Auteursarchief: annekedirkx

Groot onderzoek, klein verschil

Soms kom je een rapport tegen met een titel waar je helemaal van opvrolijkt. Dat overkwam mij vorige week, toen ik het rapport “The impact of information literacy instruction on student success” van de Greater Western Library Alliance onder ogen kreeg. Het beschrijft een bijzonder onderzoek: 12 grote research universities uit de USA leverden de geanonimiseerde gegevens aan van ruim 42.000 studenten. Die gegevens werden gebruikt om te onderzoeken of cursussen informatievaardigheid effect hebben op studiesucces.  Daarbij werd tevens onderzocht welke onderwijsvormen het meest succesvol zijn. Dit rapport is het eerste deel van een langer lopend onderzoek: het beschrijft alleen de resultaten van het collegejaar 2014-2015.
Ongeveer de helft van alle studenten hadden géén instructies gehad, waardoor er een grote controlegroep beschikbaar was.
Studenten die instructies hadden gevolgd, scoorden significant hoger dan studenten die dat niet hadden. Nu is significant een statistische term, die aangeeft dat het geen toevallig resultaat is. Maar het resultaat is wel heel erg klein: ze scoorden 0,02 Grade Point Average (GPA) hoger; GPA wordt weergegeven op een 4-puntsschaal. Mij valt dat toch wat tegen! Of ik begrijp de GPA verkeerd.
Ook blijkt dat studenten die instructies hebben gevolgd niet afhaken met hun studie, ze scoren hoger op “retention”.

Daarnaast is gekeken welke onderwijsmethoden bijdragen aan dat positieve effect. Hierbij wordt gekeken naar de 12 deelnemende universiteiten. Hierbij zie je eigenlijk geen verschil; alles heeft een positief effect: actief leren; workshops; flippen; hoorcolleges.

Interessanter wordt het als men het karakter van de instructies erbij betrekt. Maar tegelijk worden de resultaten hier onbegrijpelijk. Hoe kan een rondleiding toch in hemelsnaam een negatief effect hebben op retention? Of zijn de studenten zo geschrokken van de bibliotheek dat ze meteen de universiteit hebben verlaten?

 

 

 

 

Dit onderzoek roept bij mij behoorlijk veel vragen op. Ik heb intussen op twitter ook al wat twijfels gesignaleerd, maar het wachten is nog op een statisticus die het onderzoek eens goed onder de loep neemt. Tot die tijd blijft de twijfel….

Advertenties

Een visuele catalogus

visualNu in veel wetenschappelijke bibliotheken steeds meer boeken in magazijnen verdwijnen en er ook steeds meer e-books komen, is het lastig om te neuzen in collecties. Bij de University of Oslo Library (2017 beste bibliotheek van Noorwegen) heeft de bibliotheek een project gestart om dit euvel te verhelpen: het Visual Navigation Project.  In dit project wordt geëxperimenteerd met datamining in de catalogus, met name op onderwerpsniveau. Via linking technieken kan men op een aanraakscherm schuiven met boekcovers, selecties maken, verkleinen of vergroten, associaties leren kennen etc. Het geheel deed me een beetje denken aan de Aquabrowser, maar dan veel aantrekkelijker gepresenteerd.  Deze korte film laat duidelijk zien wat de bedoeling van het project is. Ik vind het imponerend en inspirerend. Wat je wél nodig hebt is een uniform systeem voor onderwerpsontsluiting. Ik ken bibliotheken waar dat geen vanzelfsprekendheid is, en waar veel verschillende classificatiesystemen worden gebruikt. Daar wordt deze benadering wat lastiger.
Met dank aan Hugo Huurdeman voor de frisse presentatie op het KNVI congres.

Via Twitter is het project te volgen. https://twitter.com/BookNavigation

 

 

Innoveren met Leeswaren

leeswarenAls geboren Eindhovense gaat mijn hart altijd een beetje open als ik weer iets over die stad hoor. Als het over de Openbare Bibliotheek in Eindhoven gaat, was het lange tijd treurnis wat de klok sloeg. Bezuinigingen, filialen dicht, bestuurlijk gedoe. Maar nu gebeuren er opmerkelijke dingen. Een van de presentaties van de Young Talent track op het KNVI-congres werd gegeven door Robin Verleisdonk, van het innovatieteam van de OB Eindhoven. Hij introduceerde de werkwijze van dat team met aansprekende metaforen: maak onderscheid in de problemen: zijn het muggensteken of haaienbeten? En als je dan een oplossing zoekt, doe dan aan “branchemarking”.  Kijk naar andere sectoren, vaak hebben die vergelijkbare problemen. Via deze werkwijze heeft het team  een prachtige oplossing bedacht voor het sluiten van filialen: de Verse Leeswarenbox. Goed gekeken naar de bekende boodschappenboxen maar met een originele bibliotheekvulling: nieuwe boeken. De reclame campagne lijkt ook nog eens veel op de stijl van een bekende box.

De Leeswaren zijn nog in het pilotstadium, maar worden al aangeboden aan bibliotheekgebruikers.
Opeens vind ik het jammer dat ik niet meer in Eindhoven woon!

Link naar presentatie van Robin

 

Tomeloze innovatiedrift in Spanje

innovatieVerslag van een presentatie op de OCLC contactdag 12 oktober.
Een enthousiaste presentatie in moeilijk verstaannbaar Engels, maar gelardeerd met filmpjes ging over de ontwikkeling van allerlei innovatieve diensten in een bibliotheek. De IE library (IE Business School) in Madrid ziet voor elke nieuwe technologie wel een toepassing en probeert deze ook uit. Ze werken nauw samen met studenten en toonden in deze presentatie een schat aan vernieuwingen. Zoals Smart Spaces, waar met iBEacons technologie je mobieltje vanzelf op stil gezet wordt. Ook wordt deze techniek ingezet om vrije studieruimtes aan te geven. Een grappig experiment is dat van Leap Motion, waarbij je de computer bedient met handbewegingen, dus zonder toetsenbord of touch technieken. In het filmpje bedient iemand op deze manier de Catalogus, dat vind ik dan toch een beetje teleurstellend. Studenten worden ook uitgedaagd om 360 graden foto’s te maken die kunnen worden gebruikt met een eenvoudige kartonnen VR-bril. En zo gaat het maar door! Ze hebben een hele waslijst aan innovatieve ideetjes, tools en gadgets. Misschien wat veel, ik hoorde al gemor in de zaal, maar ze doen het toch maar!
Kijk op http://library.ie.edu/en/Services/Technologies , daar is nog veel meer te vinden.

Third places vormgeven

third placeVerslag OCLC contactdag 12 oktober 2017,  Rotterdam

Het thema van de dag was “De bibliotheek als Third Place”. Dat moet ik even uitleggen: thuis is de first place, werk is de second place en de ruimte waar werk en privé elkaar raken noemen we de third place. Denk aan de mensen die zitten te werken in café’s, in (openbare) bibliotheken en op stations (in de huiskamer). Joren van Dijk, omgevingspsycholoog, hield op basis van een gedegen theoretische onderbouwing een interessant verhaal. Dingen die ik eruit oppikte: zorg voor natuur in een omgeving waar gestudeerd moet worden: planten, groen, zelfs nepplanten werken goed voor het herstel als je lang geconcentreerd bent geweest. Frisse lucht en natuurlijk licht helpen ook enorm. Biedt studenten de mogelijkheid om controle te hebben over een aantal aspecten van hun studeeromgeving, bijvoorbeeld door het zelf kunnen regelen van licht of de hoogte van beeldschermen. Richt de bibliotheek in op basis van duidelijk herkenbare zonering: zorg ervoor dat een stilteruimte er helemaal anders uitziet dan een ruimte waar samengewerkt kan worden. Misschien zijn dit allemaal open deuren, maar toch zie je in de praktijk dat lang niet alles vanzelfsprekend is als er nieuwe studieplekken worden ingericht.
Er is een mooie toolkit beschikbaar: de learning space toolkit 

Academic library impact

Een paar weken geleden verscheen het ACRL-rapport Academic library impact: improving practice and essential areas to research. Het is weer zo’n uitgebreid Amerikaans rapport waar je even de tijd voor moet nemen.
Het rapport bouwt voort op een aantal eerdere ACRL publicaties:
2010: Value of Academic Libraries
2015: Academic library contributions to student succes, year 1
2016: Documented library contributions to student learning and succes, year 2
2017: Academic Library Impact on student learning and succes, year 3
De drie laatste publicaties komen allemaal voort uit het AiA project: Assessment in action: academic libraries and student succes. In dit project hebben een groot aantal Amerikaanse bibliotheken kleine onderzoekjes kunnen uitvoeren naar de bijdrage van de bibliotheek aan studiesucces. Al deze onderzoekjes bij elkaar leenden zich voor een soort meta-analyse. Dit vormt de kern van het nieuw verschenen rapport.

Op basis van deze analyse identificeren de auteurs zes onderwerpen waarmee de bibliotheek haar bijdrage aan studiesucces kan aantonen of vergroten. Ik doe een poging tot vertaling.
1. Communiceer over de bijdrage van de bibliotheek.  Richt deze communicatie op zowel universiteitsleiding als afdelingshoofden. Kijk goed welke terminologie je hierbij gebruikt. Bijvoorbeeld: spreek niet over diensten, maar over programma’s of activiteiten.
2. Stem de evaluatie van de bibliotheek af op de missie van de universiteit. Hier wordt het Engelse assessment gebruikt, een lastig te vertalen begrip. Gebruik in je bibliotheekevaluatie terminologie die overeenkomt met die van de universiteit.
3. Integreer data van de bibliotheek in de universitaire data verzameling. In de Verenigde Staten is men verder met Learning Analytics dan in Nederland. De bedoeling van deze aanbeveling is dat de bibliotheek ervoor zorgt dat haar gegevens worden geïntegreerd in de LA-bestanden, maar ook dat men gebruik kan maken van de gegevens uit LA.
4. Kwantificeer het effect van de bibliotheek op studiesucces. Dit is de lastigste aanbeveling uit het rapport. Hoe doe je dit? Er staat dan ook een hele reeks vragen voor verder onderzoek genoemd.
5. Vergroot de rol van de bibliotheek in het onderwijs en in het leerproces. Integreer bronnen in de leeromgeving en in worksflows, regel workshops en onderwijs, en meet de resultaten hiervan.
6. Werk samen met andere stakeholders in het onderwijsveld. Niet alleen in je eigen instelling, maar ook daarbuiten, zoals met musea, openbare bibliotheken, archieven. Onderzoek wat zij doen, maak er gebruik van.

Dit is allemaal nogal kort door de bocht opgeschreven. Het rapport is veel genuanceerder en geeft naast aanbevelingen ook een enorme lijst aan mogelijkheden voor verder onderzoek.  Ook omvat het rapport een handleiding voor een website waarop de literatuur over het onderwerp in een visualisatie-tool is opgenomen. Gelukkig is er ook een gewone bibliografie (24 pagina’s) beschikbaar.

 

 

Performance measurment Oxford (3)

user_experience_sarah_weiseEen belangrijk onderdeel van het congres in Oxford waren workshops en presentaties over UX (user experience). Dit is toch wel een trend te noemen in deze tak van sport: het onderzoeken van de ervaringen van de gebruiker door middel van technieken die deels uit het ICT domein komen (user interfaces testen) en deels uit de antropologie. Beide domeinen kwamen aan bod. De ook in Nederland bekende UX-goeroe Andy Priestner was niet aanwezig, maar twee andere bekende onderzoekers wel: Andrew Asher en Donna Lanclos.
Aan wat voor technieken moeten je denken? Bijvoorbeeld aan dagboeken, die volgens een bepaalde structuur en vraagstelling gevuld worden, of aan liefdesbrieven aan de bibliotheek, of juist “breaking-up-letters”. Ook het meelopen met een student (shadowing), observaties en eyetracking worden toegepast. Wat levert dat zoal op?

Frankie Wilson, Bodleian Libraries, onderzocht een groep PhD’s. Of eigenlijk maakte zij ze co-researcher in haar onderzoek, door ze ook te betrekken bij haar onderzoeksmethodiek die vooral gebaseerd was op dagboeken. Wat bleek: de PhD’s, die vanuit de hele wereld naar Oxford komen, voelen zich vooral eenzaam en verlaten. Ze hebben behoefte aan een verwelkomende community. Vanuit de bibliotheek hebben ze vooral behoefte aan tijdbesparende tips, zoals het gebruiken van citatiesoftware.

De MacOdrum Library deed een onderzoek naar de usability van LibGuides. Hierbij bleek dat deze vaak veel te veel informatie bevatten. De studenten willen vooral (max 5) belangrijke databases, informatie over citeren en een contactadres voor een vakspecialist. Qua lay-out werd gekozen voor tabs in “accordeons” in plaats van  tabs bovenaan of in het linkerframe.

In Harvard hebben ze een heel lab om bibliotheek user interaces te bestuderen. Mooie quote “A user interface is like a joke. If you have to explain it, it’s not that good”.

Heel bijzonder was een workshop over etnografie, verzorgd door Ashner en Lanclos. We werden in kleine groepjes naar buiten gestuurd, waar we gestructureerd observaties moesten doen. Denk aan de activiteiten die je ziet, de middelen die mensen daarbij gebruiken, wat de looppatronen zijn en hoe mensen interacteren met elkaar en de omgeving. Wij gingen naar een grasveldje bij een museum, waar we in 15 minuten een heel avontuur observeerden. Eerst zagen we mensen vooral foto’s maken met hun mobieltje, lekker op bankjes zitten met eten, en wat lezen. Opeens klonk er gekrijs. Er stond een hoge boom, met daaromheen een hoog hek. Een klein meisje was tussen de spijen van het hek door gekropen en kun niet meer terug. Haar moeder sjorde nog, maar het koppie van het kindje bleef klem zitten. Paniek! En wat moet je dan doen als observant? We zijn bibliotheekmensen, hulpvaardigheid zit ons in het bloed. Dus gingen we toch maar naar binnen om een sleutel van een slot te halen, dat op het hek zat. Jammer genoeg werkte het slot niet, maar het meisje ontsnapte toch nog op een Houdini-achtige wijze uit haar kooi. Einde verhaal.
knel

Het klinkt allemaal heel banaal, maar als je hoorde met hoeveel informatie alle groepjes terugkwamen na 15 minuten observeren, dan is dit een heel goede manier om in korte tijd veel informatie boven water te halen.

Voor wie alles wil weten over de antropologische methode verwijs ik naar de ERIAL toolkit, die al wat ouder is, maar nog steeds relevant en een presentatie uit Cambridge, waar UX aan de orde van de dag lijkt te zijn.  Of lees het tijdschrift Weave. 

Performance measurement Oxford (2)

LibQUALlogo_PNGThe Libqual Sessions. 

Het congres is altijd een reünie voor de LibQual-community, waar wij in Leiden intussen ook deel van uitmaken. We deden mee aan workshop voor LibQualers. De vraag die gesteld werd was wat onze ervaringen waren met de verschillende fasen uit het LibQual proces. Op de een of andere manier kwam er alleen maar gemopper op de (onvermijdelijke) post-its terecht. Herkenbare opmerkingen:

  • De websurvey ziet er lelijk en onaantrekkelijk uit
  • Sommige vragen zijn onbegrijpelijk
  • Het gaat vooral over traditionele bibliotheekdiensten
  • Er zit een stevige USA-bias in de configuratie van de enquete
  • De methodiek is lastig uit te leggen

Dit allemaal genoemd hebbend, kwamen er enkele deelnemers met alternatieven, zoals MISO (Amerikaans colleges) en Insync (Australisch) http://educationandlibraries.insyncsurveys.com.au/our-clients/universities/
Nadeel van het overstappen naar een ander survey instrument is dat je de trends uit je enquêtes van de voorgaande jaren kwijt bent. En die zijn juist interessant. Men verwacht dat LibQual op korte termijn aanpassingen zal gaan doen.
Handige tip die we opvingen: gebruik NVIVO analyse software om de open comments te analyseren.

Naast de workshop werden er ook een aantal presentaties over LibQual gehouden. Spectaculair waren de resultaten van LibQual in de University of Limerick. In 2007 begonnen zij met LibQual: hun radar charts waren helemaal rood. Ze hebben een heel traject aan verbeteringen opgezet, variërend van self-service tot de inrichting van een post-graduate reading room. Ook hebben ze een campagne “Every seat counts” opgezet, waarbij studenten de spullen van mensen die te lang weg zijn, mogen opruimen. Gevolg van dit alles: het rood is verdwenen uit de radars!

Jacky Belanger (University of Washington) vertegenwoordigt een van de bibliotheek die heel bewust géén gebruik maken van LibQual, maar al jarenlang een eigen instrument gebruiken. Haar presentatie handelde over de moeilijkheden die je ondervindt als je resultaten van gebruikersonderzoek wilt omzetten naar verbeteracties. Soms kan dat helemaal niet (bv uitbreiden van het aantal werkplekken) en soms gelooft de bibliotheekstaf de resultaten van het onderzoek gewoon niet. De bibliotheekcultuur is bovendien niet altijd even veranderingsgezind. Wat interessant is, is dat men de strategische planning van de bibliotheek heeft afgestemd op de resultaten van het onderzoek.

Performance measurement Oxford (1)

kebleVorige week was ik bij het congres 12e International Conference on Performance Measurement in Libraries, dit keer in Oxford.

Voor mij was het de vierde keer dat ik dit congres bijwoonde. Opnieuw was het een erg goed congres, met veel interessante sprekers en een levendige assessment community. Het congres duurde 3 dagen, volgepropt met lezingen en workshops. Op de 4e dag volgde ik een 7 uur lange workshop over datavisualisatie mbv Tableau.

Naast het interessante congres is het ook erg leuk om in Oxford te zijn. We sliepen in Keble College, waar het congres ook plaatsvond. Een 19e eeuws gebouw, typisch een engels college, met een prachtig grasveld waarom heen de collegegebouwen staan. De eetzaal was een belevenis op zichzelf!
eetzaal
Het voert te ver om iets over alle presentaties te vermelden, daarom hierbij een selectie van de belangrijkste bevindingen.

De vorige keren gingen veel presentaties over de relatie tussen bibliotheekgebruik en studiesucces. Graham Stone van de University of Huddersfield was één van de eersten die hierover in 2013 rapporteerde. Ik schreef daar toen over. Inmiddels zijn er veel meer van dit soort studies gedaan en keer op keer blijkt dat er een correlatie is tussen hoge cijfers en frequent bibliotheekgebruik. Er is nu een stroming in de VS die er vanuit gaat dat dit voldoende bewijs is voor een causaal verband: doordat studenten de bibliotheek veel gebruiken halen ze beter cijfers (in de bibliotheek word je slimmer). Gelukkig zijn er ook nog anderen, die hier tegen in gaan. Zoals Andrew Asher, een van de onderzoekers van het ERIAL project, waarover later meer, twitterde: “Pretty sure the relationship is high achieving students tend to use the library, not library use produces better grades”

Woorden én daden

brugWat een inspirerende aanpak van informatievaardigheid hebben ze bij de Hogeschool Rotterdam! Een hele eigen aanpak, die tot mooie resultaten leidt, zo bleek op de LOOWI middag van 2 juni. Rotterdam zoekt naar mogelijkheden om informatievaardigheid écht te integreren in het onderwijs en bewandelt daarbij de weg van “grass roots“: kleine initiatieven bij opleidingen, die als good practice kunnen worden doorgegeven aan andere opleidingen. Daarbij wordt niet geschroomd om informatievaardigheid af te schaffen! Studenten krijgen informatievaardigheid toegediend als “Vieze pil in lekker soep”: je wilt het niet maar krijgt het tóch en je merkt alleen de werking ervan. Informatievaardigheid wordt in deze benadering geheel in het onderwijs opgenomen, in samenwerking tussen docent en informatiespecialist wordt de inhoud van het onderwijs vanuit de eindtermen ingevuld. Met name de contextuele invulling van informatievaardigheid wordt hierbij vorm gegeven. Een succesvolle aanpak!

Ik hoop dat Rotterdam ons ook op de hoogte gaat houden van hun poging om een vertaalslag te maken van het ACRL Framework naar de onderwijspraktijk, want dat zijn ze óók van plan! Dat lijkt me lastig, het ACRL Framework is erg bibliotheekachtig. Maar het zijn bruggenbouwers, daar in Rotjeknor, dus ze zullen er zeker iets van gaan maken!