Auteursarchief: annekedirkx

ACRL Framework for Information Literacy (7)

banner_updateDe vervanging van de ACRL Normen voor Informatievaardigheid, het Framework, is op 2 februari 2015 aangenomen door het bestuur van de ACRL. Daarmee is een heel lang traject bijna ten einde gekomen. Ik zeg bijna, want het aangekondigde einde van de normen is uitgesteld. Er is een brief op hoge poten door belangrijke mensen naar ACRL gestuurd, waarin is aangegeven dat je niet zomaar die normen kunt afschaffen en vervangen door iets nieuws. Daar is gehoor aan gegeven door de komende twee jaar een transitietraject in te stellen. In die periode wordt gekeken hoe het nieuwe Framework praktisch kan worden ingezet; er worden good practices verzameld en er is zelfs iemand binnen de ACRL aangesteld om dit proces te begeleiden.

Tot zo ver de procedurele kant van deze ontwikkeling. Interessanter is de inhoudelijke kant. Moet het onderwijs in informatievaardigheid nu helemaal op zijn kop, nu er zo’n nieuw framework is? Waar gebruiken we de normen nu voor en kunnen we het framework op dezelfde manier gaan gebruiken? Moeten we onze klanten ermee lastig vallen? Nee, natuurlijk niet, zeker niet als we dat niet willen. De normen zijn in Nederland door het LOOWI geïntroduceerd en worden veel gebruikt om met docenten over informatievaardigheid te spreken. Of om toetsing mogelijk te maken. Maar noch het LOOWI noch de ACRL hebben formeel iets te zeggen over het onderwijs in onze hogescholen en universiteiten. Het is uiteindelijk aan iedere instelling zélf te bepalen wat zij willen doen met hun onderwijs in informatievaardigheid.  En laten we realistisch zijn: we zijn vaak al blij als we een paar uurtjes in een heel curriculum mogen vullen. Daarin krijgen we het nooit voor elkaar om alle aspecten zoals beschreven in het Framework de revue te laten passeren. Meredith Farkas schreef een lezenswaardig blog over deze zaken.

Een site waar een poging gedaan wordt om de oude normen op het nieuwe Framework te “mappen” is inmiddels ook al gemaakt, maar zonder medewerking van het team dat het Framework ontwikkelde. Die vinden dat zoiets niet kan, omdat het Framework iets héél anders is.

Binnen een werkgroep van het UKB wordt momenteel gewerkt aan een advies aan het UKB bestuur waarin de voorkeur wordt uitgesproken om met een ander Framework te gaan werken: het Researcher Development Framework.
Op 17 april vindt in Leiden een LOOWI bijeenkomst plaats waarin de normen en twee frameworks en de toepasbaarheid in universiteit en HBO uitgebreid aan de orde worden gesteld. De uitnodigingen daarvoor worden medio maart verstuurd.

 

 

Wat is het je waard?

ROIplaatjeJe steekt er geld in, maar levert dat wat op? En wat dan? Is dat uit te drukken in geld? Een onderzoeksgroep rondom Carol Tenopir en Bruce Kingma denkt van wel. In elk geval doen zij verwoede pogingen om in kaart te brengen wat de Return on Investment (ROI) van universiteitsbibliotheken is. Het begon allemaal in 2008 bij de University of Illinois, waar werd uitgezocht of je aan de hand van de inkomsten uit Grants (subsidies) kon nagaan wat de bijdrage daaraan was geweest vanuit de bibliotheek. Daartoe telde men citaties in het onderzoeksvoorstel, waarbij men aannam dat deze citaties uit bibliotheekbronnen afkomstig waren. Via een ingewikkelde berekening stelde men vast dat één dollar die geïnvesteerd was in de bibliotheek $ 4,38 opleverde.
Dit onderzoek is bekend geworden onder de titel Lib-Value Phase I.
Phase II deed ditzelfde onderzoek bij 8 bibliotheken, verspreid over een aantal landen. Dat bleek veel lastiger en leidde niet tot een eenduidig resultaat. Pikant detail: beide onderzoeken werden gesponsord door Elsevier.
In het meest recente nummer van College and Research Libraries is het verslag te vinden van Phase III. Hierin is het onderzoek op een andere wijze voortgezet bij de Syracuse University Library. In deze benadering heeft men via een enquete een aantal gegevens boven water gehaald: hoeveel bibliotheekbronnen heb je bij je laatste bibliotheekbezoek én bij het laatste digitale bezoek gebruikt, hoeveel bibliotheekbronnen heb je gedurende de laatste 30 dagen gebruikt en hoeveel zou je bereid zijn te betalen (in tijd en geld) om deze bronnen elders fysiek of digitaal op te halen. De onderzoeksgroep bestond uit 222 docenten en 782 studenten. Op de onderzoeksresultaten werd een berekening losgelaten. Hieruit blijkt dat iedere dollar die wordt uitgegeven voor de bibliotheek een waarde vertegenwoordigt van $4.13 voor studenten en onderzoekers.
Nu lijkt dit allemaal exacte wetenschap, maar dat is het natuurlijk niet. Het is voor een groot gedeelte gebaseerd op nattevingerwerk, maar het geeft wel een positief beeld van de waarde die de bibliotheek heeft voor onze klanten.

 

Het einde in zicht: ACRL normen herzien (6)

banner_updateVrijdag 16 januari 2015 verscheen de laatste en definitieve versie van het ACRL Framework for Information Literacy in Higher Education. Deze versie ligt nu voor bij het bestuur van de ACRL, zij nemen op 2 februari een besluit over dit concept. Gezien de begeleidende tekst, waarin een overzicht van de reacties op het Framework, zal dit een positief besluit worden.
Opvallend is dat er opnieuw een herziene definitie van informatievaardigheid is geschreven: “Information literacy is the set of integrated abilities encompassing the reflective discovery of information, the understanding of how information is produced and valued, and the use of information in creating new knowledge and participating ethically in communities of learning”. Gelukkig is het informatie ecosysteem, waar in de vorige versie nog van gerept werd, verdwenen, maar nu is het opeens beperkt tot communities of learning. Hiermee lijken onderzoekers buiten de boot de vallen, dat zal toch niet zo bedoeld zijn.

Het komt op mij vreemd over dat een werkgroep die sinds 2012 aan het schrijven is over informatievaardigheid, eind 2014 opnieuw een definitie daarvan moet bedenken. De definitie ligt aan de grondslag van het hele framework, het geeft te denken.

Ten opzichte van de vorige versie zijn vooral de inleidingen op ieder frame veel concreter geworden. Die zijn er beslist op vooruit gegaan. Mij viel op dat in het stukje “Authority is constructed and contextual” Wikipedia als bron waar men extra kritisch naar moet kijken, is verdwenen. Of dit een promotie is voor Wikipedia, of een gevolg van een controverse over het onderwerp, weet ik niet.

Verder is er een betere ordening aangebracht: een aantal onderwerpen is van Frame verschoten. Ook is een aantal onderwerpen verdwenen, zoals uit het Frame Research as Inquiry: “embrace the messiness of research” Die vond ik zelf nog wel aardig, maar kennelijk is ie toch een beetje te wild voor de ACRL.

De begeleidende tekst geeft ook een verantwoording voor dingen die ze niet hebben gedaan:
1. Er komt geen mapping van de Normen naar het Framework. Dit kan niet, want het Framework heeft een veel meer integratief uitgangspunt dan de normen.
2. Er worden geen leerdoelen beschreven. Dit doet men niet omdat leerdoelen door onderwijs zelf geschreven dien te worden, ACRL kan die niet voorschrijven.
3. De volgorde van de Frames: deze zijn alfabetisch geordend, omdat ze vanwege het integratieve geheel niet in belangrijkheid te onderscheiden zijn.

Wel adviseert met een werkgroep in te richten die de transitie van normen naar framework gaat begeleiden. Die zullen hun handen eraan vol hebben.

Wat de gevolgen voor Nederland zullen zijn is nog niet duidelijk. In de LOOWI bijeenkomst in april zal hier aandacht aan worden besteed. Inmiddels is wél duidelijk dat de universiteitsbibliotheken voorkeur hebben voor het werken met Engelse model, het Researcher Development Framework in combinatie met de Sconul Seven Pillars.

 

 

 

ACRL Framework: een kader op drijfzand? (5)

banner_updateOp 12 november 2014 werd de derde draft van het ACRL Framework for Information Literacy gepubliceerd. Het lijkt erop dat men dit concept nog éénmaal wil laten becommentariëren en in januari 2015 aan de ACRL wil voorleggen. Het is een langdurige exercitie, die al sinds maart 2013 loopt. Alhoewel dit dus nog niet het definitieve document is, is het nuttig om het resultaat tot nu toe eens nader te bespreken.

Een algemeen gehoord punt van kritiek is het feit dat het gehele raamwerk gebaseerd is op zogenaamde Threshold-concepten. Dat is een term uit de onderwijskunde die concepten omschrijft waarbij de lerende opeens een dieper inzicht krijgt. Een moment waarop het kwartje valt. De theorie achter deze thresholds is nog onderwerp van academische discussie (*) en het werken ermee leidt in elk geval niet tot een pragmatisch Framework. Er is geen concreet leerdoel in te bespeuren, die moet je zelf nog gaan verzinnen. Het geheel is zelfs zo filosofisch en abstract geworden dat Megan Oakleaf inmiddels een Roadmap voor implementatie van het Framework heeft geschreven.

Het Framework biedt een nieuwe definitie van Informatievaardigheid. Ik citeer uit draft 3:
Information literacy is a spectrum of abilities, practices, and habits of mind that extends and deepens learning through engagement with the information ecosystem. It includes: 

  • understanding essential concepts about that ecosystem;
  • engaging in creative inquiry and critical reflection to develop questions  and to find, evaluate, and manage information through an iterative process;
  • creating new knowledge through ethical participation in communities of learning, scholarship, and civic purpose;
  • adopting a strategic view of the interests, biases, and assumptions present in the information ecosystem.  

We hebben het dus over een information ecosystem. Vermoedelijk wordt hier de interactie tussen informatie en omgeving bedoeld, maar deze definitie is naar mijn mening lastig te communiceren met onze doelgroep (docenten en onderzoekers).

De zes concepten waarmee het kader is opgebouwd zijn diverse malen opnieuw beschreven, ook de labels waarmee ze betiteld worden zijn aan revisies onderhevig. De laatste move is dat de volgorde nu opeens alfabetisch is geworden. Dit zijn ze:
1. Authority Is Constructed and Contextual
2. Information Creation as a Process
3. Information Has Value
4. Research as Inquiry
5. Scholarship Is a Conversation
6. Searching Is Strategic
Er wordt veel commentaar geschreven over de inhoud van deze concepten. Inmiddels zijn de teksten wel sterk verbeterd en valt er mee te leven. Maar ook deze teksten zijn als gespreksonderwerp met docenten en onderzoekers niet echt handig.

Er zal nog wel veel rumoer op internet losbarsten. Het is te volgen op twitter onder hashtag #ACRLrevisions.
Een rapport waarin het nieuwe Framework met enthousiasme wordt begroet is uit de koker van Ithaka S+R: http://sr.ithaka.org/blog-individual/information-literacy-and-research-practices
Een criticus is Tefko Saracevic, die op het recente ECIL congres een presentatie over het Framework hield.
Een andere kritische volger is Lane Wilkinson, die op zijn blog interessante posts plaatst over het Framework.

*) Barradell, Sarah (2013). The identification of threshold concepts: a review of theoretical complexities and methodological challenges. Higher Education, 65:265–276.

Gamification in de universiteitsbibliotheek ILI2014, 3

bookedin-web-bannerNee, dit gaat niet over gaming in de bibliotheek. Gamification is het gebruiken van spelprincipes om klanten van de bibliotheek meer te motiveren, betrekken en stimuleren tot gebruik van de bibliotheek. In Manchester en Glasgow zijn ze hier volop mee bezig. In die bibliotheken kan je als gebruiker (meestal student) punten verzamelen door boeken te lenen, extra vroeg of juist extra laat in de bieb te zijn, commentaren te schrijven of vrienden uit te nodigen om mee te spelen. Deze gegevens zijn gekoppeld aan de persoonlijke account van de studenten en iedere actie die zij in de bibliotheek met hun account doen levert hen punten op. De gegevens zijn ook gekoppeld aan achterliggende bibliotheekapplicaties, zoals Syndetics, waardoor omslagen van boeken beschikbaar zijn voor de deelnemers. Ook zijn er koppelingen met EZproxy en andere bibliotheeksystemen.
Achtergrond van deze beweging is het onderzoek dat enkele jaren geleden in Huddersfield (Library Impact Data Project) werd gedaan en waaruit bleek dat studenten die vaker de bibliotheek bezoeken en daar gebruik maken van de diensten ook betere studieresultaten behalen. Via gamifaction tracht men de studenten dus eigenlijk betere studiesuccessen te laten boeken door ze te binden aan de bibliotheek.
Tijden ILI2014 zagen we BookedIn van de University of Manchester en LibraryTree van de University of Glasgow. Genoemd werd tevens LemonTree van Huddersfield. Het bedrijf dat deze applicaties maakt is: http://librarygame.co.uk/. Manchester is begin september 2014 gestart en heeft inmiddels al meer dan 1000 deelnemers. Hoe die mee blijven doen is nog niet bekend en of het hoger studierendement oplevert evenmin, maar het is zeker interessant om te volgen.

Wie meer wil lezen over gamification: Nicholson, S. (2012, June). A User-Centered Theoretical Framework for Meaningful Gamification.
Paper Presented at Games+Learning+Society 8.0, Madison, WI

 

 

Makerspaces in de bibliotheek: ILI2014, 2

FrysklabJe kunt er bijna altijd 3D-printen, maar dat is niet het enige: makerspaces, fablabs of library labs, het zijn relatief nieuwe fenomenen in bibliotheekland. Een makerspace is een werkplaats waar je allerlei nieuwe technieken kunt uitproberen, kunt leren programmeren, filmpjes bewerken, robots kunt besturen en nog veel meer dingen kunt uitproberen of je creativiteit kunt uitleven. In Nederland zie je ze zo nu en dan verbonden aan Openbare Bibliotheken, waarbij het FryskLab van Jeroen de Boer en zijn maten wel de kroon spant. Die rijdt met een bus vol technisch vernuft door Friesland om zo ook het platteland te bedienen. Jeroen was één van de sprekers op ILI2014 en hij hield een enthousiast en gloedvol betoog over zijn project. In een vrolijk filmpje toonde hij de FryskLab bus.
Ik vroeg me onmiddellijk af of dit soort makerspaces ook in wetenschappelijke bibliotheken thuishoren. Ik kan me er wel iets bij voorstellen want als je als bibliotheek het leren wilt faciliteren, dan is een makerspace een logische aanvulling op het arsenaal werkplekken, computers, printers en (digitale) collecties. Een plek waar je met de nieuwste apparatuur aan de slag kunt, leert programmeren of coderen in een veilige omgeving, videoproducties maakt, animaties samenstelt of tóch maar een 3D printer aan het werk zet. Ik denk alleen dat het onderwijs niet zonder meer de bibliotheek als logische plek voor dit alles ziet. Er valt nog wat missiewerk te verrichten door Jeroen en zijn FryskLab.

ACRL schreef eind 2012 een informatief artikel over makerspaces in academic libraries.

Door ogen van de klant: ILI2014, 1

UXUX duikt opeens overal op . Zo ook op het Internet Librarian Congres, dat afgelopen week in London werd gehouden. UX staat voor User Experience en er zijn zelfs al mensen die zich UX-librian noemen. Eén van hen, Georgina Cronin (UX librarian Cambridge Judge Business School) hield een vurig pleidooi voor deze nieuwe tak van sport. Er is nu ook een tijdschrift over dit onderwerp: WEAVE.
UX onderzoekt alle ervaringen die klanten in de bibliotheek hebben: websites, user interfaces, diensten en het gebouw. Hiertoe bedient UX zich van onderzoeksmethoden uit een breed scala domeinen: ICT, statistieken, psychologie en etnografie/antropologie. UX levert inzichten op in de wijze waarop een gebouw gebruikt wordt (hoe vaak zie je niet dat een ruimte anders gebruikt wordt dan door vooraf bedacht), hoe een website begrijpelijk kan worden ontwikkeld, waarom bepaalde diensten minder worden gebruikt dan gedacht etc.
Voor bibliotheken is met name het etnografische onderzoek tamelijk nieuw. Het bekendste voorbeeld is het ERIAL-project, dat een uitgebreid handboek voor etnografisch onderzoek in de wetenschappelijke bibliotheek opleverde. De onderzoeker duikt onder in de wereld van de klant en beschrijft van binnenuit zijn ervaringen. Dat levert grappige verhalen op over de plekken waar klanten bij voorkeur slapen (als je 24/7 open bent, dan wordt er wel eens een uiltje geknapt) maar ook relevante vragen over het waarom er in een bibliotheek die zo lang open is niet gegeten of gedronken mag worden. Een korte impressie van etnografie in de bibliotheek is geschreven door Bryony Ramsden (Huddersfield). Zij schreef ook een overzicht van al het etnografisch onderzoek dat in bibliotheken wordt uitgevoerd.

Een tweede presentatie die op dit onderwerp aansluit betrof het onderzoek dat Keren Mills van de Open University deed: “What do students want form discovery tools“. Interessant omdat de OU een zeer grote studentenpopulatie kent, alhoewel qua leeftijd en achtergrond weer niet helemaal vergelijkbaar met een gewone universiteit. Wat studenten eigenlijk willen is dat een discovery tool gedachten kan lezen, daar komt het op neer. En dat lukt natuurlijk nooit, dus het blijft worstelen, vooral met relevance ranking. Er bleek ook een verschil te zijn tussen wat studenten zeggen dat ze willen (tabs) en wat ze gebruiken (tabs worden weinig gebruikt). In de presentatie werd een tabel getoond waarin bleek dat twee universiteiten die beiden Primo gebruikten een groot verschil lieten zien in succesvolle zoekopdrachten. De Primo van Birmingham leverde in 36% van de gevallen succes op, die van York in 75%. Het verschil wordt verklaard uit de overmaat aan zoekopties die in Birmingham worden aangeboden. En wat willen studenten dan?

1. Een eenvoudige interface, die duidelijk maakt waar je in zoekt
2. Zoekresultaten openen in een nieuw tabblad
3. Duidelijk resultatenoverzicht
4. Known item search moet goed werken
5. Het moet meteen duidelijk zijn als iets fulltext beschikbaar is
6. Een bibiotheek-zoekbalk in de leeromgeving
7. Autocomplete functie in de zoekbalk
8. Zoekvragen bewaren
9. Een personal library shelf
10. Google-like relevance ranking

 

 

Impact van bibliotheken: ISO 16439:2014

metenWe hebben er lang op gewacht, maar nu is ie er eindelijk: de ISO norm Methods and procedures for assessing the impact of libraries. Roswita Poll, projectleider, vertelde al 3 jaar geleden dat deze norm ontwikkeld werd, maar dat het ingewikkelde materie en een traag proces was. Zo’ n norm doorstaat heel wat reviews voordat ie wordt vastgesteld.

Deze norm is de derde in een rijtje normen die vastleggen hoe je prestaties kunt meten in bibliotheken:

ISO 2789:2013 International library statistics
ISO 11620:2014 Library performance indicators

De norm is minder normatief dan je zou verwachten. Geeft 11620 gewoon recht voor zijn raap aan hoe je berekeningen moet maken, het meten van impact is heel wat minder direct. Feitelijk geeft deze norm aan welke data je zou kunnen gebruiken om de impact van de bibliotheek af te leiden. Gelukkig begint de norm met een hele riedel definities, zodat we ook kunnen lezen wat impact in dit verband betekent: Difference or change in an individual or group resulting from the contact with library services.
Impact is onderdeel van de trits input (geld, personeel, collectie..), output (uitleningen, downloads, beantwoorde vragen), outcome (aantal gebruikers, klanttevredenheid), impact, value (belang  dat stakeholders hechten aan de bibliotheek).

Het rapport leest niet lekker weg, maar geeft wel een mooi overzicht van de data die je zou kunnen gebruiken om impact aan te tonen. Veel van die data heb je als bibliotheek al in huis, zoals bezoekersaantallen of uitleenstatistieken. Maar je kunt ook nieuw onderzoek doen en de norm geeft allerlei handvatten voor verschillende methodieken. In dat kader komt ook gebruikersonderzoek uitgebreid aan de orde.
Wat de norm bovendien interessant maakt is dat het een overzicht geeft van recente literatuur over de besproken onderwerpen.
Misschien klinkt het allemaal taai en saai, maar in tijden van bezuinigingen is het nooit weg om aan te tonen dat de bibliotheek er toe doet.

De norm is via NEN  te koop voor het astronomische bedrag van € 176,-.

NMC Horizon Report 2014 Library edition

NMCBegin augustus verscheen een nieuw rapport in de NMC Horizon-reeks. Het New Media Consortium laat ieder jaar haar licht schijnen over de te verwachten invloed van technologische ontwikkelingen op onderwijs. Ieder rapport behelst een aantal trends die op korte termijn te verwachten zijn, op middellange termijn en op langere termijn. Nu is er een speciale editie gemaakt die zich uitsluitend richt op wetenschappelijke bibliotheken. Interessante kost derhalve. Het rapport is samengesteld op basis van interviews met experts, die een aantal vragen hebben beantwoord.
1. Welke trends beïnvloeden de  ontwikkeling van de bibliotheek binnen nu en vijf jaar?
2. Wat zijn de uitdagingen voor de bibliotheek de komende vijf jaar?
3. Welke technologieën zullen de komende vijf jaar de ontwikkeling van bibliotheken beïnvloeden?
Het blijkt dat er veel overlap is tussen de onderwerpen. De genoemde trends hebben soms relaties met technologische ontwikkelingen of ze zorgen voor problemen die opgelost moeten worden (in mooi Amerikaans gecamoufleerd taalgebruik Challenges genoemd). Kort door de bocht gaat het rapport vooral over de volgende onderwerpen:
1. Data data data (datamanagement, linked data, data-collections)
2. Wetenschappelijke publicaties in een écht digitaal jasje  (dus geen pdf’s, maar electronic publishing)
3. Open access
4. Mobiel: zowel de informatie als de diensten moeten mobiel toegankelijk zijn
Eigenlijk niet zoveel nieuws onder de zon voor degenen die ontwikkelingen in bibliotheekland volgen. Ik begrijp dan ook eigenlijk niet wie de doelgroep is van dit rapport.
Een uitgebreidere samenvatting is inmiddels beschikbaar. Een kritische beschouwing is van de hand van Barbara Fister (Library Babel Fish).
Het rapport is hier te downloaden.

 

 

 

 

Creatief met Ranganathan

S.R Ranganathan Painting by Mr. A Ramakrishna ART Teacher, KV No.2 Vijayawada

In 1931 stelde Shiyali Ramamrita Ranganathan zijn “Five Laws of Library Science” op. Ranganathan, wiskundige en bibliothecaris, en tevens beroemd om zijn Colon Classification, bood met deze grondregels een handvat voor de ontwikkeling van bibliotheekbeleid. Al enige jaren doen mensen pogingen om deze wetten aan te passen aan de veranderde omstandigheden. De researchers van het OCLC hebben dit ook bedacht en herordenen en herinterpreteren de vijf wetten. Dat doen zij in een dik boekwerk van 128 bladzijden: Reordering Ranganathan: shifting user behaviors, shifting priorities.  Ieder hoofdstuk behandelt één van de vijf grondregels en is gebaseerd op uitvoerige en recente publicaties. Het doet allemaal wat gekunsteld aan; de link met de Ranganathan regels is soms ver te zoeken. Dat is jammer, want het overzicht van literatuur over de ontwikkelingen die zich in de bibliotheekwereld afspelen is erg interessant.

  • De oude vierde wet staat nu op de eerste plaats. “Save time of the reader” is belangrijker geworden: Tijd is schaars en content is overweldigend beschikbaar. Hierin klinkt overigens ook de mening van één van de auteurs door: Lynn Silipigni Connaway heeft al eerder betoogd dat gemak (convenience) de keuze van klanten voor producten bepaalt. En bibliotheken blinken nu eenmaal niet erg uit als het om gemak gaat. En om het écht gemakkelijk te maken moet je in de workflow van de gebruiker zien te komen met je bibliotheekdiensten.
  • De tweede wet is op de tweede plaats gebleven en komt er nu op neer dat je moet weten wat je klanten nodig hebben. Hier wordt Kurt De Belder (Directeur UB Leiden) aangehaald als het gaat om nieuwe diensten die onderzoekers ondersteunen, zoals VRE’s, hulp bij datamanagement en data-en textmining.
  • De derde wet is de oude eerste: “Books are for use”. Zorg ervoor dat informatie geleverd kan worden, zowel gedrukte boeken als digitale informatie. Maar zorg er ook voor dat gebruikers zich realiseren dat ze bibliotheekdiensten gebruiken wanneer ze naadloos naar een fulltext artikel worden geleid.
  • De vierde wet “Every book its’ reader” richt zich in de hedendaagse versie op het vindbaar en toegankelijk maken van informatie, liefst (ook weer) binnen de workflow van de gebruiker.
  • De vijfde wet blijft hetzelfde. De bibliotheek is en blijft een groeiende organisatie, die zich blijvend zal ontwikkelen en anticiperen op nieuwe wensen van gebruikers.

Het is overigens opvallend dat het de OCLC-onderzoekers niet gelukt is om net zulke pakkende slogans te verzinnen als Ranganathan.

De vijf wetten van Ranghanathan:

1 Books are for use
2 Every person his or her book
3 Every book its reader
4 Save the time of the reader
5 A library is a growing organism

De nieuwe ordening en interpretatie van OCLC:

Ranghanathans Original Conception OCLC interpretation
Save the time of the reader (4) Embed library systems and services into users’existing workflows
Every person his or her book (2) Know your community and its needs
Books are for use (1) Develop the physical and technical infrastructure needed to deliver physical and digital materials
Every book its reader (3) Increase the discoverability, access and use of resources within users’existing workflows
A library is a growing organism A library is a growing organism

 

Afbeelding: S.R Ranganathan Painting by Mr. A Ramakrishna ART Teacher, KV No.2 Vijayawada

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.