Auteursarchief: annekedirkx

Academic library impact

Een paar weken geleden verscheen het ACRL-rapport Academic library impact: improving practice and essential areas to research. Het is weer zo’n uitgebreid Amerikaans rapport waar je even de tijd voor moet nemen.
Het rapport bouwt voort op een aantal eerdere ACRL publicaties:
2010: Value of Academic Libraries
2015: Academic library contributions to student succes, year 1
2016: Documented library contributions to student learning and succes, year 2
2017: Academic Library Impact on student learning and succes, year 3
De drie laatste publicaties komen allemaal voort uit het AiA project: Assessment in action: academic libraries and student succes. In dit project hebben een groot aantal Amerikaanse bibliotheken kleine onderzoekjes kunnen uitvoeren naar de bijdrage van de bibliotheek aan studiesucces. Al deze onderzoekjes bij elkaar leenden zich voor een soort meta-analyse. Dit vormt de kern van het nieuw verschenen rapport.

Op basis van deze analyse identificeren de auteurs zes onderwerpen waarmee de bibliotheek haar bijdrage aan studiesucces kan aantonen of vergroten. Ik doe een poging tot vertaling.
1. Communiceer over de bijdrage van de bibliotheek.  Richt deze communicatie op zowel universiteitsleiding als afdelingshoofden. Kijk goed welke terminologie je hierbij gebruikt. Bijvoorbeeld: spreek niet over diensten, maar over programma’s of activiteiten.
2. Stem de evaluatie van de bibliotheek af op de missie van de universiteit. Hier wordt het Engelse assessment gebruikt, een lastig te vertalen begrip. Gebruik in je bibliotheekevaluatie terminologie die overeenkomt met die van de universiteit.
3. Integreer data van de bibliotheek in de universitaire data verzameling. In de Verenigde Staten is men verder met Learning Analytics dan in Nederland. De bedoeling van deze aanbeveling is dat de bibliotheek ervoor zorgt dat haar gegevens worden geïntegreerd in de LA-bestanden, maar ook dat men gebruik kan maken van de gegevens uit LA.
4. Kwantificeer het effect van de bibliotheek op studiesucces. Dit is de lastigste aanbeveling uit het rapport. Hoe doe je dit? Er staat dan ook een hele reeks vragen voor verder onderzoek genoemd.
5. Vergroot de rol van de bibliotheek in het onderwijs en in het leerproces. Integreer bronnen in de leeromgeving en in worksflows, regel workshops en onderwijs, en meet de resultaten hiervan.
6. Werk samen met andere stakeholders in het onderwijsveld. Niet alleen in je eigen instelling, maar ook daarbuiten, zoals met musea, openbare bibliotheken, archieven. Onderzoek wat zij doen, maak er gebruik van.

Dit is allemaal nogal kort door de bocht opgeschreven. Het rapport is veel genuanceerder en geeft naast aanbevelingen ook een enorme lijst aan mogelijkheden voor verder onderzoek.  Ook omvat het rapport een handleiding voor een website waarop de literatuur over het onderwerp in een visualisatie-tool is opgenomen. Gelukkig is er ook een gewone bibliografie (24 pagina’s) beschikbaar.

 

 

Advertenties

Performance measurment Oxford (3)

user_experience_sarah_weiseEen belangrijk onderdeel van het congres in Oxford waren workshops en presentaties over UX (user experience). Dit is toch wel een trend te noemen in deze tak van sport: het onderzoeken van de ervaringen van de gebruiker door middel van technieken die deels uit het ICT domein komen (user interfaces testen) en deels uit de antropologie. Beide domeinen kwamen aan bod. De ook in Nederland bekende UX-goeroe Andy Priestner was niet aanwezig, maar twee andere bekende onderzoekers wel: Andrew Asher en Donna Lanclos.
Aan wat voor technieken moeten je denken? Bijvoorbeeld aan dagboeken, die volgens een bepaalde structuur en vraagstelling gevuld worden, of aan liefdesbrieven aan de bibliotheek, of juist “breaking-up-letters”. Ook het meelopen met een student (shadowing), observaties en eyetracking worden toegepast. Wat levert dat zoal op?

Frankie Wilson, Bodleian Libraries, onderzocht een groep PhD’s. Of eigenlijk maakte zij ze co-researcher in haar onderzoek, door ze ook te betrekken bij haar onderzoeksmethodiek die vooral gebaseerd was op dagboeken. Wat bleek: de PhD’s, die vanuit de hele wereld naar Oxford komen, voelen zich vooral eenzaam en verlaten. Ze hebben behoefte aan een verwelkomende community. Vanuit de bibliotheek hebben ze vooral behoefte aan tijdbesparende tips, zoals het gebruiken van citatiesoftware.

De MacOdrum Library deed een onderzoek naar de usability van LibGuides. Hierbij bleek dat deze vaak veel te veel informatie bevatten. De studenten willen vooral (max 5) belangrijke databases, informatie over citeren en een contactadres voor een vakspecialist. Qua lay-out werd gekozen voor tabs in “accordeons” in plaats van  tabs bovenaan of in het linkerframe.

In Harvard hebben ze een heel lab om bibliotheek user interaces te bestuderen. Mooie quote “A user interface is like a joke. If you have to explain it, it’s not that good”.

Heel bijzonder was een workshop over etnografie, verzorgd door Ashner en Lanclos. We werden in kleine groepjes naar buiten gestuurd, waar we gestructureerd observaties moesten doen. Denk aan de activiteiten die je ziet, de middelen die mensen daarbij gebruiken, wat de looppatronen zijn en hoe mensen interacteren met elkaar en de omgeving. Wij gingen naar een grasveldje bij een museum, waar we in 15 minuten een heel avontuur observeerden. Eerst zagen we mensen vooral foto’s maken met hun mobieltje, lekker op bankjes zitten met eten, en wat lezen. Opeens klonk er gekrijs. Er stond een hoge boom, met daaromheen een hoog hek. Een klein meisje was tussen de spijen van het hek door gekropen en kun niet meer terug. Haar moeder sjorde nog, maar het koppie van het kindje bleef klem zitten. Paniek! En wat moet je dan doen als observant? We zijn bibliotheekmensen, hulpvaardigheid zit ons in het bloed. Dus gingen we toch maar naar binnen om een sleutel van een slot te halen, dat op het hek zat. Jammer genoeg werkte het slot niet, maar het meisje ontsnapte toch nog op een Houdini-achtige wijze uit haar kooi. Einde verhaal.
knel

Het klinkt allemaal heel banaal, maar als je hoorde met hoeveel informatie alle groepjes terugkwamen na 15 minuten observeren, dan is dit een heel goede manier om in korte tijd veel informatie boven water te halen.

Voor wie alles wil weten over de antropologische methode verwijs ik naar de ERIAL toolkit, die al wat ouder is, maar nog steeds relevant en een presentatie uit Cambridge, waar UX aan de orde van de dag lijkt te zijn.  Of lees het tijdschrift Weave. 

Performance measurement Oxford (2)

LibQUALlogo_PNGThe Libqual Sessions. 

Het congres is altijd een reünie voor de LibQual-community, waar wij in Leiden intussen ook deel van uitmaken. We deden mee aan workshop voor LibQualers. De vraag die gesteld werd was wat onze ervaringen waren met de verschillende fasen uit het LibQual proces. Op de een of andere manier kwam er alleen maar gemopper op de (onvermijdelijke) post-its terecht. Herkenbare opmerkingen:

  • De websurvey ziet er lelijk en onaantrekkelijk uit
  • Sommige vragen zijn onbegrijpelijk
  • Het gaat vooral over traditionele bibliotheekdiensten
  • Er zit een stevige USA-bias in de configuratie van de enquete
  • De methodiek is lastig uit te leggen

Dit allemaal genoemd hebbend, kwamen er enkele deelnemers met alternatieven, zoals MISO (Amerikaans colleges) en Insync (Australisch) http://educationandlibraries.insyncsurveys.com.au/our-clients/universities/
Nadeel van het overstappen naar een ander survey instrument is dat je de trends uit je enquêtes van de voorgaande jaren kwijt bent. En die zijn juist interessant. Men verwacht dat LibQual op korte termijn aanpassingen zal gaan doen.
Handige tip die we opvingen: gebruik NVIVO analyse software om de open comments te analyseren.

Naast de workshop werden er ook een aantal presentaties over LibQual gehouden. Spectaculair waren de resultaten van LibQual in de University of Limerick. In 2007 begonnen zij met LibQual: hun radar charts waren helemaal rood. Ze hebben een heel traject aan verbeteringen opgezet, variërend van self-service tot de inrichting van een post-graduate reading room. Ook hebben ze een campagne “Every seat counts” opgezet, waarbij studenten de spullen van mensen die te lang weg zijn, mogen opruimen. Gevolg van dit alles: het rood is verdwenen uit de radars!

Jacky Belanger (University of Washington) vertegenwoordigt een van de bibliotheek die heel bewust géén gebruik maken van LibQual, maar al jarenlang een eigen instrument gebruiken. Haar presentatie handelde over de moeilijkheden die je ondervindt als je resultaten van gebruikersonderzoek wilt omzetten naar verbeteracties. Soms kan dat helemaal niet (bv uitbreiden van het aantal werkplekken) en soms gelooft de bibliotheekstaf de resultaten van het onderzoek gewoon niet. De bibliotheekcultuur is bovendien niet altijd even veranderingsgezind. Wat interessant is, is dat men de strategische planning van de bibliotheek heeft afgestemd op de resultaten van het onderzoek.

Performance measurement Oxford (1)

kebleVorige week was ik bij het congres 12e International Conference on Performance Measurement in Libraries, dit keer in Oxford.

Voor mij was het de vierde keer dat ik dit congres bijwoonde. Opnieuw was het een erg goed congres, met veel interessante sprekers en een levendige assessment community. Het congres duurde 3 dagen, volgepropt met lezingen en workshops. Op de 4e dag volgde ik een 7 uur lange workshop over datavisualisatie mbv Tableau.

Naast het interessante congres is het ook erg leuk om in Oxford te zijn. We sliepen in Keble College, waar het congres ook plaatsvond. Een 19e eeuws gebouw, typisch een engels college, met een prachtig grasveld waarom heen de collegegebouwen staan. De eetzaal was een belevenis op zichzelf!
eetzaal
Het voert te ver om iets over alle presentaties te vermelden, daarom hierbij een selectie van de belangrijkste bevindingen.

De vorige keren gingen veel presentaties over de relatie tussen bibliotheekgebruik en studiesucces. Graham Stone van de University of Huddersfield was één van de eersten die hierover in 2013 rapporteerde. Ik schreef daar toen over. Inmiddels zijn er veel meer van dit soort studies gedaan en keer op keer blijkt dat er een correlatie is tussen hoge cijfers en frequent bibliotheekgebruik. Er is nu een stroming in de VS die er vanuit gaat dat dit voldoende bewijs is voor een causaal verband: doordat studenten de bibliotheek veel gebruiken halen ze beter cijfers (in de bibliotheek word je slimmer). Gelukkig zijn er ook nog anderen, die hier tegen in gaan. Zoals Andrew Asher, een van de onderzoekers van het ERIAL project, waarover later meer, twitterde: “Pretty sure the relationship is high achieving students tend to use the library, not library use produces better grades”

Woorden én daden

brugWat een inspirerende aanpak van informatievaardigheid hebben ze bij de Hogeschool Rotterdam! Een hele eigen aanpak, die tot mooie resultaten leidt, zo bleek op de LOOWI middag van 2 juni. Rotterdam zoekt naar mogelijkheden om informatievaardigheid écht te integreren in het onderwijs en bewandelt daarbij de weg van “grass roots“: kleine initiatieven bij opleidingen, die als good practice kunnen worden doorgegeven aan andere opleidingen. Daarbij wordt niet geschroomd om informatievaardigheid af te schaffen! Studenten krijgen informatievaardigheid toegediend als “Vieze pil in lekker soep”: je wilt het niet maar krijgt het tóch en je merkt alleen de werking ervan. Informatievaardigheid wordt in deze benadering geheel in het onderwijs opgenomen, in samenwerking tussen docent en informatiespecialist wordt de inhoud van het onderwijs vanuit de eindtermen ingevuld. Met name de contextuele invulling van informatievaardigheid wordt hierbij vorm gegeven. Een succesvolle aanpak!

Ik hoop dat Rotterdam ons ook op de hoogte gaat houden van hun poging om een vertaalslag te maken van het ACRL Framework naar de onderwijspraktijk, want dat zijn ze óók van plan! Dat lijkt me lastig, het ACRL Framework is erg bibliotheekachtig. Maar het zijn bruggenbouwers, daar in Rotjeknor, dus ze zullen er zeker iets van gaan maken!

 

 

ACRL Framework in 23dingen

23ft_logo3Voor wie meer wil leren over het ACRL Framework for Information Literacy is er nu een 23dingen cursus gestart. Volgens het beproefd 23dingen recept: 23 blogposts over specifieke onderwerpen en opdrachten die je kunt inleveren via je eigen blog. Er zijn ook prijzen te winnen, maar dat kan alleen als je in Minnesota woont. Het enige wat wij kunnen winnen is een digital badge, om mee te pronken op je website.

De cursus loopt nu al, en eindigt begin oktober. Ook als je geen fan bent van het nieuwe Framework (zoals ik) biedt de cursus genoeg stof tot nadenken over informatievaardigheid en dat is altijd goed! Ik ga in elk geval meedoen! Maar of ik een badge ga winne, dat betwijfel ik. Ik blog namelijk het liefst in het Nederlands!

 

Een OER zandbak

Alhoewel ik geen grote voorstander ben van het ACRL Framework for Information Literacy, wil ik toch wijzen op een interessant initiatief. Er is een database gebouwd met opengesteld lesmateriaal over de verschillende frames. Een OER-repository voor informatievaardigheid. Er zijn nu ongeveer 100 items opgenomen in wat ACRL een “sandbox” noemt. Een beetje vreemd vind ik dat wel, alsof er nog tijd is voor spelen met de frames, terwijl in de VS de oude ACRL standards zijn afgeschaft.

De Sandbox is te vinden op: http://sandbox.acrl.org/

Ik heb begrepen dat er in UKB-verband ook gewerkt gaat worden aan een repository voor open onderwijsmateriaal over informatievaardigheid. Eigenlijk bestaat zoiets al sinds 2011 op Wikiwijs, maar weinig mensen weten dat. Daardoor staat er nog niet zoveel in. Kijk maar eens: https://zoeken.wikiwijs.nl/search/informatievaardigheden.

 

Inspiratie en innovatie: Pecha Kucha 2017

Het is lang geleden dat ik hier schreef, maar nu moet het toch écht. Want wat ik gistermiddag toch meemaakte! Ik stuiter nog van de inspiratie die ik opdeed op de zeer goed bezochte innovatiemiddag in Utrecht. Een middag waar 12 collega’s uit hoger onderwijs bibliotheken in 11 Pecha Kucha presentaties hun ideeen presenteerden. Moedige collega’s , want het presenteren in deze vorm is bijzonder ingewikkeld. Je moet van goede huize komen om én sprekende dia’s en korte teksten te maken, en die ook nog binnen de beperkte tijd uit te spreken met een bijbehorend enthousiasme. Ik kan niet alles navertellen, het was te overdonderend, maar ik probeer mijn ‘pareltjes’ weer te geven. 

Maurice Vanderfeesten van de UBVU beet het spits af met een fantastische presentatie, vol sprookjesachtige metaforen. Zijn idee voor een open access browser extension lijkt me prachtig! En volgens mij wordt er ook al aan gewerkt, zie openacessbutton.org. 

Het idee van Tessa Pronk van de UB Utrecht is ook erg leuk. In het geheel niet technisch, juist heel persoonlijk. Als boeken uitlenen minder wordt, ga dan expertise uitlenen. Leen een data librarian voor 32 uur of een andere specialist. Het is vooral een andere manier van het in de etalage zetten van je expertise als bibliotheek. Erg leuk, al kreeg ik ook visioenen van leentermijnen en boeteregelingen. 

Meerdere presentaties gingen in op bibliotheek als studeer – en werkomgeving. Claire Vereecken uit Eindhoven toonde voorbeelden van creatief en inspirerend gebruik van de ‘third space’, een plek voor interactie en innovatie. Arja Firet, UB Utrecht wil vooral de mensen in de bibliotheek inspireren en met elkaar in contact brengen. Een stroom aan leuke ideeen kwam voorbij. Voor mij sprong het meest in het oog het voorstel om mensen een foto van hun activiteit, onderzoek in de bibliotheek te laten uploaden en het resultaat te tonen op een groot scherm. Een ware academische community kan op die manier ontstaan! In Twente dromen ze van een bibliotheek als een soort van wellness centrum, althans zo kwam het bij mij over. Ontmoeting, ontspanning, inspiratie, fonteinen, tuinen en zen, ik zag het allemaal langskomen in de droomvlucht van  de presentator van wie ik de naam niet terug kan vinden. 

En nu terug naar mijn werk en kijken of we wat met deze ideeen kunnen gaan doen! 

Met dank aan de organisatoren Dorinne Raaijmakers, Bert Zeeman en Arjan Schalken. Een prachtig initiatief! 

Creating Knowledge (slot):wie is informatievaardig?

Nog eenmaal over het Creating Knowledge CKVIII congres in Reykjavik. Keynote speaker Lisa Hinchliffe (University of Illinois) stelde aan een zaal voor “kenners” de vraag: wie is hier informatievaardig? Slechts een enkeling durfde een hand op te steken! Volgens Lisa het gevolg van het lastig te vatten concept Informatievaardigheid. Vervolgens had Lisa een leuke invuloefening met de zaal: maak je eigen definitie van informatievaardigheid.

lisa

Hier kwamen zeer uiteenlopende antwoorden op, zoals “in order to get a better quality of life” of “in order to create new knowledge”. Lisa benadrukte dat informatievaardigheid sterk afhankelijk is van de context: veel mensen hebben fantastisch georganiseerde iTunes-bibliotheken, compleet met keywords, tags en mapjes, maar ze leggen de link niet met de manier waarop informatie in bijvoorbeeld databases is georganiseerd. Kennelijk ben je in de ene context wél informatievaardig en in de ander niet of minder. Lisa introduceerde het begrip Information aliterate (being able to be information literate, but not interested in doing so). Een interessante gedachte! Lisa had er nog één in petto voor ons: information literacy as a way of life. Ben altijd kritisch, stel altijd vragen en beslis op basis van goede informatie. Informatievaardigheid is geen vaardigheid, maar een houding. Een mooie afsluiter van dit congres!

De slides van deze presentatie zijn te vinden op de congressite.

 

Creating knowledge (3): Frameworks

banner_updateVoor mij was tijdens het CKVIII congres de spannende taak weggelegd om de openings key note te verzorgen. Mijn verhaal was nogal theoretisch: een vergelijking tussen het ACRL Framework for Information Literacy en de Information literacy lens on the Researcher Development Framework. Voor mij was het een verrassing dat vrijwel niemand in de zaal (ruim 200 Scandinavische specialisten op het gebied van informatievaardigheid) het Researcher Development Framework kende. Omdat ik me nogal kritisch uitliet over het ACRL Framework, en met name de praktische toepasbaarheid daarvan,  was ik benieuwd wat de Amerikaanse aanwezigen (collega key note speakers) ervan zouden vinden. Tot mijn verrassing gaven zij mij (min of meer) gelijk. En er werd meteen richting VS getwitterd dat ze daar toch ook eens naar het RDF zouden moeten kijken. Ook bij de samenvatting van het congres werd het RDF nog een keer genoemd als “take away” van het congres.
Op het KNVI congres in november zal ik dit verhaal nogmaals doen, maar er moet intussen al wel wat aangepast worden! Want sinds afgelopen weekend is bekend geworden dat het ACRL bestuur definitief de stekker uit de oude standards (in Nederland de “Normen”) trekt. Dat levert een hoop commotie op, op twitter te volgen via #acrlframework.

De slides van mijn presentatie zijn te vinden op de congressite.