks afnemen, maar een meerderheid voert de survey tweejaarlijks uit. Naast een uitwisseling van “best practices” bestond de sessie uit een aantal presentaties over de wijze waarop je kunt omgaan met “comments”. Hoe zit dat? Naast cijfermatige scores kunnen respondenten in een afsluitende antwoordbox open commentaar plaatsen. Ongeveer 40% van de respondenten maakt daar gebruik van. Die commentaren zijn erg informatief. Ze bestaan meestal uit een zinnetje als: “Over het algemeen ben ik heel tevreden, maar….” en dan volgen de opmerkingen waar je wat mee kunt doen. In Leiden ontvingen we in 2014 bijna 1700 commentaren. We hebben deze commentaren in een kleine werkgroep gecodeerd en handmatig gescoord. Zo kregen we een overzicht van het aantal positieve of negatieve opmerkingen over 25 vooraf vastgestelde onderwerpen, die gegroepeerd kunnen worden onder de kopjes Dienstverlening, Ruimte en ICT. Aan de hand van deze scores in combinatie met de cijfermatige scores uit het LibQual survey hebben we verbeteracties opgestart. Je kunt hierbij denken aan verruiming van onze openingstijden in het weekend, een transportdienst tussen de verschillende bibliotheeklocaties, gesprekken met medewerkers over klantgericht werken, gesprekken met bibliotheekcommissies over (onderdelen) van collecties. Wij deden dit alles dus handmatig, in een klein team. Brian Detlor van McMaster University heeft op ruim 600 commentaren een kwalitatief analyse programma (NVivo) losgelaten en de resultaten geplot op een matrix. Over dit onderzoek verschijnt binnenkort een artikel in College & Research Libraries. Een hoop ingewikkeld gedoe met hetzelfde resultaat als wij in Leiden zagen: onderzoekers klagen over collecties, studenten klagen over de studeerfaciliteiten.
Holt Zaugg van Brigham Young University had een leuk alternatief: hij had studenten sociologie ingezet voor het coderen en analyseren van de commentaren. Die tip ga ik zeker onthouden voor een volgende LibQual exercitie in Leiden.
Tenslotte volgde een onbegrijpelijk statistisch verhaal waar Chris Guder op promoveerde. Voor de liefhebbers hier zijn dissertatie.

Edinburgh (1): congres in een tent

dynamic earthVan 20 tot en met 22 juli vond mijn favoriete congres met de lange naam weer plaats. De 11th Northumbria International Conference on Performance Measurement in Libraries and Information Services werd deze keer in Edinburgh (in het futuristisch ogende Our Dynamic Earth museum) gehouden.  Ik geef toe, het klinkt saai, maar het was een hartstikke goed en interessant congres over allerlei aspecten rondom kwaliteitszorg in bibliotheken. Het congres wordt georganiseerd door mensen uit York, dit keer in samenwerking met mensen van de National Library of Scotland. Het is een tweejaarlijks congres, met een parallel congres in de andere jaren in de VS. Het is een internationaal gezelschap: uit UK, VS, Australië en Zuid-Afrika zijn er altijd vrij grote groepen deelnemers. Daarnaast zijn er uit een groot aantal landen enkele deelnemers, zoals uit Nederland, dit jaar vertegenwoordigd door 4 mensen.

Ging het twee jaar geleden vooral over het meten van impact, dit jaar waren er meerdere interessante thema’s. Zo is de trend van antropologische onderzoeksmethoden ook dit congres binnen gedrongen onder de noemer “participatory design”. Een ander interessant cluster presentaties behandelde de “culture of assessment”. Lastig te vertalen, maar het gaat over het kwaliteitsbewustzijn van de hele organisatie, van alle medewerkers in de bibliotheek en de wijze waarop je dat kunt meten en beïnvloeden. Het in kaart brengen van de relaties die je als bibliotheek(medewerker) hebt met je “community” is een andere uitdaging waarover gesproken werd. Engagement was het codewoord van een groot aantal bijdragen. Uiteraard waren er ook weer oude vertrouwde onderwerpen: het meten van de invloed van de bibliotheek op studiesucces is onder invloed van learning analytics een nieuwe fase ingegaan. En uiteraard was de LibQual-club weer in volle glorie aanwezig en werden er vele “good practices” uitgewisseld. In een aantal blogs zal ik de komende dagen mijn bevindingen van dit congres vastleggen. Daarnaast is het ook wel belangrijk om te vermelden dat Edinburgh een fantastische congresstad is, dat er toevallig een heel leuk jazz- en bluesfestival was en dat het conference dinner in een heel bijzondere historische bibliotheek werd opgediend. Voor de broodnodige ontspanning ná al die presentaties was dus ook gezorgd.

Makerspaces in de bibliotheek: ILI2014, 2

FrysklabJe kunt er bijna altijd 3D-printen, maar dat is niet het enige: makerspaces, fablabs of library labs, het zijn relatief nieuwe fenomenen in bibliotheekland. Een makerspace is een werkplaats waar je allerlei nieuwe technieken kunt uitproberen, kunt leren programmeren, filmpjes bewerken, robots kunt besturen en nog veel meer dingen kunt uitproberen of je creativiteit kunt uitleven. In Nederland zie je ze zo nu en dan verbonden aan Openbare Bibliotheken, waarbij het FryskLab van Jeroen de Boer en zijn maten wel de kroon spant. Die rijdt met een bus vol technisch vernuft door Friesland om zo ook het platteland te bedienen. Jeroen was één van de sprekers op ILI2014 en hij hield een enthousiast en gloedvol betoog over zijn project. In een vrolijk filmpje toonde hij de FryskLab bus.
Ik vroeg me onmiddellijk af of dit soort makerspaces ook in wetenschappelijke bibliotheken thuishoren. Ik kan me er wel iets bij voorstellen want als je als bibliotheek het leren wilt faciliteren, dan is een makerspace een logische aanvulling op het arsenaal werkplekken, computers, printers en (digitale) collecties. Een plek waar je met de nieuwste apparatuur aan de slag kunt, leert programmeren of coderen in een veilige omgeving, videoproducties maakt, animaties samenstelt of tóch maar een 3D printer aan het werk zet. Ik denk alleen dat het onderwijs niet zonder meer de bibliotheek als logische plek voor dit alles ziet. Er valt nog wat missiewerk te verrichten door Jeroen en zijn FryskLab.

ACRL schreef eind 2012 een informatief artikel over makerspaces in academic libraries.

Door ogen van de klant: ILI2014, 1

UXUX duikt opeens overal op . Zo ook op het Internet Librarian Congres, dat afgelopen week in London werd gehouden. UX staat voor User Experience en er zijn zelfs al mensen die zich UX-librian noemen. Eén van hen, Georgina Cronin (UX librarian Cambridge Judge Business School) hield een vurig pleidooi voor deze nieuwe tak van sport. Er is nu ook een tijdschrift over dit onderwerp: WEAVE.
UX onderzoekt alle ervaringen die klanten in de bibliotheek hebben: websites, user interfaces, diensten en het gebouw. Hiertoe bedient UX zich van onderzoeksmethoden uit een breed scala domeinen: ICT, statistieken, psychologie en etnografie/antropologie. UX levert inzichten op in de wijze waarop een gebouw gebruikt wordt (hoe vaak zie je niet dat een ruimte anders gebruikt wordt dan door vooraf bedacht), hoe een website begrijpelijk kan worden ontwikkeld, waarom bepaalde diensten minder worden gebruikt dan gedacht etc.
Voor bibliotheken is met name het etnografische onderzoek tamelijk nieuw. Het bekendste voorbeeld is het ERIAL-project, dat een uitgebreid handboek voor etnografisch onderzoek in de wetenschappelijke bibliotheek opleverde. De onderzoeker duikt onder in de wereld van de klant en beschrijft van binnenuit zijn ervaringen. Dat levert grappige verhalen op over de plekken waar klanten bij voorkeur slapen (als je 24/7 open bent, dan wordt er wel eens een uiltje geknapt) maar ook relevante vragen over het waarom er in een bibliotheek die zo lang open is niet gegeten of gedronken mag worden. Een korte impressie van etnografie in de bibliotheek is geschreven door Bryony Ramsden (Huddersfield). Zij schreef ook een overzicht van al het etnografisch onderzoek dat in bibliotheken wordt uitgevoerd.

Een tweede presentatie die op dit onderwerp aansluit betrof het onderzoek dat Keren Mills van de Open University deed: “What do students want form discovery tools“. Interessant omdat de OU een zeer grote studentenpopulatie kent, alhoewel qua leeftijd en achtergrond weer niet helemaal vergelijkbaar met een gewone universiteit. Wat studenten eigenlijk willen is dat een discovery tool gedachten kan lezen, daar komt het op neer. En dat lukt natuurlijk nooit, dus het blijft worstelen, vooral met relevance ranking. Er bleek ook een verschil te zijn tussen wat studenten zeggen dat ze willen (tabs) en wat ze gebruiken (tabs worden weinig gebruikt). In de presentatie werd een tabel getoond waarin bleek dat twee universiteiten die beiden Primo gebruikten een groot verschil lieten zien in succesvolle zoekopdrachten. De Primo van Birmingham leverde in 36% van de gevallen succes op, die van York in 75%. Het verschil wordt verklaard uit de overmaat aan zoekopties die in Birmingham worden aangeboden. En wat willen studenten dan?

1. Een eenvoudige interface, die duidelijk maakt waar je in zoekt
2. Zoekresultaten openen in een nieuw tabblad
3. Duidelijk resultatenoverzicht
4. Known item search moet goed werken
5. Het moet meteen duidelijk zijn als iets fulltext beschikbaar is
6. Een bibiotheek-zoekbalk in de leeromgeving
7. Autocomplete functie in de zoekbalk
8. Zoekvragen bewaren
9. Een personal library shelf
10. Google-like relevance ranking

 

 

Jonge talenten

talentWie denk dat ons vak vergrijst heeft het mis. In InformatieProfessional 8 van 2013 staan 30 IP-ers onder de 30 en wat zij doen. Ook op het KNVI-congres werden zij in de track Young Talent voor het voetlicht gebracht. Wat een leuke jonge professionals heb ik daar gezien en wat een goeie dingen doen zij! Wat te denken van Anna Buijsman, die in haar uppie een groot advocatenkantoor anders laat werken. Zij bedacht de mindmap als gestructureerde samenvatting van juridische stukken. Vaak zijn dat vuistdikke rapporten waarvan je niet in één oogopslag kunt zien wat de status en inhoud ervan is. De mindmap maakt dat mogelijk en fungeert als oplegger bij het document. Juristen waren eerst huiverig, want hoe kan je nu al die lappen tekst goed samenvatten op één A4tje, maar inmiddels zijn ze zo enthousiast dat het product zelfs een naam heeft gekregen: de Boekel Mapping.  Een andere presentatie waar ik enthousiast van werd is die van Pepijn de Visscher. Hij heeft een bedrijf Ideedock, dat zich richt op kennismanagement en dan met name het in kaart brengen van expertise van medewerkers. Dat werkt nooit in systemen waarin medewerkers hun eigen expertise moeten invullen, want dat doen ze niet. Daarom bedacht Pepijn een frisse nieuwe methode: neem de vraag van een medewerker als uitgangspunt en registreer wie daarop antwoord geeft. Gewoon via een vragenprikbord op het intranet. Mensen willen elkaar graag helpen en vragen worden snel beantwoord, vaak uit onverwachte hoek. Als je dat netjes logt en metadateert dan bouw als het ware on-the-flow een expertdatabase op. En dat doet Ideedock. Goed idee!
Er waren nog vier andere goede presentaties (Jaap Mollema, Paul Goedhart, Elise Lustenhouwer en Marina Polderman). Allemaal kort, krachtig en overtuigend. Mooi werk, ware talenten! Hou ze in de smiezen, alle zes!

De presentaties van de track Young Talents staan op slideshare: http://www.slideshare.net/knviyoungtalent/

Waardeloos?! (York 5)

directional-valueWat is de bijdrage van de bibliotheek aan de missie van de universiteit? Dat is de vraag die centraal moet staan als we het hebben over “value“. Traditioneel hielden bibliotheken zich vooral bezig met het in kaart brengen van de eigen prestaties: hoe groot is de collectie, hoe vaak wordt die geraadpleegd, wat is de doorloopsnelheid van het catalogiseren etc. Dat zijn intern gerichte indicatoren. Niet onbelangrijk, maar als het om value gaat zijn het niet de meest voor de hand liggende grootheden. Dan komen er andere vragen op.  Want hoe verbind je de doelen van de universiteit met de producten en diensten die de bibliotheek levert. En hoe maak je dat vervolgens meetbaar? In mijn vorige post schreef ik al over impact, het (vermeende) effect van bibliotheekgebruik op studieresultaat. Als je dat écht kunt meten, dan heb je één van de indicatoren die value operationaliseren te pakken. Vooralsnog wordt er nog flink geworsteld om dit onderwerp systematisch aan te pakken. De benadering vanuit de financiële hoek (Return on Investment)  is langzamerhand verlaten. Vorig congres sprak Carol Tenopir nog over verschillende ROI benaderingen, maar daar heb ik nu niets meer over gehoord. Het project van Tenopir gaat overigens nog steeds voort en het project LibValue is breder dan alleen ROI; je kunt hen volgen op hun website.

Het belangrijkste overzicht van alles wat met value te maken heeft is van de hand van de Megan Oakleaf, het Value of Academic Libraries Report (ACRL, 2010). In het kielzog van dit rapport verscheen ook een toolkit met allerlei handige links.

Een team van de University of Loughborough onderzocht wat de resultaten waren van een 8-tal value-projecten in UK, de VS en Scandinavië. Nogal teleurstellend: …no systematic evidence of the value of academic libraries for teaching and research staff. Behoorlijk waardeloos eigenlijk, in allerlei opzichten. Overigens geven ze aan dat dit vermoedelijk mede veroorzaakt wordt door het gegeven dat de wetenschappers en docenten té weinig bekend waren met de diensten van de bibliotheek. Beter communiceren dus! En het bewijst ook dat de methodieken om value aan te tonen nog niet voldoende ontwikkeld zijn (hoop ik).

De University of Washington laat op haar website zien wat volgens hen de bijdrage is van de bibliotheek aan onderwijs en onderzoek.

Een actuele bibliografie over dit onderwerp is te vinden op de website van Tenopir.

 

Impactonderzoek (York 4)

effectEen belangrijk thema van het congres is “value and impact“. Lastig te vertalen; impact is effect, maar wat te doen met value? Je kunt dat letterlijk vertalen met “waarde”, maar dat heeft zo’n financiële bijklank.  En bij “meerwaarde” lijkt het dat het iets extra’s is, waar je ook zonder zou kunnen. Als je ziet hoe het gebruikt wordt in deze context dan vertaal ik het liever als “Bijdrage”. Wat en hoe draagt de bibliotheek bij aan de verwezenlijking van de doelen van de universiteit? Dat is de kern waar het om draait. Feitelijk komen hierbij performance indicators, statistieken van bibliotheek én universiteit en gebruikersonderzoeken samen.

Laten we het onderwerp even voor het gemak splitsen. Ik begin met impactstudies. Het gaat dan vaak om onderzoek naar het effect van bibliotheekgebruik op studiesucces (hoogte van de cijfers, studievertraging, uitval). De bijdrage die de bibliotheek levert aan leren. Ik heb er al eens over geschreven maar ik som ze hier de bekendste op:

Library Data and Study Success, University of Minnisota
Library Cube van de University of Wollongong (recent nog in het nieuws, zie mijn blogje hierover)
Wong, Shun Han Rebekah and T.D. Webb (2011) “Uncovering Meaningful Correlation between Student Academic Performance and Library Material Usage.” College and Research Libraries , july
Library Impact Data Project van een aantal Britse universiteiten, onder andere de University of Huddersfield. Dit project is inmiddels afgesloten maar de resultaten worden verder gebracht in nieuw project waar onder andere JISC bij betrokken is: LAMPThe project will be developing a prototype shared library analytics service for UK academic libraries. Initially this is being envisioned as a kind of data dashboard, bringing together disparate data sets and visualising them in an attractive and meaningful way. Dat zou je in Nederland toch ook willen? UKB, doe je best!

Er zijn ook andere impactonderzoeken, bijvoorbeeld naar het Effect van liaison librarians, University of Loughborough. Veel meer projecten en onderzoeken zijn te vinden in een bibliografie samengesteld door Roswita Poll. Zij werkt ook aan een ISO norm op dit gebied (al jaren, naar verwachting is het project begin 2014 afgerond).

Jammer genoeg is er nog steeds geen onderzoek waaruit blijkt dat bibliotheekgebruik daadwerkelijk leidt tot betere studieresultaten. Ook Margie Jantti van Wollongong kon mij hier verder niets nieuws over melden.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.