Terug in York (York 1)

metenEens in de twee jaar vindt het Northumbria International Conference on Performance Measurement in Libraries and Information Services plaats. Dit keer was het de tiende keer en het speelde zich voor de tweede keer af in York. Twee jaar geleden zaten we op de campus van de universiteit, op een klein studentenkamertje. Ik schreef toen over mijn ervaringen in een aantal blogs, te beginnen bij mijn ervaringen in de “cel”. Dit keer werden we ontvangen in een prachtig Victoriaans hotel. Het hotel ligt tegen het station aan; slapen met het raam open (warmte) was als slapen op het perron.
De 165 deelnemers aan het congres komen van over de hele wereld, met een nadruk op de Engelstalige landen. Er waren zelfs zo’n 10 Chinezen, maar die waren na de eerste dag spoorloos.  Vorige keer was ik de enige Nederlander, dit keer bestond de Nederlandse delegatie uit vier deelnemers, waarvan twee een presentatie hielden (Anne van Weerden van de Universiteit Utrecht en Marjolein Oomes van het SIOB). Een teleurstellend aantal als je de kwaliteit van dit congres in ogenschouw neemt. Veel deelnemers kennen elkaar overigens van voorgaande congressen of van het eveneens tweejaarlijkse congres dat op de “andere” jaren in de VS wordt gehouden.
De titel van het congres komt niet helemaal overeen met de inhoud, misschien komt het daardoor dat Nederlanders er niet voor warm lopen. Het woord Northumbria is misleidend, het zou zomaar een klein lokaal congres kunnen lijken. Dat is het dus in het geheel niet. Verder gaat het ook niet meer over bibliotheekstatistiek maar vooral over value en impact,  kwaliteitsverbetering en klantgericht werken. Thema’s die toch menigeen aanspreken. Het uitgebreide programma is te vinden op de website van het congres. 
Ik heb een groot aantal presentaties bijgewoond. Teveel om allemaal te bloggen, maar in de volgende posts zal ik proberen er een aantal samen te vatten.

Leuke links en ander moois (LIBER 4)

liber-logoTijdens de verschillende lezingen van LIBER 2013 kwamen er soms interessante links langs.

Jan Velterop noemde Utopia.docs, een semantic pdf-viewer. Je kunt er niet alleen pdf’s mee lezen, maar ook vanuit de pdf online bronnen raadplegen, citaties maken, en allerlei andere handige zaken. Binnenkort maar eens uitproberen.

Liz Lyon liet zien wat er bij komt kijken wanneer je je als instelling wilt commiteren aan goed datamanagement. In Bath is daar een uitvoerige “roadmap” voor ontworpen. De onderzoekers in Bath worden op weg geholpen via een prachtige website over datamanagement.

Wanneer je als bibliotheek (een deel) van je aanschaf wilt gaan doen aan de hand van Patron Driven Acquisition (PDA) dan kan je de checklist van de Universiteit van Uppsala (Karen Byström) goed gebruiken.

In Noorwegen hebben een aantal bibliotheken de handen ineen geslagen en een prachtige tutorial over wetenschappelijk publiceren voor PhD-studenten ontwikkeld: PhD on Track. Ook te gebruiken in Nederland, want Engelstalig.

De EU werkt mee aan een reusachtige sterrenwacht, en ziet op termijn een overdosis data op zich af komen. Wat te doen? Een plan maken voor de infrastructuur om al die data (en alle andere die niet van de sterrenwacht komen) te kunnen verwerken: Horizon 2020.

Voor wie alle presentaties wil bekijken: ze staan allemaal al op de congressite.

Focus op onderzoek (LIBER 3)

focusIn een overvolle zaal presenteerde Sheila Corrall een overvol verhaal. Nooit eerder zag ik een powerpoint zo vol met tekst. De tijd leek ook krap, waardoor Sheila steeds sneller ging spreken. Jammer, want ze had een interessant verhaal.
Sheila heeft onderzoek gedaan naar de wijze waarop universiteitsbibliotheken in Groot-Brittannië hun diensten richting onderzoek en onderzoekers organiseren. Ze noemt daarbij een aantal trends:

1.  Onderzoeksportals op websites, direct bereikbaar vanaf de homepages van de bibliotheek.  Ze geeft de volgende voorbeelden:
Research Support Kings’College London
Researcher@library Leeds University

2 . Nieuwe functies, gericht op onderzoeksondersteuning, zoals Research Support Librarian, Liaison Manager (Research), Research Support Leader, Head of Scholarly Communication

3. Speciale ruimtes voor onderzoekers in de bibliotheek. Het blijkt dat onderzoekers liever niet in dezelfde ruimte als studenten verblijven. Daarom worden in toenemende mate afzonderlijke ruimtes voor onderzoekers ingericht, voorzien van specifieke faciliteiten en diensten.
Een mooi voorbeeld is Warwick, waar een ruimte is ontworpen waar onderzoekers elkaar kunnen ontmoeten en waar ook bijeenkomsten worden gehouden.
De University of York heeft een mooie naam bedacht voor de speciale ruimte voor onderzoekers: het Research Hotel.  Je kunt er overigens (nog?) niet blijven slapen;-)

4. Deelname van bibliotheekmedewerkers in formele overlegstructuren rondom onderzoek

Een interessante waarneming van Corral was dat binnen universiteiten bibliotheken het imago hebben opgebouwd zich vooral te richten op dienstverlening aan studenten. Er is de laatste jaren veel geïnvesteerd in prachtige learning spaces en in de ontwikkeling van informatievaardigheidsonderwijs. Dat bibliotheken er ook zijn voor onderzoekers zou wel eens  ondergesneeuwd kunnen zijn.

Nanopublicaties voor dummies (LIBER 2)

gevonden 2Hoe kom je in hemelsnaam op nieuwe ideeën als je tot je pensioen bezig bent om de wetenschappelijke artikelen van je vakgebied te lezen? Dat was één van de vragen die Jan Velterop opriep in zijn keynote op LIBER. Er wordt iedere 30 seconden een nieuw artikel aan PubMed toegevoegd en ook al ben je een superspecialist, dan nog kan je niet alles wat gepubliceerd wordt tot je nemen. Laat staat dus nieuwe ontdekkingen doen waar je de wetenschap mee verder helpt. Nanopublicaties zijn de oplossing voor dit probleem.

Het is een ingewikkeld concept, ik probeer het te beschrijven in mijn eigen woorden.  Het komt erop neer dat je een soort textmining loslaat op die enorme overvloed aan artikelen. Met die techniek zoek je naar zogenaamde triples. Kort gezegd: relaties tussen concepten die je zónder textmining niet had kunnen ontdekken. Aan zo’n relatie voeg je metagegevens toe en klaar is je nanopublicatie.

Schematisch ziet het er zo uit:
schematic_nanopubMet deze techniek worden (vooral) in de biomedische hoek enorme literatuurbestanden gescand op zoek naar nieuwe relaties, die wetenschappers weer op nieuwe sporen kunnen zetten. Het is natuurlijk niet helemaal geautomatiseerd werk, je hebt er wel degelijk hersens voor nodig. Al is het maar om de krenten uit de relatie-pap te vissen.
Op de site nanopub.org kan je voorbeelden vinden van nanopublicaties. Niet dat je daar nu veel wijzer van wordt; het ziet er tamelijk ondoorgrondelijk uit. Gelukkig is het machineleesbaar, dat scheelt een hoop.

Niks te ontdekken met zoeken. LIBER (1)

ZeepbelWeet je nog? De filter bubble. Je hoort er al weer een tijdje weinig over, maar twee jaar geleden was het hot op internet, vooral door een prachtige TED presentatie van Eli Pariser. Hij beschrijft hoe zoekmachines jouw zoekgedrag onthouden en daar bij een volgende zoekactie rekening mee houden.

Nu opeens is ie er weer. En nog wel op het LIBER congres waar ik er niet op bedacht was. In de eerste keynote hield Prof Dr. Strohschneider (directeur van de Deutsche Forschungsgemeinschaft) een pleidooi voor de bibliotheek als een plaats voor wetenschap. Strohschneider is nog wat van de oude stempel en ziet wetenschappelijke ontdekkingen vooral ontstaan doordat wetenschappers nieuwsgierig de boekenplanken besnuffelen en daar onverwachte vondsten doen. Het is volgens hem belangrijk het onverwachte te ontdekken. En juist dat lukt niet met Google. Immers, de ranking van Google is vooral gebaseerd op de meest geraadpleegde resultaten. Oude kennis dus, niks nieuws te ontdekken. Een filter bubble.

De tweede keynote was van Jan Velterop (oa de vader van de big deal en het open access business model). Velterop hield een fantastisch verhaal, vooral over nanopublicaties.  Maar in een van de kantlijnen kwam ook hij uit bij een filter bubble die wetenschap beperkt. Want als je zoektermen in een zoekmachine typt, dan weet je dus eigenlijk al wat je zoekt. Dat beperkt in hoge mate wat je gaat vinden. Een concept dat nog niet bestaat zal er niet uitrollen. Daar zijn dus andere technieken voor nodig, zoals nanopublicaties. Later meer daarover.

Presteren studenten die naar bibliotheek gaan beter?

Jlearninguichende tweets en nieuwsberichten: “Studenten die naar de bibliotheek gaan presteren beter“. Wie de moeite nam om het oorspronkelijke artikel eens goed te lezen kwam toch een beetje van een koude kermis thuis. Op de eerste plaats wordt er gerept over gegevens die in 2010 worden opgeleverd. Het is dan ook een ouder artikel dat (opnieuw) is gepubliceerd. Het verscheen eerder in deze congresbundel en als publicatie van de University of Wollongong zelf.
Op de tweede plaats zijn de resultaten nou niet bepaald erg overtuigend. Er worden veel woorden gebruikt om uiteindelijk met een magere conclusie te komen: er lijkt een statistische verband te bestaan tussen bibliotheekbezoek en studiesucces.  De Australiers maken helaas niet het voorbehoud dat ze zouden moeten maken: er is geen oorzaak-gevolg relatie gevonden, er is geen causaal verband. Zo zijn er ongetwijfeld studenten die nooit een bibliotheek bezoeken en tóch glansrijk slagen.
Een zelfde soort onderzoek is uitgevoerd in de UK, door een samenwerkingsverband van een aantal universiteiten, onder leiding van Graham Stone. Zij documenteerden hun onderzoek zorgvuldig op hun weblog Library Impact Data Project.  Zij maken wel netjes het voorbehoud dat er weliswaar een verband bestaat tussen bibliotheekgebruik en studiesucces, maar dat dit geen oorzaak-gevolg redenering is.
Beide onderzoeken werden gepresenteerd op het 9th Northumbria International Conference on Performance Measurement in Libraries and Information Services in York, 2011. Ik bezocht dat congres en schreef er eerder over op dit blog. Dit jaar zal Wollongong op dat congres een keynote verzorgen en ook Graham Stone treedt op. Ik zal er ook weer bij zijn en zal er verslag van doen, want ondanks mijn bezwaren worden hier wél pogingen ondernomen om de impact van bibliotheken op studiesucces te concretiseren en dat is te prijzen.

Glimlachend blauw met een bordje

LibrarianEen opmerkelijk artikel (in print) in The Journal of Academic Librarianship! Heeft de eerste indruk die een bibliotheekmedewerker wekt invloed op het stellen van vragen aan een bibliotheekbalie? Maakt het uit hoe een bibliotheekmedewerker er uit ziet, zich gedraagt of jong, oud, man, vrouw is. Zijn klanten bij de één meer genegen om vragen te stellen en aarzelen ze bij de andere medewerker?  Die vragen zijn voorgelegd aan de hand van foto’s aan 1015 gebruikers van een universiteitsbibliotheek in de Verenigde Staten. De variabelen die werden gemeten zijn: gezichtsuitdrukking, richting van de blik, soort en kleur van de kleding. Daarnaast werd gemeten of relaties waren tussen deze variabelen en demografische gegevens als sexe, ras, leeftijd. Wat bleek:

- Een glimlach nodigt uit tot het stellen van vragen
- Iemand aankijken nodigt ook uit, en als je ergens anders naar kijkt, dan liever naar een computer dan in een boek zitten te turen
- Een naambordje werkt positief
- Mannen in pak (formele kleding) nodigen méér uit dan vrouwen in formele kleding
- Vrouwen in informele kleding nodigen méér uit dan vrouwen in formele kleding
- Van alle kleuren kleding is blauw heeft blauw de meeste voorkeur, rood schrikt af

Ik zie het niet zo gauw gebeuren dat we op basis van dit Amerikaanse onderzoek in Nederland conclusies gaan trekken ten aanzien van gedrag en kleding van bibliotheekmedewerkers. Maar het is wel goed om je te realiseren dat de eerste indruk die je wekt er werkelijk toe doet, ook in de bibliotheek.

Bonnet, J.L. & McAlexander, B. First impressions and the reference encounter. The influence of affect and clothing on librarian approachability. The Journal of Academic Librarianship (2013) In press. http://dx.doi.org/10.1016/j.acalib.2012.11.025

SURF verzet de bakens

Na de trendanalyse van de Openbare Bibliotheek (als iBook) verscheen enkele weken geleden ook de trendanalyse van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF met als titel “De bakens verzetten”. Ook dit rapport kan je goed digitaal lezen (alleen niet als iBook) en aan de vormgeving is zonder meer veel aandacht besteed. Inhoudelijk is het allemaal veel diepgravender dan het OB rapport. Dat mag ook wel, als je de lijst van auteurs ziet. Leuk is het hoofdstuk waarin Paul Kirschner de vloer aanveegt met een aantal nooit wetenschappelijk bewezen hypes in onderwijsland:de netgeneration, de multitaskende mens en de Googlification van het onderwijs (ze zoeken het wel op). Dit hoofdstuk bevat ook een mooi pleidooi voor informatievaardigheidsonderwijs. Helaas mist nu net in zijn literatuuropgave een aantal referenties. Spannend is het vergezicht dat John Mackenzie Owen en Leo Plugge schetsen voor wetenschappelijke bibliotheken. Of luiden zij de noodklok? De titel van dit hoofdstuk is uitdagend: De cloud ís de nieuwe universitaire bibliotheek. De combinatie van digitale informatie, gelinkte en gelikte diensten op die informatie en mobiele apparatuur om dit alles te bereiken zorgt voor een nieuw wetenschappelijk informatielandschap.  Een bibliotheek als gebouw om je informatie te halen heb je niet meer nodig. De bibliotheek wordt gevormd door een netwerk van organisaties, groepen en individuen die gezamenlijk een web van informatie en data creëren  De uitdaging voor de samenwerkende bibliotheken ligt in het organiseren en faciliteren van het gebruik van deze snel veranderende informatievoorziening. SURF ziet voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd bij de totstandkoming van een Nederlands “knooppunt” in de cloud. Wat gaat UKB hierin betekenen? Het zijn opwindende tijden!

Trendanalyse Openbare Bibliotheken in iBook

Wat een prachtige publicatie is de Algemene Trendanalyse Openbare Bibliotheken van Trudy Raymakers! Het is uitgegeven als een iBook, dat op een geweldige manier verrijkt is met aanvullende informatie. Als je het leest op een Appeltje, kan je er filmpjes in bekijken. Boekreferenties zijn voorzien van een link naar DeBibliotheek.nl (kan je het boek aanvragen bij de OB waar je lid van bent) of naar Google Books of downloadpagina. Na één bladzijde lezen had ik een heel rijtje nieuwe boeken op mijn iBooks-plankje. Er zitten ook grafieken in die op een hele handige manier door een venstertje schuiven, kortom: aan lezen kom je in eerste instantie niet toe! Toch is ook de inhoud van het boek, zonder alle tierelantijnen, goed om eens te lezen als je geïnteresseerd bent in bibliotheken. Het is mijn domein niet, openbare bibliotheken, maar deze publicatie is interessant voor iedereen in het bibliotheekvak. Er worden trends beschreven op een groot aantal algemeen maatschappelijke gebieden waarbij aan het eind van ieder hoofdstuk de link wordt gelegd naar de (openbare) bibliotheek. Het boek eindigt met een aantal trends in openbare bibliotheken en het boekenvak, leuk om te lezen, maar aanzienlijk minder leuk verrijkt dan de andere hoofdstukken.

Het schijnt dat dit boek het begin is van een reeks over ontwikkelingen in bibliotheken. Ik ben erg benieuwd!

Het boekje is het resultaat van een in opdracht van de Brabantse Netwerk Bibliotheek uitgevoerde trendanalyse.

Jeroen van Beijnen maakte de iBook publicatie en beschrijft op Bibliotheek2.0 hoe hij dat deed.

iBook: https://www.dropbox.com/s/ss3ao8lkn6ig699/20120904%20Algemene%20Trendanalyse%20Bibliotheken.ibooks

pdf: http://www.scribd.com/doc/100898282/Algemene-Trendanalyse-Bibliotheken

Open deuren voor gasten en bewoners

Vorige maand verscheen een tussenrapportage van het OCLC/Oxford/JISC project Digital Visitors and Residents. Het project bouwt voort op een  publicatie van White en le Cornu (leden van het onderzoeksteam) uit 2011: Visitors and Residents  waarin het begrip “digital native” definitief met de grond wordt gelijk gemaakt. We spreken voortaan over digitale gasten of digitale bewoners. De gasten gebruiken internet functioneel en zijn online wanneer dat nodig is; de bewoners leven online en maken amper onderscheid tussen de echte en virtuele wereld. Sommige mensen switchen tussen Gast (in hun professionele rol) en Bewoner (privé). In dit deel van het OCLC/OXFORD/JISC onderzoek is een kleine groep jongeren (eind voortgezet onderwijs – eerste  jaar universiteit) diepgaand geinterviewd over hun omgang met informatie.

Wat blijkt:

Gemak is de belangrijkste factor in het informatiegedrag van jongeren. Google, Wikipedia en syllabi van docenten worden het meest gebruikt bij het zoeken naar informatie. Daarbij wordt opgemerkt dat Wikipedia-gebruik besmuikt wordt toegegeven; de meeste jongeren denken dat ze het niet in de onderwijsomgeving mogen gebruiken. Van Google balen ze eigenlijk wel: ze willen direct een antwoord op hun vraag, in plaats van een serie links naar websites. De jongeren realiseren zich dat ze moeite hebben met het selecteren van kwalitatief goede bronnen. Het zou ze helpen als ze zouden weten hoe de ranking van Google écht werkt. Nu gaan ze ervan uit dat de eerste resultaten ook de beste zijn. In de resultaten van de interviews wordt verder niet dieper ingegaan op het onderscheid tussen visitors en residents.

Tot nu toe levert het onderzoek voornamelijk open deuren op: de bevestiging van wat we al wisten uit de onderzoeken van het Project Information Literacy van Alison Head. Het onderzoek gaat echter voort en onderzoekt jongeren ook in latere fases van hun academische carrière. Dat zal in de toekomst ongetwijfeld interessantere resultaten opleveren.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.