Auteursarchief: annekedirkx

ACRL Framework: en nu de praktijk (9)

banner_updateNu het ACRL Framework een aantal maanden “in gebruik” is, merken de Amerikaanse bibliothecarissen dat het implementeren in de praktijk lastig is. Deze dagen dook opeens een discussie op over het woordgebruik in het Framework, want hoe breng je termen als “Reflective discovery” of “sustained discourse” over aan eerstejaars studenten?  hoe krijg je ze dáár voor op de banken? Iemand anders laat weten het Framework vooral te beschouwen als een intern document, dat moet leiden tot nieuwe documenten per doelgroep. Oeps, dat was geloof ik niet de bedoeling van het geheel.

(Aanvulling 31 augustus: mijn mailbox loopt vol met Amerikanen die elkaar in de haren vliegen over de interpretatie van het Framework. Wil je dit ook volgen, meld je dan aan bij de discussielijst acrlframe@lists.ala.org)

Zoals altijd in bibliotheekland wordt de helpende hand direct uitgestoken, dit keer met een tweetal LibGuides: één voor bibliotheekmedewerkers en één voor studenten. De eerstgenoemde is erg handig: er wordt per frame een link gelegd met de oude ACRL-standards en er worden leerdoelen omschreven (ontbreken in het Framework). Tevens krijg je per frame een aantal tips voor implementatie in je lessen. De tweede LibGuide kende ik al, die was er vrij snel na de lancering en bevat aardige filmpjes waarin geprobeerd wordt de inhoud van een frame te illustreren. De filmpjes lijken erg op de serie “…in plain English” en zijn beslist de moeite van het bekijken waard. Ook te gebruiken als je geen aanhanger bent van het ACRL Framework!

Researcher Development Framework en informatievaardigheid

Research development LiverpoolInformatievaardigheid wordt nog te vaak op één lijn gesteld met bibliografische instructies. Natuurlijk is het zoeken naar informatie een belangrijke vaardigheid, maar er is méér. Het nieuwe ACRL framework doet pogingen om dat te verduidelijken, maar doet dat behoorlijk abstract (zie mijn zeven blogs hierover). Een meer concreet framework is dat van Vitae: het Researcher Development Framework (RDF). Vitae is een Engelse organisatie die zich bezighoudt met professionalisering en ondersteuning van onderzoekers. Je kunt als onderzoeker lid worden van Vitae en dan krijg je allerlei ondersteuning in je professionele ontwikkeling. Niet op het eigen vakgebied, maar juist op het gebied van academische vaardigheden. Enkele jaren geleden ontwikkelde men een overzichtelijke “pizza” waarin de verschillende academische vaardigheden op een handzame wijze werden weergegeven: het Framework. Dit werd in korte tijd populair. Vervolgens konden anderen het framework gebruiken om een specifieke “lens” op de pizza te leggen. Sconul (het Engelse Surf) maakte de information literacy lens, waarbij ze hun eigen bekende Seven Pillars over de pizza heen legden en de inhoud van informatievaardigheid matchten met het RDF. Hieruit kwamen twee publicaties voort: de Information Literacy Lens én een boekje voor onderzoekers: The informed researcher.
Het aardige van het RDF / Sconul is dat je vrij eenvoudig kunt nagaan welke onderwerpen je als bibliotheek in je cursuspakket aanbiedt en waar nog witte vlekken zijn.Om maar een greep te doen uit de onderwerpen: citeren, referereren, plagiaat, auteursrecht, open access, peer review, publiceren, impact factoren, bibliometrics en Altmetrics, datamanagement, social media gebruiken, informatie delen in virtuele academische netwerken… Maar vooral biedt het framework een handzame kapstok om met mensen uit het onderwijs te praten over de onderwerpen die je als bibliotheek kunt aanbieden in het kader van academische vaardigheden. Het is (in tegenstelling tot het ACRL Framework) geschreven in de taal van de onderzoekspraktijk, kent geen bibliotheekjargon en is voor onderzoekers direct herkenbaar. Het bijbehorende boekje The informed researcher, heeft aansprekende hoofdstuktitels, zoals “Am I famous yet?” Een ander voordeel is dat je aan de hand van het RDF vrij eenvoudig een leerlijn kan samenstellen, alhoewel je die natuurlijk altijd in samenwerking met het onderwijs moet vormgeven.
Binnen de universiteitsbibliotheken is er behoorlijk wat enthousiasme voor de benadering van RDF. Het is nu de vraag in hoeverre het HBO met het RDF uit de voeten kan. Die vraag is dan ook gesteld op een LOOWI bijeenkomst, afgelopen april. Natuurlijk is het niet nodig dat iedere hoger onderwijs instelling hetzelfde framework gebruikt, maar het is wél handig als je gebruik wilt maken van elkaars expertise. Ik ben benieuwd wat de SHB-informatievaardigheidswerkgroep ervan vindt. En andere HBO-ers!

Edinburgh (5) : Outcomes, Impact & Value

directional-valueBig Data: de bibliotheek én het onderwijs doen ook mee in trend om data te verzamelen en verbanden te ontdekken. Een belangrijke exponent hiervan, Learning analytics, heeft inmiddels op veel plekken voet aan de grond gekregen. In Wollongong, de bakermat van de fameuze Library Cube van Margie Jantti, wordt nu geprobeerd om de gegevens uit de Cube (over bibliotheekgebruik) te combineren met data die Learning Analytics oplevert. Het is een logische stap, die ertoe kan leiden dat het effect van bibliotheek op studiesucces beter dan nu kan worden aangetoond. Wordt ongetwijfeld vervolgd.
In de UK wordt ook onderzoek gedaan naar het resultaat (outcome) van bibliotheekdiensten. Een voor mij nieuw meetinstrument dat hiervoor wordt ingezet is de AMOSSHE Value & Impact tookit. Dit instrument richt zich op student support en het effect daarvan op studenten en/of hun leren. Het blijkt dat het ook in de bibliotheek een bruikbare tool is. Zo gebruikt de University of Sunderland het om te meten of hun diensten bewijsbaar effect hebben. Ze hebben daar een interessante benadering: bij ieder project of nieuwe dienst wordt vooraf bepaald wat de gewenste outcome / resultaat van deze dienst zou moeten zijn. Dat betekent dat ze nagaan wat de afnemer van de dienst eraan moet hebben. Dus niet of deze tevreden is met de dienst, maar of het een effect heeft gehad. Achteraf wordt dit gecheckt met behulp van het Amosshe instrument. Het werken met outcomes bij het opzetten van diensten is ook een goed hulpmiddel bij de marketing ervan. Je kunt op die manier veel beter overbrengen wat een gebruiker daadwerkelijk hééft aan het gebruiken van de dienst. In marketing zijn ze dan ook bijzonder bedreven in Sunderland. Kijk maar eens naar hun 7 Steps Marketing toolkit.

Dit is mijn laatste blog over het congres in Edinburgh. Over twee jaar wordt het congres naar verwachting weer ergens in UK georganiseerd. Het is meestal midden in de Nederlandse zomervakantie, maar het is werkelijk de moeite waard om het eens te bezoeken!

Edinburgh (4): Participatory design

user experienceHoe betrek je klanten al in een vroeg stadium bij het ontwerpen van nieuwe diensten, zodat je situaties zoals op dit plaatje voorkomt? Dat was de vraag die Nancy Fried-Foster (Ithaka S+R) beantwoordde in haar keynote. Nancy twittert als @anthrolib en dat zegt meteen alles: zij is een van de voorvechters van antropologische en ethnografische onderzoeksmethoden in de bibliotheek. Je kunt die onderzoeksmethoden gebruiken voor het (her)inrichten van ruimtes, het ontwikkelen van nieuwe diensten, software of userinterfaces. Haar werkwijze is als volgt: je betrekt je klanten/stakeholders vooral in de beginfase van het project, wanneer je probeert te achterhalen wát er precies gemaakt of gedaan moet worden. De informatie die je op die manier verzamelt vormt de basis voor de verdere ontwikkeling, maar daar zijn de klanten dan weer minder bij betrokken. Het is hierbij vooral van belang te focussen op wat klanten willen doen, wat ze willen bereiken, niet op wat ze nodig hebben (want dat weten ze soms zelf ook nog niet). Originele manieren om daar achter te komen zijn onder andere het laten fotograferen van hun werkplek thuis en van de inhoud van hun tas. Ook kan je ze vragen om hun ideale bibliotheek te tekenen. In vervolg praat je met die mensen om erachter te komen wat de werkelijke betekenis is van deze gegevens. In dit onderzoeksarsenaal horen ook interviews en observaties, die weer vaker worden ingezet bij usability onderzoek.
Een andere manier om klanten te betrekken bij de verbetering van diensten is het opzetten van een klantenpanel. Sam Dick van de Open University (UK) stond voor een ingewikkelde klus, want met 250.000 studenten die nooit op een campus komen is het lastig voor een bibliotheek om een relatie met hen op te bouwen. Toch lukte het haar om zo’n 500 studenten te werven die in een virtueel klantenpanel meedoen met diverse activiteiten. Zo kan zij ze inzetten voor usability onderzoek van remote diensten, ze kan kleine focusgroepen over specifieke onderwerpen inrichten én ze heeft meteen een representatieve groep die ze kan enquêteren. De responsrate van deze groep is enorm: ruim 80% reageert op vragen. Ook in een traditionele omgeving is dit een werkwijze die het overwegen zeker waard is.
Karen Diller (Washington State University Vancouver) hield een pleidooi voor het inzetten van een groot arsenaal onderzoekmethoden uit andere vakgebieden, waaronder uiteraard de antropologie, maar ook omgevingspsychologie, cognitieve psychologie en onderwijskunde. Haar onderzoek gaat dan ook over de manier waarop studieruimtes in bibliotheken het leren ondersteunen. Hoe leer je, welke omstandigheden bevorderen het onthouden of de concentratie, dat soort vragen probeert zij te beantwoorden.

Het onderwerp participatory design ligt dicht tegen UX (user experience) aan. Ook dat is momenteel een hot topic in Angelsaksische landen. Meer hierover weten: het nieuwe open access journal WEAVE.

Meer lezen over participatory design: Participatory design in academic libraries. CLIR, 2014.

Edinburgh (3): een Culture of Assessment

kwaliteitGestructureerd en klantgericht aan kwaliteit werken, dat was het thema van een groot aantal presentaties. Het is niet eenvoudig om een hele organisatie met de neuzen dezelfde kant op te krijgen als het om kwaliteit gaat en er zijn allerlei methoden om zoiets vorm te geven. Het kernbegrip in deze sessies was dan ook: een “Culture of Assessment”. Een begrip dat al in 2004 werd geïntroduceerd door Lakos en Phipps. Lastig te vertalen, beter te omschrijven. Het gaat om een organisatiecultuur waarin ieder beslissing genomen wordt op basis van feiten, onderzoek en analyse, altijd gericht op het leveren van diensten met een maximaal positief effect voor de gebruikers ervan.
Een van de methoden om een Culture of Assessment van de grond te krijgen is het opstellen van een plan, waarin je aangeeft op welke wijze je met welk doel gegevens verzamelt en hoe vaak je dat doet. Door je organisatie hierbij te betrekken en uit te dragen waarom je dit doet, kan je de gewenste organisatiecultuur bereiken. Tania Alekson van Capilano University heeft zo’n plan ontwikkeld en publiceert dit deze maand. Een ander mooi voorbeeld is te vinden bij McGill University.

Als je wilt weten hoe jou organisatie ervoor staat, dan kan je gebruik maken van het instrument dat hoort bij het Quality Maturity Model van Frankie Wilson. Frankie promoveerde hier vorig jaar op en dit jaar verscheen een artikel over dit model. Het instrument is gebaseerd op een survey van 43 vragen die aan alle medewerkers in de organisatie gesteld moeten worden. Het model meet 7 verschillende facetten die te maken hebben met kwaliteitsbewustzijn en schaalt deze in op 5 ontwikkelingsniveau’s. Per facet kan je zien hoe het staat met jouw organisatiecultuur en kan je ook zien wat je moet doen om een niveau te stijgen. Twee jaar geleden presenteerde Frankie dit model en sinds vorige week is het geheel gratis te vinden op het web. Iedereen mag er gebruik van maken, maar ze stelt het wel op prijs als je haar laat weten dat je het gaat gebruiken.

Bij dit alles moet je er natuurlijk wel voor waken dat je niet gaat navelstaren op interne procedures, maar dat je het belang van je klanten voortdurend in het vizier houdt.

Meer lezen: Farkas, Hinchliffe & Houk. Bridges and barriers: factors influencing a culture of assessment in academic libraries. College & Research Libraries, 2015, march.

Edinburgh (2): The LibQual sessions

LibQUALlogo_PNGHet is altijd weer een leuk om de LibQual club te ontmoeten. De club bestaat uit mensen van het LibQual team uit de VS én (potentiële) gebruikers van de survey. Het congres begint steevast met een workshop en enkele sessies over LibQual. De club heeft de eigenschap nogal ingenomen te zijn met LibQual, een kritische blik op de sessies is daarom wel aan te raden. Voor degenen die het niet weten: LibQual is een websurvey waarmee je gebruikersonderzoek kunt doen. In Leiden hebben we het survey in 2014 voor de tweede keer afgenomen; de resultaten zijn nu nóg interessanter omdat we ze kunnen vergelijken met de resultaten uit 2012. Er zijn bibliotheken (bv University of York) die LibQual jaarlijks afnemen, maar een meerderheid voert de survey tweejaarlijks uit. Naast een uitwisseling van “best practices” bestond de sessie uit een aantal presentaties over de wijze waarop je kunt omgaan met “comments”. Hoe zit dat? Naast cijfermatige scores kunnen respondenten in een afsluitende antwoordbox open commentaar plaatsen. Ongeveer 40% van de respondenten maakt daar gebruik van. Die commentaren zijn erg informatief. Ze bestaan meestal uit een zinnetje als: “Over het algemeen ben ik heel tevreden, maar….” en dan volgen de opmerkingen waar je wat mee kunt doen. In Leiden ontvingen we in 2014 bijna 1700 commentaren. We hebben deze commentaren in een kleine werkgroep gecodeerd en handmatig gescoord. Zo kregen we een overzicht van het aantal positieve of negatieve opmerkingen over 25 vooraf vastgestelde onderwerpen, die gegroepeerd kunnen worden onder de kopjes Dienstverlening, Ruimte en ICT. Aan de hand van deze scores in combinatie met de cijfermatige scores uit het LibQual survey hebben we verbeteracties opgestart. Je kunt hierbij denken aan verruiming van onze openingstijden in het weekend, een transportdienst tussen de verschillende bibliotheeklocaties, gesprekken met medewerkers over klantgericht werken, gesprekken met bibliotheekcommissies over (onderdelen) van collecties. Wij deden dit alles dus handmatig, in een klein team. Brian Detlor van McMaster University heeft op ruim 600 commentaren een kwalitatief analyse programma (NVivo) losgelaten en de resultaten geplot op een matrix. Over dit onderzoek verschijnt binnenkort een artikel in College & Research Libraries. Een hoop ingewikkeld gedoe met hetzelfde resultaat als wij in Leiden zagen: onderzoekers klagen over collecties, studenten klagen over de studeerfaciliteiten.
Holt Zaugg van Brigham Young University had een leuk alternatief: hij had studenten sociologie ingezet voor het coderen en analyseren van de commentaren. Die tip ga ik zeker onthouden voor een volgende LibQual exercitie in Leiden.
Tenslotte volgde een onbegrijpelijk statistisch verhaal waar Chris Guder op promoveerde. Voor de liefhebbers hier zijn dissertatie.

Edinburgh (1): congres in een tent

dynamic earthVan 20 tot en met 22 juli vond mijn favoriete congres met de lange naam weer plaats. De 11th Northumbria International Conference on Performance Measurement in Libraries and Information Services werd deze keer in Edinburgh (in het futuristisch ogende Our Dynamic Earth museum) gehouden.  Ik geef toe, het klinkt saai, maar het was een hartstikke goed en interessant congres over allerlei aspecten rondom kwaliteitszorg in bibliotheken. Het congres wordt georganiseerd door mensen uit York, dit keer in samenwerking met mensen van de National Library of Scotland. Het is een tweejaarlijks congres, met een parallel congres in de andere jaren in de VS. Het is een internationaal gezelschap: uit UK, VS, Australië en Zuid-Afrika zijn er altijd vrij grote groepen deelnemers. Daarnaast zijn er uit een groot aantal landen enkele deelnemers, zoals uit Nederland, dit jaar vertegenwoordigd door 4 mensen.

Ging het twee jaar geleden vooral over het meten van impact, dit jaar waren er meerdere interessante thema’s. Zo is de trend van antropologische onderzoeksmethoden ook dit congres binnen gedrongen onder de noemer “participatory design”. Een ander interessant cluster presentaties behandelde de “culture of assessment”. Lastig te vertalen, maar het gaat over het kwaliteitsbewustzijn van de hele organisatie, van alle medewerkers in de bibliotheek en de wijze waarop je dat kunt meten en beïnvloeden. Het in kaart brengen van de relaties die je als bibliotheek(medewerker) hebt met je “community” is een andere uitdaging waarover gesproken werd. Engagement was het codewoord van een groot aantal bijdragen. Uiteraard waren er ook weer oude vertrouwde onderwerpen: het meten van de invloed van de bibliotheek op studiesucces is onder invloed van learning analytics een nieuwe fase ingegaan. En uiteraard was de LibQual-club weer in volle glorie aanwezig en werden er vele “good practices” uitgewisseld. In een aantal blogs zal ik de komende dagen mijn bevindingen van dit congres vastleggen. Daarnaast is het ook wel belangrijk om te vermelden dat Edinburgh een fantastische congresstad is, dat er toevallig een heel leuk jazz- en bluesfestival was en dat het conference dinner in een heel bijzondere historische bibliotheek werd opgediend. Voor de broodnodige ontspanning ná al die presentaties was dus ook gezorgd.

ACRL Framework handige links (8)

banner_update
Nu het Framework for Information Literacy in Higher Education met een “wait and see” door het ACRL min of meer is aangenomen verschijnen er voortdurend interessante artikelen, blogs en discussies. Hierbij een overzicht.

Het Framework (pdf): http://www.ala.org/acrl/sites/ala.org.acrl/files/content/issues/infolit/Framework_ILHE.pdf

Een LibGuide van de University of Washington met filmpjes over de zes Frames: http://guides.lib.washington.edu/content.php?pid=575664&sid=4746384

Discussielijst over de implementatie van het Framework: http://www.acrl.ala.org/acrlinsider/archives/10071

Een vergelijking tussen de “oude normen” en het nieuwe framework: https://docs.google.com/document/d/1Wt5a2pYqblapfnSZoBBdo28EAgukUXbV0kdL5nSZ5UI/edit?usp=sharing&pli=1

Blogposts op het ACRL Log: http://acrlog.org/categories/information-literacy/

Invloedrijke Open Letter waarin gewaarschuwd wordt om niet te snel de oude normen aan de kant te schuiven: http://acrlog.org/2015/01/07/an-open-letter-regarding-the-framework-for-information-literacy-for-higher-education/

Een handreiking van Megan Oakleaf om van het Framework naar concrete leerdoelen te komen: http://meganoakleaf.info/framework.pdf

Een poging tot het formuleren van leerdoelen: http://libguides.usc.edu/ld.php?content_id=10093239

Twitter: #ACRLILrevisions of #ACRLrevisions

ACRL Framework for Information Literacy (7)

banner_updateDe vervanging van de ACRL Normen voor Informatievaardigheid, het Framework, is op 2 februari 2015 aangenomen door het bestuur van de ACRL. Daarmee is een heel lang traject bijna ten einde gekomen. Ik zeg bijna, want het aangekondigde einde van de normen is uitgesteld. Er is een brief op hoge poten door belangrijke mensen naar ACRL gestuurd, waarin is aangegeven dat je niet zomaar die normen kunt afschaffen en vervangen door iets nieuws. Daar is gehoor aan gegeven door de komende twee jaar een transitietraject in te stellen. In die periode wordt gekeken hoe het nieuwe Framework praktisch kan worden ingezet; er worden good practices verzameld en er is zelfs iemand binnen de ACRL aangesteld om dit proces te begeleiden.

Tot zo ver de procedurele kant van deze ontwikkeling. Interessanter is de inhoudelijke kant. Moet het onderwijs in informatievaardigheid nu helemaal op zijn kop, nu er zo’n nieuw framework is? Waar gebruiken we de normen nu voor en kunnen we het framework op dezelfde manier gaan gebruiken? Moeten we onze klanten ermee lastig vallen? Nee, natuurlijk niet, zeker niet als we dat niet willen. De normen zijn in Nederland door het LOOWI geïntroduceerd en worden veel gebruikt om met docenten over informatievaardigheid te spreken. Of om toetsing mogelijk te maken. Maar noch het LOOWI noch de ACRL hebben formeel iets te zeggen over het onderwijs in onze hogescholen en universiteiten. Het is uiteindelijk aan iedere instelling zélf te bepalen wat zij willen doen met hun onderwijs in informatievaardigheid.  En laten we realistisch zijn: we zijn vaak al blij als we een paar uurtjes in een heel curriculum mogen vullen. Daarin krijgen we het nooit voor elkaar om alle aspecten zoals beschreven in het Framework de revue te laten passeren. Meredith Farkas schreef een lezenswaardig blog over deze zaken.

Een site waar een poging gedaan wordt om de oude normen op het nieuwe Framework te “mappen” is inmiddels ook al gemaakt, maar zonder medewerking van het team dat het Framework ontwikkelde. Die vinden dat zoiets niet kan, omdat het Framework iets héél anders is.

Binnen een werkgroep van het UKB wordt momenteel gewerkt aan een advies aan het UKB bestuur waarin de voorkeur wordt uitgesproken om met een ander Framework te gaan werken: het Researcher Development Framework.
Op 17 april vindt in Leiden een LOOWI bijeenkomst plaats waarin de normen en twee frameworks en de toepasbaarheid in universiteit en HBO uitgebreid aan de orde worden gesteld. De uitnodigingen daarvoor worden medio maart verstuurd.

 

 

Wat is het je waard?

ROIplaatjeJe steekt er geld in, maar levert dat wat op? En wat dan? Is dat uit te drukken in geld? Een onderzoeksgroep rondom Carol Tenopir en Bruce Kingma denkt van wel. In elk geval doen zij verwoede pogingen om in kaart te brengen wat de Return on Investment (ROI) van universiteitsbibliotheken is. Het begon allemaal in 2008 bij de University of Illinois, waar werd uitgezocht of je aan de hand van de inkomsten uit Grants (subsidies) kon nagaan wat de bijdrage daaraan was geweest vanuit de bibliotheek. Daartoe telde men citaties in het onderzoeksvoorstel, waarbij men aannam dat deze citaties uit bibliotheekbronnen afkomstig waren. Via een ingewikkelde berekening stelde men vast dat één dollar die geïnvesteerd was in de bibliotheek $ 4,38 opleverde.
Dit onderzoek is bekend geworden onder de titel Lib-Value Phase I.
Phase II deed ditzelfde onderzoek bij 8 bibliotheken, verspreid over een aantal landen. Dat bleek veel lastiger en leidde niet tot een eenduidig resultaat. Pikant detail: beide onderzoeken werden gesponsord door Elsevier.
In het meest recente nummer van College and Research Libraries is het verslag te vinden van Phase III. Hierin is het onderzoek op een andere wijze voortgezet bij de Syracuse University Library. In deze benadering heeft men via een enquete een aantal gegevens boven water gehaald: hoeveel bibliotheekbronnen heb je bij je laatste bibliotheekbezoek én bij het laatste digitale bezoek gebruikt, hoeveel bibliotheekbronnen heb je gedurende de laatste 30 dagen gebruikt en hoeveel zou je bereid zijn te betalen (in tijd en geld) om deze bronnen elders fysiek of digitaal op te halen. De onderzoeksgroep bestond uit 222 docenten en 782 studenten. Op de onderzoeksresultaten werd een berekening losgelaten. Hieruit blijkt dat iedere dollar die wordt uitgegeven voor de bibliotheek een waarde vertegenwoordigt van $4.13 voor studenten en onderzoekers.
Nu lijkt dit allemaal exacte wetenschap, maar dat is het natuurlijk niet. Het is voor een groot gedeelte gebaseerd op nattevingerwerk, maar het geeft wel een positief beeld van de waarde die de bibliotheek heeft voor onze klanten.

 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.