Auteursarchief: annekedirkx

NMC Horizon Report 2014 Library edition

NMCBegin augustus verscheen een nieuw rapport in de NMC Horizon-reeks. Het New Media Consortium laat ieder jaar haar licht schijnen over de te verwachten invloed van technologische ontwikkelingen op onderwijs. Ieder rapport behelst een aantal trends die op korte termijn te verwachten zijn, op middellange termijn en op langere termijn. Nu is er een speciale editie gemaakt die zich uitsluitend richt op wetenschappelijke bibliotheken. Interessante kost derhalve. Het rapport is samengesteld op basis van interviews met experts, die een aantal vragen hebben beantwoord.
1. Welke trends beïnvloeden de  ontwikkeling van de bibliotheek binnen nu en vijf jaar?
2. Wat zijn de uitdagingen voor de bibliotheek de komende vijf jaar?
3. Welke technologieën zullen de komende vijf jaar de ontwikkeling van bibliotheken beïnvloeden?
Het blijkt dat er veel overlap is tussen de onderwerpen. De genoemde trends hebben soms relaties met technologische ontwikkelingen of ze zorgen voor problemen die opgelost moeten worden (in mooi Amerikaans gecamoufleerd taalgebruik Challenges genoemd). Kort door de bocht gaat het rapport vooral over de volgende onderwerpen:
1. Data data data (datamanagement, linked data, data-collections)
2. Wetenschappelijke publicaties in een écht digitaal jasje  (dus geen pdf’s, maar electronic publishing)
3. Open access
4. Mobiel: zowel de informatie als de diensten moeten mobiel toegankelijk zijn
Eigenlijk niet zoveel nieuws onder de zon voor degenen die ontwikkelingen in bibliotheekland volgen. Ik begrijp dan ook eigenlijk niet wie de doelgroep is van dit rapport.
Een uitgebreidere samenvatting is inmiddels beschikbaar. Een kritische beschouwing is van de hand van Barbara Fister (Library Babel Fish).
Het rapport is hier te downloaden.

 

 

 

 

Creatief met Ranganathan

S.R Ranganathan Painting by Mr. A Ramakrishna ART Teacher, KV No.2 Vijayawada

In 1931 stelde Shiyali Ramamrita Ranganathan zijn “Five Laws of Library Science” op. Ranganathan, wiskundige en bibliothecaris, en tevens beroemd om zijn Colon Classification, bood met deze grondregels een handvat voor de ontwikkeling van bibliotheekbeleid. Al enige jaren doen mensen pogingen om deze wetten aan te passen aan de veranderde omstandigheden. De researchers van het OCLC hebben dit ook bedacht en herordenen en herinterpreteren de vijf wetten. Dat doen zij in een dik boekwerk van 128 bladzijden: Reordering Ranganathan: shifting user behaviors, shifting priorities.  Ieder hoofdstuk behandelt één van de vijf grondregels en is gebaseerd op uitvoerige en recente publicaties. Het doet allemaal wat gekunsteld aan; de link met de Ranganathan regels is soms ver te zoeken. Dat is jammer, want het overzicht van literatuur over de ontwikkelingen die zich in de bibliotheekwereld afspelen is erg interessant.

  • De oude vierde wet staat nu op de eerste plaats. “Save time of the reader” is belangrijker geworden: Tijd is schaars en content is overweldigend beschikbaar. Hierin klinkt overigens ook de mening van één van de auteurs door: Lynn Silipigni Connaway heeft al eerder betoogd dat gemak (convenience) de keuze van klanten voor producten bepaalt. En bibliotheken blinken nu eenmaal niet erg uit als het om gemak gaat. En om het écht gemakkelijk te maken moet je in de workflow van de gebruiker zien te komen met je bibliotheekdiensten.
  • De tweede wet is op de tweede plaats gebleven en komt er nu op neer dat je moet weten wat je klanten nodig hebben. Hier wordt Kurt De Belder (Directeur UB Leiden) aangehaald als het gaat om nieuwe diensten die onderzoekers ondersteunen, zoals VRE’s, hulp bij datamanagement en data-en textmining.
  • De derde wet is de oude eerste: “Books are for use”. Zorg ervoor dat informatie geleverd kan worden, zowel gedrukte boeken als digitale informatie. Maar zorg er ook voor dat gebruikers zich realiseren dat ze bibliotheekdiensten gebruiken wanneer ze naadloos naar een fulltext artikel worden geleid.
  • De vierde wet “Every book its’ reader” richt zich in de hedendaagse versie op het vindbaar en toegankelijk maken van informatie, liefst (ook weer) binnen de workflow van de gebruiker.
  • De vijfde wet blijft hetzelfde. De bibliotheek is en blijft een groeiende organisatie, die zich blijvend zal ontwikkelen en anticiperen op nieuwe wensen van gebruikers.

Het is overigens opvallend dat het de OCLC-onderzoekers niet gelukt is om net zulke pakkende slogans te verzinnen als Ranganathan.

De vijf wetten van Ranghanathan:

1 Books are for use
2 Every person his or her book
3 Every book its reader
4 Save the time of the reader
5 A library is a growing organism

De nieuwe ordening en interpretatie van OCLC:

Ranghanathans Original Conception OCLC interpretation
Save the time of the reader (4) Embed library systems and services into users’existing workflows
Every person his or her book (2) Know your community and its needs
Books are for use (1) Develop the physical and technical infrastructure needed to deliver physical and digital materials
Every book its reader (3) Increase the discoverability, access and use of resources within users’existing workflows
A library is a growing organism A library is a growing organism

 

Afbeelding: S.R Ranganathan Painting by Mr. A Ramakrishna ART Teacher, KV No.2 Vijayawada

Een omslagpunt voor onderwijsbibliotheken

oclcMaar liefst 112 blz dik is het OCLC-rapport “At a tipping point: education, learning and libraries“. Alhoewel het rapport gebaseerd is op de Amerikaanse onderwijs-situatie staat er ook voor Nederlandse bibliotheken die in het onderwijs werken, veel relevante informatie in. Het rapport is geschreven door mensen van de marketing-analyse afdeling van OCLC en dat kan je merken. Het mist het typische bibliotheekjargon, maar staat bol van de marketing-termen. Het is gebaseerd op een onderzoek onder ruim 3700 Amerikanen.

Waar draait het om: volgens het rapport is het nu hét moment om als bibliotheek een omslag te maken. Waarom juist nu? Het rapport beschrijft drie relevante ontwikkelingen:

  • Mensen vinden e-learning (waaronder MOOC;s) comfortabel
  • Mensen gebruiken diverse tools om te leren, waaronder mobiele apparaten, internet etc
  • De kosten van het reguliere onderwijs stijgen en men zoekt alternatieven
Hierdoor staat het traditionele onderwijs onder druk, neemt e-learning een hoge vlucht en dat heeft  zijn weerslag op bibliotheken die studerenden bedienen.
Hoe kunnen bibliotheken hier op inspelen? Ik geef kort drie belangrijke aanbevelingen weer.
  • Zorg ervoor dat je de klanten faciliteert bij wat zij van een bibliotheek verwachten: “to get work done“.
  • Werk aan je branding als bibliotheek. De bibliotheek is zoveel meer dan “boeken”. We moeten ons richten op “to get work done”. We communiceren te vaak diensten in plaats van dat we communiceren vanuit de behoefte van de klant (hier sprak de marketing afdeling). “Get work done- we provide the space. Get work done-we provide the tool; get work done-we provide expert support”. 
  • Bedenk: voor de huidige klant geldt: inconveniënt = irrelevant. “Putting library convenience center stage will increase library relevance“. (mijn persoonlijke leestip: Convenient doesn’ t always mean simple (JISC).
Het rapport is nogal warrig qua indeling en staat bovendien vol met soundbites, tekstballonnen en staafdiagrammen. Vast door die marketing mensen bedacht!

 

ACRL Normen herzien (4)

banner_updateDe ACRL-normen voor informatievaardigheid gaan drastisch op de schop. Sterker nog: ze verdwijnen en worden opgevolgd door een Framework for Information Literacy for Higher Education. Belangrijk hierbij is de nieuwe holistische benadering van informatievaardigheid. Er verschijnt geregeld een nieuw concept van dit Framework, dat vervolgens becommentarieerd kan worden. De laatste versie van het concept werd op 17 juni gepubliceerd. Als alles goed gaat wordt in augustus het definitieve concept aan het ACRL-bestuur aangeboden.
In deze laatste versie is nogal wat veranderd. Het meest opvallend is dat het begrip “Threshold concept“, waar het framework aan was opgehangen, is vervangen door “Frame“. Er zijn nu 6 frames beschreven:

1. Scholarship is a conversation
2. Research as inquiry
3. Authority is contextual and constructed
4. Format as a process
5. Searching as exploration
6. Information has value.

Ieder frame bestaat uit een korte omschrijving, de bijbehorende vaardigheden en de leerdoelen. In de vorige versie stonden hier ook voorbeelden van  toetsing bij, die zijn nu verplaatst naar een nieuw hoofdstuk.  Hierbij valt mij op dat ieder Frame afzonderlijk wordt getoetst; ik verwacht van een holistische benadering een meer geïntegreerde toetsing.

Informatievaardigheid moet je ruim zien: het is in dit Framework niet langer iets van de bibliotheek, maar het betreft een brede academische scholing die alles aspecten van het academisch proces omvat. Daar zit ‘m wat mij betreft precies de kneep, want het is wel geschreven door bibliotheekmensen en wordt beoordeeld door bibliotheekmensen. Het idee is dat je met dit Framework de boer op kunt en met docenten kunt gaan praten over jouw rol in hun onderwijs. Ik vrees dat het met deze teksten niet gaat lukken. Ze zien je al aankomen met teksten als “Information has value“. Dat het hier over intellectueel eigendom en citeren gaat zal je heus moeten uitleggen. Wat dat betreft vind ik het Researcher Development Framework een veel beter handvat om het gesprek aan te gaan. Dat is in de taal van onderzoekers geschreven en biedt als zodanig veel aanknopingspunten voor gesprek.

Mij valt op dat in de gebruikte literatuur bekende projecten en documenten ontbreken. Zo mis ik het eigen ACRL-document “Intersections of scholarly communication and information literacy“, dat vorig jaar verscheen.  Ook van het langjarig lopende Project Information Literacy is geen spoor te bekennen.

Deugt er dan helemaal niks? Jawel hoor, er zitten goede stukken tussen. Zo ben ik blij met de praktische aanbeveling dat je niet dit hele Framework in één oneshot sessie gedurende de gehele studieloopbaan van een student kunt realiseren. Dat gebeurt helaas nog al te vaak. Verder ben ik blij met het Frame “Searching as Exploration“. Hierin gaat het zoeken naar relevante informatie beduidend verder dan de bekende bibliografische bronnen en sluit het veel meer aan bij de dagelijkse praktijk van onderzoek.

Een uitgebreide kritische beschouwing én een opgave van andere blogs over het Framework is te vinden op het blog van Lane Wilkinson: The problem with threshold concepts.

ACRL normen herzien (3)

 

banner_updateZoals al aangekondigd was, is een dezer dagen deel 2 van het concept Framework for Information Literacy in Higher Education verschenen.  Dit document bevat twee nieuwe Threshold Concepts:

- Authority is constructed and contextual
– Searching is strategic

Per concept wordt volgens een vast sjabloon een aantal onderwerpen verder uitgewerkt. Naast een uitvoerige beschrijving van het concept worden ook competenties, leerdoelen, self-assessments en toetsingsmogelijkheden weergegeven. Ook dit concept kan worden becommentarieerd en er is al weer een sessie in Second Life belegd. Ik ben erg benieuwd naar de reacties op deze twee concepten, die toch iets concreter zijn dan de voorgaande drie (Draft deel 1). Al met al valt er over de definitieve vorm van het Framework nog niet veel te zeggen. In juni wordt een nieuwe draft gepubliceerd, mogelijk met nog 1 of meerdere conceptbeschrijvingen. Ik blijf daarom nog een tijdje op het vinkentouw.

 

 

ACRL normen herzien (2)

banner_updateFramework
De normen gaan de prullenbak in, het nieuwe adagium is een framework. Hoe het framework opgebouwd wordt is nog onduidelijk, dat zien we pas in deel 2. Op dit moment is alleen nog het concept van deel 1 beschikbaar.
Het framework wordt gebaseerd op 6 threshold concepten. Dat is een in Nederland onbekend onderwijskundig begrip. Omdat Carol Kulthau (Seeking Meaning) ook meewerkt aan de herziening denk ik dat threshold concepten een relatie hebben met de door haar beschreven bottlenecks in het informatieproces waar studenten in vastlopen. De worsteling die volgt en het uiteindelijke besef hoe dingen werken leiden tot een belangrijke leerervaring. In de draft worden thresholds als volgt beschreven: “Threshold concepts are those challenging “gateway” or portal concepts through which students must pass in order to develop genuine expertise within a discipline, profession, or knowledge domain.”
Definitie
Er verandert veel.  Er is een hele nieuwe definitie van informatievaardigheid geschreven:
Information literacy combines a repertoire of abilities, practices, and dispositions focused on expanding one’s understanding of the information ecosystem, with the proficiencies of finding, using and analyzing information, scholarship, and data to answer questions, develop new ones, and create new knowledge, through ethical participation in communities of learning and scholarship.”
Deze definitie geeft beter dan de oude weer dat informatievaardigheid een bijna holistisch, geïntegreerd proces is, dat niet op zichzelf staat, maar een onderdeel vormt van (academische) onderzoeksvaardigheden. Het is wel jammer dat het voorbij gaat aan het idee dat je informatievaardigheid ook nodig hebt om je in het dagelijks leven staande te houden, als burger of consument. 

De eerste drie concepten

1. Scholarship is a conversation: wetenschap doe  je niet in je eentje, je vormt een deel van een gemeenschap en kennis ontwikkelt zich in dialoog binnen die gemeenschap.
2. Research as inquiry,  onderzoek is een iteratief proces, waarbij antwoorden nieuwe vragen oproepen.
3. Format as proces, de waarde van informatie is belangrijker dan de vorm of verpakking.
Deze concepten worden uitgebreid beschreven; daarnaast worden per concept leerdoelen, competenties, self-assessment tips en mogelijke toetsingsvormen aangegeven.
 
Amerikaanse bloggers hebben al uitgebreid gereageerd op deze draft. Barbara Fisher (Library Babel Fish) geeft niet alleen een reactie, maar ook een overzicht van andere blogs. Over het algemeen is men tevreden met de bredere en meer holistische insteek van het framework. Toch is er ook kritiek, met name op het gebruik van jargon en de ingewikkelde beschrijving van de concepten.

In
 Nederland? 
Moeten we opnieuw aan het vertalen slaan? Ik weet het niet. Eerst maar eens deel 2 afwachten en kijken wat we van het complete voorstel vinden. Vooralsnog ben ik enthousiaster over het Researcher Development Framework en de Information Literacy Lens die daarbij ontwikkeld is. Omdat hierbij niet uitgegaan wordt van een framework dat door de bibliotheek wordt ontwikkeld, maar uitgegaan wordt van de gewenste competenties van onderzoekers. De taal van de onderzoeker is leidend en wordt in gesprekken met onderwijs meteen herkend. Dat maakt integratie in het curriculum beslist eenvoudiger. Daarom hebben de UKB-bibliotheken ook afgesproken dat zij dit framework gaan hanteren.

ACRL normen herzien (1)

banner_updateDe ACRL normen zijn een begrip in informatievaardighedenland. De amerikaanse standards zijn door de ACRL in 2000 geaccepteerd. In 2004 is de basistekst door enkele enthousiaste Nederlanders vertaald en gepubliceerd in het boek van Albert Boekhorst “Informatievaardigheden”. In 2009 bracht het LOOWI een brochure uit met deze  vertaling. Inmiddels zijn ze dus 14 jaar oud en aan herziening of vervanging toe.
Waarom?
1. De normen sluiten niet meer aan bij de Amerikaanse onderwijspraktijk: leren samenwerken, samenwerkend leren en deelnemen in onderzoek zijn de belangrijkste veranderingen in de afgelopen jaren.
2. De normen zijn ook inhoudelijk verouderd en niet toereikend voor de hedendaagse wetenschappelijke communicatie, waarbij de rol en het gebruik van social media gemist werden. Ook zijn de huidige normen sterk op tekst gericht, te weinig op de diverse verschijningsvormen van informatie.
3. De normen worden ook als verouderd ervaren doordat ze niet gericht zijn op de integrale knowledge circle, maar gefragmenteerd aspecten daarvan benadrukken.
4. Het beoogde doel, integratie van informatievaardigheid in het curriculum, was met de normen in de hand moeilijk realiseerbaar, zowel door inhoud als door het gebruikte bibliotheekjargon.
De normen verdwijnen, het framework komt eraan!
Het proces.
Het herzieningsproces loopt al een tijdje, in 2012 werd daarvoor het startschot gegeven. Nu, bijna 2 jaar later is het eerste concept voorgelegd aan de internationale infolit gemeenschap. Dat betreft deel 1, met daarin de achtergrond en enkele kernbegrippen. Deel 2 wordt in april verwacht. Men streeft naar definitieve vaststelling in september 2014. Het proces wordt begeleid door een heel pakket met informatie en discussies. Er is een website, er zijn bijeenkomsten, videoconferences, een bijeenkomst in Second Life (ja heus) en een speciale editie van het tijdschrift Communications in information literacy. Dit themanummer, vrij toegankelijk en zeer de moeite waard. Draft (1) is vrij toegankelijk. Iedereen is uitgenodigd om feedback in te sturen naar de ACRL.In een volgende blogpost zal ik ingaan op de inhoud van de draft.

Geesteswetenschappelijk googelen

gemak“Just Google it”. Dat is de kernachtige samenvatting die Max Kemman geeft van zijn onderzoek onder bijna  300 Nederlandse geesteswetenschappers. Kemman toont overtuigend aan dat Google-producten veruit het meest populair bij hen zijn. Wat zoeken geesteswetenschappers? Artikelen, afbeeldingen, audio en video. Waar zoeken ze dat? Op Google, Google Scholar, Google afbeeldingen en YouTube. Allemaal producten uit de Google-stal dus. Belangrijke bronnen als Europeana en andere vakspecifieke databases zijn vaak onbekend en worden amper gebruikt. Overigens is JSTOR wél populair bij de onderzoekers; dat JSTOR vaak niet de recente jaargangen ontsluit is kennelijk geen probleem. Het gemak wint. Google zoekt handig en je vindt veel en JSTOR biedt snel toegang tot fulltext.  Deze resultaten komen overeen met een eerder onderzoek van  Connaway: gemak is de belangrijkste motivatie is om te kiezen voor Google. Het is opvallend dat de onderzoekers zich zeer wel bewust zijn van de nadelen van Google; ze weten dat ze in een “black box” zoeken en dat je niet weet hoe de ranking tot stand komt. Daar stappen ze dus nogal gemakkelijk overheen. Kemman bracht ook in kaart welke zoektechnieken gebruikt worden. Gelukkig blijken nogal wat onderzoekers gebruik te maken van de advanced mogelijkheden van Google, maar Boolean gebruiken ze maar in enkele gevallen.
Het hele artikel is te vinden op arXiv.org.

Jonge talenten

talentWie denk dat ons vak vergrijst heeft het mis. In InformatieProfessional 8 van 2013 staan 30 IP-ers onder de 30 en wat zij doen. Ook op het KNVI-congres werden zij in de track Young Talent voor het voetlicht gebracht. Wat een leuke jonge professionals heb ik daar gezien en wat een goeie dingen doen zij! Wat te denken van Anna Buijsman, die in haar uppie een groot advocatenkantoor anders laat werken. Zij bedacht de mindmap als gestructureerde samenvatting van juridische stukken. Vaak zijn dat vuistdikke rapporten waarvan je niet in één oogopslag kunt zien wat de status en inhoud ervan is. De mindmap maakt dat mogelijk en fungeert als oplegger bij het document. Juristen waren eerst huiverig, want hoe kan je nu al die lappen tekst goed samenvatten op één A4tje, maar inmiddels zijn ze zo enthousiast dat het product zelfs een naam heeft gekregen: de Boekel Mapping.  Een andere presentatie waar ik enthousiast van werd is die van Pepijn de Visscher. Hij heeft een bedrijf Ideedock, dat zich richt op kennismanagement en dan met name het in kaart brengen van expertise van medewerkers. Dat werkt nooit in systemen waarin medewerkers hun eigen expertise moeten invullen, want dat doen ze niet. Daarom bedacht Pepijn een frisse nieuwe methode: neem de vraag van een medewerker als uitgangspunt en registreer wie daarop antwoord geeft. Gewoon via een vragenprikbord op het intranet. Mensen willen elkaar graag helpen en vragen worden snel beantwoord, vaak uit onverwachte hoek. Als je dat netjes logt en metadateert dan bouw als het ware on-the-flow een expertdatabase op. En dat doet Ideedock. Goed idee!
Er waren nog vier andere goede presentaties (Jaap Mollema, Paul Goedhart, Elise Lustenhouwer en Marina Polderman). Allemaal kort, krachtig en overtuigend. Mooi werk, ware talenten! Hou ze in de smiezen, alle zes!

De presentaties van de track Young Talents staan op slideshare: http://www.slideshare.net/knviyoungtalent/

Informatievaardigheid in universiteiten: het nooit gepubliceerde artikel

katerIn een universiteitsbibliotheek leren wij onze studenten wat wetenschappelijk publiceren inhoudt. Doorzetten, niet de kop laten hangen na een afwijzing en indien mogelijk netjes de aanwijzingen opvolgen van de verschillende reviewers is ons devies. Klinkt zo eenvoudig, maar in de praktijk valt het tegen. Dat ondervonden wij aan den lijve en nu zitten we met een kater.  Dat zit zo.

Een werkgroep van het UKB heeft eind 2010 een enquête uitgevoerd naar de stand van zaken betreffende informatievaardigheid in het Nederlandse universitaire onderwijs. De resultaten van de enquête zijn in mei 2011 in een rapport bijeen gebracht. Inmiddels waren wij aan het werk gegaan om over deze enquête een artikel te schrijven. Een artikel dat we niet in een bibliotheekblad wilden publiceren, want dat vonden we teveel preken voor eigen parochie. Nee, wij wilden het artikel onder de aandacht brengen van onderwijsmanagers in het hoger onderwijs. Waarom? Omdat de resultaten van de enquête behoorlijk zorgwekkend waren:

  • Informatievaardigheid wordt niet genoemd in beleidsstukken op centraal of instellingsniveau; het komt ook niet voor in onderwijsvisies van Nederlandse universiteiten.
  • Vooral eerste – en tweedejaars studenten volgen cursussen informatievaardigheid, later in de studie is dat in het geheel niet vanzelfsprekend
  • De uren die een student gedurende de gehele opleiding besteedt aan informatievaardigheidsonderwijs zijn op één hand te tellen
  • Bij 30% van de opleidingen zijn de cursussen niet ingebed in het curriculum

Het schrijven van een artikel met een groep auteurs gaat niet snel maar in december 2011 boden we het artikel aan bij TH&MA, een tijdschrift voor onderwijsmanagers in het hoger onderwijs, precies onze doelgroep. Helaas, meteen een afwijzing. Niet getreurd, op naar het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs. In februari 2012 kregen we daarvan de eerste afwijzing, maar na wat aandringen konden we het vervolgens vier keer herschrijven, telkens met nieuwe opmerkingen en aanwijzingen. We kregen zowaar hoop, maar tenslotte werd het artikel in april 2013 definitief afgewezen.

We hebben er even over nagedacht en we kwamen erachter dat we het zonde vinden als al ons werk in de prullenbak verdwijnt. We vinden het zelf namelijk nog steeds een relevant verhaal, maar kennelijk is het toch lastiger dan we dachten om voor een ándere parochie te preken. Inmiddels is de enquête al weer een aantal jaren geleden uitgevoerd en raakt het artikel over datum.  Tijd om er iets mee te doen dus. Daarom hierbij het nooit gepubliceerde artikel. Informatievaardigheid Hoger Onderwijs 

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.