Categorie archief: Congresverslagen

Creating Knowledge (slot):wie is informatievaardig?

Nog eenmaal over het Creating Knowledge CKVIII congres in Reykjavik. Keynote speaker Lisa Hinchliffe (University of Illinois) stelde aan een zaal voor “kenners” de vraag: wie is hier informatievaardig? Slechts een enkeling durfde een hand op te steken! Volgens Lisa het gevolg van het lastig te vatten concept Informatievaardigheid. Vervolgens had Lisa een leuke invuloefening met de zaal: maak je eigen definitie van informatievaardigheid.

lisa

Hier kwamen zeer uiteenlopende antwoorden op, zoals “in order to get a better quality of life” of “in order to create new knowledge”. Lisa benadrukte dat informatievaardigheid sterk afhankelijk is van de context: veel mensen hebben fantastisch georganiseerde iTunes-bibliotheken, compleet met keywords, tags en mapjes, maar ze leggen de link niet met de manier waarop informatie in bijvoorbeeld databases is georganiseerd. Kennelijk ben je in de ene context wél informatievaardig en in de ander niet of minder. Lisa introduceerde het begrip Information aliterate (being able to be information literate, but not interested in doing so). Een interessante gedachte! Lisa had er nog één in petto voor ons: information literacy as a way of life. Ben altijd kritisch, stel altijd vragen en beslis op basis van goede informatie. Informatievaardigheid is geen vaardigheid, maar een houding. Een mooie afsluiter van dit congres!

De slides van deze presentatie zijn te vinden op de congressite.

 

Creating knowledge (3): Frameworks

banner_updateVoor mij was tijdens het CKVIII congres de spannende taak weggelegd om de openings key note te verzorgen. Mijn verhaal was nogal theoretisch: een vergelijking tussen het ACRL Framework for Information Literacy en de Information literacy lens on the Researcher Development Framework. Voor mij was het een verrassing dat vrijwel niemand in de zaal (ruim 200 Scandinavische specialisten op het gebied van informatievaardigheid) het Researcher Development Framework kende. Omdat ik me nogal kritisch uitliet over het ACRL Framework, en met name de praktische toepasbaarheid daarvan,  was ik benieuwd wat de Amerikaanse aanwezigen (collega key note speakers) ervan zouden vinden. Tot mijn verrassing gaven zij mij (min of meer) gelijk. En er werd meteen richting VS getwitterd dat ze daar toch ook eens naar het RDF zouden moeten kijken. Ook bij de samenvatting van het congres werd het RDF nog een keer genoemd als “take away” van het congres.
Op het KNVI congres in november zal ik dit verhaal nogmaals doen, maar er moet intussen al wel wat aangepast worden! Want sinds afgelopen weekend is bekend geworden dat het ACRL bestuur definitief de stekker uit de oude standards (in Nederland de “Normen”) trekt. Dat levert een hoop commotie op, op twitter te volgen via #acrlframework.

De slides van mijn presentatie zijn te vinden op de congressite.

 

Creating Knowledge (2): Flippen

flippedEnkele presentaties op het CKVIII congres (juni 2016, Reykjavik) behandelden de didactiek van het informatievaardigheidsonderwijs. Het ging daarbij vooral over “flippen”.

Torstein Lág (The Arctic University, Noorwegen) is een enthousiast pleitbezorger voor de “flipped classroom”. Hierbij wordt het huiswerk voorafgaand aan een klassikale bijeenkomst gemaakt, waardoor men in de bijeenkomst veel dieper op de stof kan ingaan. Typisch in een flipped classroom zijn de korte filmpjes, de kennisclips, die studenten moeten bekijken voorafgaand aan de klassikale bijeenkomt. Ook bij deze benadering zijn studenten meer gemotiveerd en activeren dan in het traditionele onderwijs. Het is een werkwijze die in Nederland ook veel gebruikt wordt, oa bij de HvA (ppt van Harrie van der Meer).
De slides van deze presentatie staan op de congressite.

 

Marijn Post (Wageningen University) vertelde over Team Based Learning, een methode die gebaseerd is op “flipped”onderwijs en samenwerkend leren. Studenten bereiden zich eerst voor en gaan dan individueel én in groepjes aan de slag. In Wageningen zijn ze er enthousiast over: de studenten vonden het leuk, waren gemotiveerd en haalden betere resultaten. De slides van deze presentatie staan op de congressite.

 

 

 

Creating Knowledge (1): Project Information Literacy

PIL_Logo5_whitebackgroundBegin juni 2016 vond in Reykjavik het 8e Creating Knowledge (CKVIII) congres plaats. Een congres dat vooral bedoeld is voor Scandinavische bibiotheekmensen, die zich bezighouden met informatievaardigheid in het hoger onderwijs. Er waren ruim 200 deelnemers aanwezig op dit 2 dagen durende congres. Zelf verzorgde ik de openings keynote op dit congres over het ACRL Framework en het Vitea Researcher Development Framework. Daarover later meer.
Alison Head, van het Project Information Literacy (PIL) verzorgde een erg interessante keynote. PIL is een langlopend onderzoek naar de informatievaardigheid van studenten tijdens en ná hun studie. Het project startte in 2008 en heeft inmiddels zo’n 15000 studenten bevraagd naar verschillende aspecten van informatievaardigheid. Alison benoemde vijf opvallende “take aways”, conclusies die je uit al die onderzoeken kunt trekken.

  1. Volgens studenten is onderzoek nu moeilijker dan ooit tevoren. Woorden als angst, stress en overspoeld zijn met informatie worden in dit kader veel door hen genoemd. De enorme informatieberg waar ze zich doorheen denken te moeten worstelen is afschrikwekkend.
  2. Beginnen is het moeilijkste onderdeel van een opdracht.  Het definiëren van het onderwerp en het inperken van het onderwerp wordt door meer studenten lastig gevonden dan het daadwerkelijke zoeken.
  3. In ditzelfde kader: het definiëren van de context van het onderwerp is ook lastig. Hoe ver moet je gaan? Wat is de juiste terminologie en waar is sprake van jargon?
  4. Zoeken; zoekstrategie: studenten kiezen vaak voor het zoeken naar “het antwoord” en vermijden risico’s in hun zoekstrategie. Ze leunen sterk op de door docenten aangeboden informatiebronnen.
  5. Studenten leren tijdens hun studie informatiebronnen beoordelen.Een onderdeel van ons onderwijs dat dus succesvol is!

De hele presentatie (ppt) is te vinden op Slideshare.

 

Edinburgh (5) : Outcomes, Impact & Value

directional-valueBig Data: de bibliotheek én het onderwijs doen ook mee in trend om data te verzamelen en verbanden te ontdekken. Een belangrijke exponent hiervan, Learning analytics, heeft inmiddels op veel plekken voet aan de grond gekregen. In Wollongong, de bakermat van de fameuze Library Cube van Margie Jantti, wordt nu geprobeerd om de gegevens uit de Cube (over bibliotheekgebruik) te combineren met data die Learning Analytics oplevert. Het is een logische stap, die ertoe kan leiden dat het effect van bibliotheek op studiesucces beter dan nu kan worden aangetoond. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
In de UK wordt ook onderzoek gedaan naar het resultaat (outcome) van bibliotheekdiensten. Een voor mij nieuw meetinstrument dat hiervoor wordt ingezet is de AMOSSHE Value & Impact tookit. Dit instrument richt zich op student support en het effect daarvan op studenten en/of hun leren. Het blijkt dat het ook in de bibliotheek een bruikbare tool is. Zo gebruikt de University of Sunderland het om te meten of hun diensten bewijsbaar effect hebben. Ze hebben daar een interessante benadering: bij ieder project of nieuwe dienst wordt vooraf bepaald wat de gewenste outcome / resultaat van deze dienst zou moeten zijn. Dat betekent dat ze nagaan wat de afnemer van de dienst eraan moet hebben. Dus niet of deze tevreden is met de dienst, maar of het een effect heeft gehad. Achteraf wordt dit gecheckt met behulp van het Amosshe instrument. Het werken met outcomes bij het opzetten van diensten is ook een goed hulpmiddel bij de marketing ervan. Je kunt op die manier veel beter overbrengen wat een gebruiker daadwerkelijk hééft aan het gebruiken van de dienst. In marketing zijn ze dan ook bijzonder bedreven in Sunderland. Kijk maar eens naar hun 7 Steps Marketing toolkit.

Dit is mijn laatste blog over het congres in Edinburgh. Over twee jaar wordt het congres naar verwachting weer ergens in UK georganiseerd. Het is meestal midden in de Nederlandse zomervakantie, maar het is werkelijk de moeite waard om het eens te bezoeken!

Edinburgh (4): Participatory design

user experienceHoe betrek je klanten al in een vroeg stadium bij het ontwerpen van nieuwe diensten, zodat je situaties zoals op dit plaatje voorkomt? Dat was de vraag die Nancy Fried-Foster (Ithaka S+R) beantwoordde in haar keynote. Nancy twittert als @anthrolib en dat zegt meteen alles: zij is een van de voorvechters van antropologische en ethnografische onderzoeksmethoden in de bibliotheek. Je kunt die onderzoeksmethoden gebruiken voor het (her)inrichten van ruimtes, het ontwikkelen van nieuwe diensten, software of userinterfaces. Haar werkwijze is als volgt: je betrekt je klanten/stakeholders vooral in de beginfase van het project, wanneer je probeert te achterhalen wát er precies gemaakt of gedaan moet worden. De informatie die je op die manier verzamelt vormt de basis voor de verdere ontwikkeling, maar daar zijn de klanten dan weer minder bij betrokken. Het is hierbij vooral van belang te focussen op wat klanten willen doen, wat ze willen bereiken, niet op wat ze nodig hebben (want dat weten ze soms zelf ook nog niet). Originele manieren om daar achter te komen zijn onder andere het laten fotograferen van hun werkplek thuis en van de inhoud van hun tas. Ook kan je ze vragen om hun ideale bibliotheek te tekenen. In vervolg praat je met die mensen om erachter te komen wat de werkelijke betekenis is van deze gegevens. In dit onderzoeksarsenaal horen ook interviews en observaties, die weer vaker worden ingezet bij usability onderzoek.
Een andere manier om klanten te betrekken bij de verbetering van diensten is het opzetten van een klantenpanel. Sam Dick van de Open University (UK) stond voor een ingewikkelde klus, want met 250.000 studenten die nooit op een campus komen is het lastig voor een bibliotheek om een relatie met hen op te bouwen. Toch lukte het haar om zo’n 500 studenten te werven die in een virtueel klantenpanel meedoen met diverse activiteiten. Zo kan zij ze inzetten voor usability onderzoek van remote diensten, ze kan kleine focusgroepen over specifieke onderwerpen inrichten én ze heeft meteen een representatieve groep die ze kan enquêteren. De responsrate van deze groep is enorm: ruim 80% reageert op vragen. Ook in een traditionele omgeving is dit een werkwijze die het overwegen zeker waard is.
Karen Diller (Washington State University Vancouver) hield een pleidooi voor het inzetten van een groot arsenaal onderzoekmethoden uit andere vakgebieden, waaronder uiteraard de antropologie, maar ook omgevingspsychologie, cognitieve psychologie en onderwijskunde. Haar onderzoek gaat dan ook over de manier waarop studieruimtes in bibliotheken het leren ondersteunen. Hoe leer je, welke omstandigheden bevorderen het onthouden of de concentratie, dat soort vragen probeert zij te beantwoorden.

Het onderwerp participatory design ligt dicht tegen UX (user experience) aan. Ook dat is momenteel een hot topic in Angelsaksische landen. Meer hierover weten: het nieuwe open access journal WEAVE.

Meer lezen over participatory design: Participatory design in academic libraries. CLIR, 2014.

Edinburgh (3): een Culture of Assessment

kwaliteitGestructureerd en klantgericht aan kwaliteit werken, dat was het thema van een groot aantal presentaties. Het is niet eenvoudig om een hele organisatie met de neuzen dezelfde kant op te krijgen als het om kwaliteit gaat en er zijn allerlei methoden om zoiets vorm te geven. Het kernbegrip in deze sessies was dan ook: een “Culture of Assessment”. Een begrip dat al in 2004 werd geïntroduceerd door Lakos en Phipps. Lastig te vertalen, beter te omschrijven. Het gaat om een organisatiecultuur waarin ieder beslissing genomen wordt op basis van feiten, onderzoek en analyse, altijd gericht op het leveren van diensten met een maximaal positief effect voor de gebruikers ervan.
Een van de methoden om een Culture of Assessment van de grond te krijgen is het opstellen van een plan, waarin je aangeeft op welke wijze je met welk doel gegevens verzamelt en hoe vaak je dat doet. Door je organisatie hierbij te betrekken en uit te dragen waarom je dit doet, kan je de gewenste organisatiecultuur bereiken. Tania Alekson van Capilano University heeft zo’n plan ontwikkeld en publiceert dit deze maand. Een ander mooi voorbeeld is te vinden bij McGill University.

Als je wilt weten hoe jou organisatie ervoor staat, dan kan je gebruik maken van het instrument dat hoort bij het Quality Maturity Model van Frankie Wilson. Frankie promoveerde hier vorig jaar op en dit jaar verscheen een artikel over dit model. Het instrument is gebaseerd op een survey van 43 vragen die aan alle medewerkers in de organisatie gesteld moeten worden. Het model meet 7 verschillende facetten die te maken hebben met kwaliteitsbewustzijn en schaalt deze in op 5 ontwikkelingsniveau’s. Per facet kan je zien hoe het staat met jouw organisatiecultuur en kan je ook zien wat je moet doen om een niveau te stijgen. Twee jaar geleden presenteerde Frankie dit model en sinds vorige week is het geheel gratis te vinden op het web. Iedereen mag er gebruik van maken, maar ze stelt het wel op prijs als je haar laat weten dat je het gaat gebruiken.

Bij dit alles moet je er natuurlijk wel voor waken dat je niet gaat navelstaren op interne procedures, maar dat je het belang van je klanten voortdurend in het vizier houdt.

Meer lezen: Farkas, Hinchliffe & Houk. Bridges and barriers: factors influencing a culture of assessment in academic libraries. College & Research Libraries, 2015, march.

Edinburgh (2): The LibQual sessions

LibQUALlogo_PNGHet is altijd weer een leuk om de LibQual club te ontmoeten. De club bestaat uit mensen van het LibQual team uit de VS én (potentiële) gebruikers van de survey. Het congres begint steevast met een workshop en enkele sessies over LibQual. De club heeft de eigenschap nogal ingenomen te zijn met LibQual, een kritische blik op de sessies is daarom wel aan te raden. Voor degenen die het niet weten: LibQual is een websurvey waarmee je gebruikersonderzoek kunt doen. In Leiden hebben we het survey in 2014 voor de tweede keer afgenomen; de resultaten zijn nu nóg interessanter omdat we ze kunnen vergelijken met de resultaten uit 2012. Er zijn bibliotheken (bv University of York) die LibQual jaarlijks afnemen, maar een meerderheid voert de survey tweejaarlijks uit. Naast een uitwisseling van “best practices” bestond de sessie uit een aantal presentaties over de wijze waarop je kunt omgaan met “comments”. Hoe zit dat? Naast cijfermatige scores kunnen respondenten in een afsluitende antwoordbox open commentaar plaatsen. Ongeveer 40% van de respondenten maakt daar gebruik van. Die commentaren zijn erg informatief. Ze bestaan meestal uit een zinnetje als: “Over het algemeen ben ik heel tevreden, maar….” en dan volgen de opmerkingen waar je wat mee kunt doen. In Leiden ontvingen we in 2014 bijna 1700 commentaren. We hebben deze commentaren in een kleine werkgroep gecodeerd en handmatig gescoord. Zo kregen we een overzicht van het aantal positieve of negatieve opmerkingen over 25 vooraf vastgestelde onderwerpen, die gegroepeerd kunnen worden onder de kopjes Dienstverlening, Ruimte en ICT. Aan de hand van deze scores in combinatie met de cijfermatige scores uit het LibQual survey hebben we verbeteracties opgestart. Je kunt hierbij denken aan verruiming van onze openingstijden in het weekend, een transportdienst tussen de verschillende bibliotheeklocaties, gesprekken met medewerkers over klantgericht werken, gesprekken met bibliotheekcommissies over (onderdelen) van collecties. Wij deden dit alles dus handmatig, in een klein team. Brian Detlor van McMaster University heeft op ruim 600 commentaren een kwalitatief analyse programma (NVivo) losgelaten en de resultaten geplot op een matrix. Over dit onderzoek verschijnt binnenkort een artikel in College & Research Libraries. Een hoop ingewikkeld gedoe met hetzelfde resultaat als wij in Leiden zagen: onderzoekers klagen over collecties, studenten klagen over de studeerfaciliteiten.
Holt Zaugg van Brigham Young University had een leuk alternatief: hij had studenten sociologie ingezet voor het coderen en analyseren van de commentaren. Die tip ga ik zeker onthouden voor een volgende LibQual exercitie in Leiden.
Tenslotte volgde een onbegrijpelijk statistisch verhaal waar Chris Guder op promoveerde. Voor de liefhebbers hier zijn dissertatie.

Edinburgh (1): congres in een tent

dynamic earthVan 20 tot en met 22 juli vond mijn favoriete congres met de lange naam weer plaats. De 11th Northumbria International Conference on Performance Measurement in Libraries and Information Services werd deze keer in Edinburgh (in het futuristisch ogende Our Dynamic Earth museum) gehouden.  Ik geef toe, het klinkt saai, maar het was een hartstikke goed en interessant congres over allerlei aspecten rondom kwaliteitszorg in bibliotheken. Het congres wordt georganiseerd door mensen uit York, dit keer in samenwerking met mensen van de National Library of Scotland. Het is een tweejaarlijks congres, met een parallel congres in de andere jaren in de VS. Het is een internationaal gezelschap: uit UK, VS, Australië en Zuid-Afrika zijn er altijd vrij grote groepen deelnemers. Daarnaast zijn er uit een groot aantal landen enkele deelnemers, zoals uit Nederland, dit jaar vertegenwoordigd door 4 mensen.

Ging het twee jaar geleden vooral over het meten van impact, dit jaar waren er meerdere interessante thema’s. Zo is de trend van antropologische onderzoeksmethoden ook dit congres binnen gedrongen onder de noemer “participatory design”. Een ander interessant cluster presentaties behandelde de “culture of assessment”. Lastig te vertalen, maar het gaat over het kwaliteitsbewustzijn van de hele organisatie, van alle medewerkers in de bibliotheek en de wijze waarop je dat kunt meten en beïnvloeden. Het in kaart brengen van de relaties die je als bibliotheek(medewerker) hebt met je “community” is een andere uitdaging waarover gesproken werd. Engagement was het codewoord van een groot aantal bijdragen. Uiteraard waren er ook weer oude vertrouwde onderwerpen: het meten van de invloed van de bibliotheek op studiesucces is onder invloed van learning analytics een nieuwe fase ingegaan. En uiteraard was de LibQual-club weer in volle glorie aanwezig en werden er vele “good practices” uitgewisseld. In een aantal blogs zal ik de komende dagen mijn bevindingen van dit congres vastleggen. Daarnaast is het ook wel belangrijk om te vermelden dat Edinburgh een fantastische congresstad is, dat er toevallig een heel leuk jazz- en bluesfestival was en dat het conference dinner in een heel bijzondere historische bibliotheek werd opgediend. Voor de broodnodige ontspanning ná al die presentaties was dus ook gezorgd.

Makerspaces in de bibliotheek: ILI2014, 2

FrysklabJe kunt er bijna altijd 3D-printen, maar dat is niet het enige: makerspaces, fablabs of library labs, het zijn relatief nieuwe fenomenen in bibliotheekland. Een makerspace is een werkplaats waar je allerlei nieuwe technieken kunt uitproberen, kunt leren programmeren, filmpjes bewerken, robots kunt besturen en nog veel meer dingen kunt uitproberen of je creativiteit kunt uitleven. In Nederland zie je ze zo nu en dan verbonden aan Openbare Bibliotheken, waarbij het FryskLab van Jeroen de Boer en zijn maten wel de kroon spant. Die rijdt met een bus vol technisch vernuft door Friesland om zo ook het platteland te bedienen. Jeroen was één van de sprekers op ILI2014 en hij hield een enthousiast en gloedvol betoog over zijn project. In een vrolijk filmpje toonde hij de FryskLab bus.
Ik vroeg me onmiddellijk af of dit soort makerspaces ook in wetenschappelijke bibliotheken thuishoren. Ik kan me er wel iets bij voorstellen want als je als bibliotheek het leren wilt faciliteren, dan is een makerspace een logische aanvulling op het arsenaal werkplekken, computers, printers en (digitale) collecties. Een plek waar je met de nieuwste apparatuur aan de slag kunt, leert programmeren of coderen in een veilige omgeving, videoproducties maakt, animaties samenstelt of tóch maar een 3D printer aan het werk zet. Ik denk alleen dat het onderwijs niet zonder meer de bibliotheek als logische plek voor dit alles ziet. Er valt nog wat missiewerk te verrichten door Jeroen en zijn FryskLab.

ACRL schreef eind 2012 een informatief artikel over makerspaces in academic libraries.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.