Auteursarchief:

Glimlachend blauw met een bordje

LibrarianEen opmerkelijk artikel (in print) in The Journal of Academic Librarianship! Heeft de eerste indruk die een bibliotheekmedewerker wekt invloed op het stellen van vragen aan een bibliotheekbalie? Maakt het uit hoe een bibliotheekmedewerker er uit ziet, zich gedraagt of jong, oud, man, vrouw is. Zijn klanten bij de één meer genegen om vragen te stellen en aarzelen ze bij de andere medewerker?  Die vragen zijn voorgelegd aan de hand van foto’s aan 1015 gebruikers van een universiteitsbibliotheek in de Verenigde Staten. De variabelen die werden gemeten zijn: gezichtsuitdrukking, richting van de blik, soort en kleur van de kleding. Daarnaast werd gemeten of relaties waren tussen deze variabelen en demografische gegevens als sexe, ras, leeftijd. Wat bleek:

- Een glimlach nodigt uit tot het stellen van vragen
- Iemand aankijken nodigt ook uit, en als je ergens anders naar kijkt, dan liever naar een computer dan in een boek zitten te turen
- Een naambordje werkt positief
- Mannen in pak (formele kleding) nodigen méér uit dan vrouwen in formele kleding
- Vrouwen in informele kleding nodigen méér uit dan vrouwen in formele kleding
- Van alle kleuren kleding is blauw heeft blauw de meeste voorkeur, rood schrikt af

Ik zie het niet zo gauw gebeuren dat we op basis van dit Amerikaanse onderzoek in Nederland conclusies gaan trekken ten aanzien van gedrag en kleding van bibliotheekmedewerkers. Maar het is wel goed om je te realiseren dat de eerste indruk die je wekt er werkelijk toe doet, ook in de bibliotheek.

Bonnet, J.L. & McAlexander, B. First impressions and the reference encounter. The influence of affect and clothing on librarian approachability. The Journal of Academic Librarianship (2013) In press. http://dx.doi.org/10.1016/j.acalib.2012.11.025

SURF verzet de bakens

Na de trendanalyse van de Openbare Bibliotheek (als iBook) verscheen enkele weken geleden ook de trendanalyse van de Wetenschappelijk Technische Raad van SURF met als titel “De bakens verzetten”. Ook dit rapport kan je goed digitaal lezen (alleen niet als iBook) en aan de vormgeving is zonder meer veel aandacht besteed. Inhoudelijk is het allemaal veel diepgravender dan het OB rapport. Dat mag ook wel, als je de lijst van auteurs ziet. Leuk is het hoofdstuk waarin Paul Kirschner de vloer aanveegt met een aantal nooit wetenschappelijk bewezen hypes in onderwijsland:de netgeneration, de multitaskende mens en de Googlification van het onderwijs (ze zoeken het wel op). Dit hoofdstuk bevat ook een mooi pleidooi voor informatievaardigheidsonderwijs. Helaas mist nu net in zijn literatuuropgave een aantal referenties. Spannend is het vergezicht dat John Mackenzie Owen en Leo Plugge schetsen voor wetenschappelijke bibliotheken. Of luiden zij de noodklok? De titel van dit hoofdstuk is uitdagend: De cloud ís de nieuwe universitaire bibliotheek. De combinatie van digitale informatie, gelinkte en gelikte diensten op die informatie en mobiele apparatuur om dit alles te bereiken zorgt voor een nieuw wetenschappelijk informatielandschap.  Een bibliotheek als gebouw om je informatie te halen heb je niet meer nodig. De bibliotheek wordt gevormd door een netwerk van organisaties, groepen en individuen die gezamenlijk een web van informatie en data creëren  De uitdaging voor de samenwerkende bibliotheken ligt in het organiseren en faciliteren van het gebruik van deze snel veranderende informatievoorziening. SURF ziet voor zichzelf een belangrijke rol weggelegd bij de totstandkoming van een Nederlands “knooppunt” in de cloud. Wat gaat UKB hierin betekenen? Het zijn opwindende tijden!

Trendanalyse Openbare Bibliotheken in iBook

Wat een prachtige publicatie is de Algemene Trendanalyse Openbare Bibliotheken van Trudy Raymakers! Het is uitgegeven als een iBook, dat op een geweldige manier verrijkt is met aanvullende informatie. Als je het leest op een Appeltje, kan je er filmpjes in bekijken. Boekreferenties zijn voorzien van een link naar DeBibliotheek.nl (kan je het boek aanvragen bij de OB waar je lid van bent) of naar Google Books of downloadpagina. Na één bladzijde lezen had ik een heel rijtje nieuwe boeken op mijn iBooks-plankje. Er zitten ook grafieken in die op een hele handige manier door een venstertje schuiven, kortom: aan lezen kom je in eerste instantie niet toe! Toch is ook de inhoud van het boek, zonder alle tierelantijnen, goed om eens te lezen als je geïnteresseerd bent in bibliotheken. Het is mijn domein niet, openbare bibliotheken, maar deze publicatie is interessant voor iedereen in het bibliotheekvak. Er worden trends beschreven op een groot aantal algemeen maatschappelijke gebieden waarbij aan het eind van ieder hoofdstuk de link wordt gelegd naar de (openbare) bibliotheek. Het boek eindigt met een aantal trends in openbare bibliotheken en het boekenvak, leuk om te lezen, maar aanzienlijk minder leuk verrijkt dan de andere hoofdstukken.

Het schijnt dat dit boek het begin is van een reeks over ontwikkelingen in bibliotheken. Ik ben erg benieuwd!

Het boekje is het resultaat van een in opdracht van de Brabantse Netwerk Bibliotheek uitgevoerde trendanalyse.

Jeroen van Beijnen maakte de iBook publicatie en beschrijft op Bibliotheek2.0 hoe hij dat deed.

iBook: https://www.dropbox.com/s/ss3ao8lkn6ig699/20120904%20Algemene%20Trendanalyse%20Bibliotheken.ibooks

pdf: http://www.scribd.com/doc/100898282/Algemene-Trendanalyse-Bibliotheken

Open deuren voor gasten en bewoners

Vorige maand verscheen een tussenrapportage van het OCLC/Oxford/JISC project Digital Visitors and Residents. Het project bouwt voort op een  publicatie van White en le Cornu (leden van het onderzoeksteam) uit 2011: Visitors and Residents  waarin het begrip “digital native” definitief met de grond wordt gelijk gemaakt. We spreken voortaan over digitale gasten of digitale bewoners. De gasten gebruiken internet functioneel en zijn online wanneer dat nodig is; de bewoners leven online en maken amper onderscheid tussen de echte en virtuele wereld. Sommige mensen switchen tussen Gast (in hun professionele rol) en Bewoner (privé). In dit deel van het OCLC/OXFORD/JISC onderzoek is een kleine groep jongeren (eind voortgezet onderwijs – eerste  jaar universiteit) diepgaand geinterviewd over hun omgang met informatie.

Wat blijkt:

Gemak is de belangrijkste factor in het informatiegedrag van jongeren. Google, Wikipedia en syllabi van docenten worden het meest gebruikt bij het zoeken naar informatie. Daarbij wordt opgemerkt dat Wikipedia-gebruik besmuikt wordt toegegeven; de meeste jongeren denken dat ze het niet in de onderwijsomgeving mogen gebruiken. Van Google balen ze eigenlijk wel: ze willen direct een antwoord op hun vraag, in plaats van een serie links naar websites. De jongeren realiseren zich dat ze moeite hebben met het selecteren van kwalitatief goede bronnen. Het zou ze helpen als ze zouden weten hoe de ranking van Google écht werkt. Nu gaan ze ervan uit dat de eerste resultaten ook de beste zijn. In de resultaten van de interviews wordt verder niet dieper ingegaan op het onderscheid tussen visitors en residents.

Tot nu toe levert het onderzoek voornamelijk open deuren op: de bevestiging van wat we al wisten uit de onderzoeken van het Project Information Literacy van Alison Head. Het onderzoek gaat echter voort en onderzoekt jongeren ook in latere fases van hun academische carrière. Dat zal in de toekomst ongetwijfeld interessantere resultaten opleveren.

Cursus Open access voor scholieren

Het maken van een profielwerkstuk in het voortgezet onderwijs kan gezien worden als “wetenschap in het klein”, een vingeroefening voor het grote werk op de universiteit. Toch maken leerlingen in de hogere klassen van het VWO  weinig gebruik van wetenschappelijke informatie, zoals die in open access bronnen beschikbaar is. Dat is niet zo vreemd: ze kennen deze bronnen niet. Vanuit dat idee werd de Bronnenwijzer bedacht, een webbased cursus over open access, speciaal bedoeld voor leerlingen in de hoogste klassen van het VWO. De cursus is met subsidie van Mediawijzer ontwikkeld door het ICLON, de Universitaire Bibliotheken Leiden en enkele scholen voor voortgezet onderwijs.

In de cursus leren deelnemers wat open access is, welke bronnen ze kunnen gebruiken en hoe ze de gevonden informatie volgens de regelen der kunst kunnen gebruiken.

De cursus is serieus, maar heeft een speelse opzet. Overal zitten linkjes naar filmpjes en complementaire informatie en het geheel wordt afgesloten met een quiz.

De cursus is uitgeprobeerd op ruim 80 jonge deelnemers van het Leiden Pre-University College. Dat zijn slimme jongeren, die alvast een voorproefje nemen op het universitaire onderwijs. Het lijkt erop dat deze aankomende studenten veel hebben geleerd: meer dan 90% geeft aan nu te weten wat open access is! En bijna 85% zal met open access materiaal aan de slag gaan voor het schrijven van werkstukken.

De cursus is ook uitgeprobeerd op het Wetenschapscongres van het ICLON, waar 50 jongeren deelnamen aan een workshop van 30 minuten. De workshop was gebaseerd op de Bronnenwijzer. Hun oordeel was eensluidend: een erg nuttige workshop!

Sinds juni 2012 kunnen leerlingen in het voortgezet onderwijs, 5/6 VWO, gebruik maken van de bronnenwijzer.

Achtergrondinformatie over het project is te vinden op: http://www.mediawijzer.net/projects/het-begint-bij-de-bron-fonds-mediawijzer-2011


Vogelvlucht

Vandaag rolde een OCLC onderzoek in mijn digitale brievenbus. Het betreft “Bibliotheken in Nederland: prioriteiten & perspectieven in vogelvlucht”. Het is letterlijk een  vogelvlucht, want deze ambitieuze titel wordt in 4 bladzijden slechts schematisch uitgewerkt. Het onderzoek is gedaan onder medewerkers van bibliotheken. Ik herinner me zelf ook een vragenlijst ingevuld te hebben. Er is wat raars aan de hand met dit onderzoek óf met medewerkers in academische bibliotheken. Want wat zeggen zij: “De belangrijkste reden voor voor gebruik van de bibliotheek vandaag door onderzoekers is raadplegen / lenen boeken/materialen”. Het kan zijn dat vraag is begrepen als: wat doen onderzoekers als zij de bibliotheek bezoeken. Want anders is dit toch écht een misverstand. Begin dit jaar verscheen een gedegen onderzoek van Tenopir en Volentine met als titel “UK scholarly reading and the value of library resources“. Dit onderzoek beschrijft de wijze waarop wetenschappers aan hun literatuur komen. Met stip op één staat het gebruik van e-journals en databases. En letterlijk wordt gezegd: “By contrast, the library is not the primary source for books for academic staff” (p. 4). Er worden meerdere oorzaken aangegeven, maar het is vooral dat onderzoekers boeken zélf op de plank hebben, gekocht of gekregen. Ik schreef eerder een blogpost over dit onderzoek.

Het OCLC onderzoek laat nog iets verontrustends zien. Nederlandse bibliotheekmedewerkers houden hun vakkennis vooral bij door het lezen van (papieren) vakbladen en in veel mindere mate door het bijhouden van blogs en helemaal weinig via Twitter. Nu mankeert er niet veel aan IP, maar het is beslist te weinig om op de hoogte te blijven van ontwikkelingen op ons vakgebied. Gelukkig wordt Bert Zeeman zowel op blog  als Twitter (@UbaBert) het meest gelezen. Dat is wél goed nieuws.

Een dooie mus

Nu al mijn collega’s vakantie vieren, vallen er nogal wat vergaderingen uit. Ineens is er tijd om in de wereld van e-books bij openbare bibliotheken te duiken. Een wondere wereld!

Via Bibliotheek.nl/ebooks log ik in op de streaming boeken, waardoor ik op de site van publiclibraryonline.com beland. Nu kom ik op een portaal met nogal obscure boekenplankjes. Is dit werkelijk het aanbod van de openbare bibliotheek? Het lijkt wel de leestafel in de wachtkamer van de tandarts. Een riedel new age boeken, een plankje met een wonderlijke selectie “Midden Oosten”, tien Christelijke boeken, de streekgeschiedenis van Overijssel, en vier tijdschriften, allemaal oude nummers.  En nog zo wat, ook erotisch werk dat zo populair schijnt te zijn onder ebook-lezers. Dat wat betreft het Nederlandse aanbod, Engelstalig ziet het er wat beter uit.

Technisch werkt het wel, alhoewel ik liever mijn streaming boeken op mijn ipad zou lezen. Dat kan niet, in elk geval nu nog niet. Romans lees ik niet van het computerscherm, ik heb niet voor niets een iPad. De ontsluiting kan ook beter; de boeken zijn (nog) niet te vinden via de catalogus van Bibliotheek.nl.

Dan maar naar de E-books Eregalerij. Zo’n 26 Nederlandse boeken, die je kunt downloaden in Epub-format.  Het zijn helaas erg oude boeken, weliswaar toptitels, maar ik heb Bibliotheek.nl er niet voor nodig. Via elke gratis e-bookportal zijn deze boeken te vinden. De extra informatie die per titel gegeven wordt is overigens wél leuk. Helaas ook niet opgenomen in de catalogus.

Ik weet het, het is moeilijk om als bibliotheek e-books aan te bieden. Edwin Mijnsbergen schreef daar kort geleden nog een mooie blog over.  Maar dan nog, als je dan de eerste voorzichtige stappen zet, doe het dan goed. De folder van de bibliotheek was zo veelbelovend….Ik was blij met een dooie mus.

Naschrift: Op 2 augustus maakte Bibliotheek.nl bekend dat in het najaar een promotiecampagne tbv streaming e-books wordt gestart. Deze zomer worden e-books ingekocht.

The informed researcher

Het Researcher Development Framework is kort geleden opgeleverd en biedt een schematisch overzicht van de competenties waaraan een wetenschappelijk onderzoeker moet voldoen. In mijn vorige post schreef ik hierover. Nu blijkt dat het de bedoeling is dat er op basis van dit framework specifieke onderwerpen verder worden uitgewerkt; men noemt dit een “lens”. De vijfde  lens in deze serie is informatievaardigheid. Hiervoor is het SCONUL Seven Pillars model op het framework geplakt, en is ieder kwadrant uitgewerkt in termen van informatievaardigheden. Dit vormt een handig overzicht voor mensen die onderzoekers in opleiding begeleiden vanuit de bibliotheek. Je zou het ook in een gesprek kunnen gebruiken om aankomende onderzoekers duidelijk te maken dat informatievaardigheid niet alleen in de beginfase van een onderzoek nuttig is. Informatievaardigheid als onderdeel van onderzoeksvaardigheid.
Het schema wordt begeleid door een uitgebreide  brochure ”The informed researcher” waarin ieder partje uit de kwadranten op een voor jonge onderzoekers aansprekende manier wordt beschreven. Zo is de laatste paragraaf getiteld “Am I famous yet?” en hierin wordt ingegaan op de betekenis van de H-index.

Reaching researchers: LILAC 2012

Een aantal presentaties ging over de manier waarop de bibliotheek ondersteuning biedt aan onderzoekers. Uit de presentaties bleek dat je creatief moet zijn om onderzoekers te bereiken, want ze hebben op de eerste plaats geen tijd en op de tweede plaats denken ze vaak dat ze alles op het gebied van informatievaardigheid al weten. Dat is niet het geval, dat bleek al in 2008 in het RIN rapport Mind the skills gapOok in het recente RIN rapport The role of research supervisors in information literacy wordt dit beeld bevestigd.

De Graduate School van de University of Liverpool heeft een framework voor de opleiding van onderzoekers ontwikkeld waarin informatievaardigheid geintegreerd is opgenomen.  Uiteraard is dit framework een wiel!

Vanuit de bibliotheek in Liverpool worden ‘events’ voor onderzoekers georganiseerd, bijvoorbeeld lunch bijeenkomsten over de manier hoe je er het beste voor kunt zorgen dat je als auteur goed scoort, wat citatie-analyses zijn, wat impactfactoren betekenen.  Andere onderwerpen die aan bod komen zijn twitter voor onderzoekers, gebruiken van advanced zoeken in Google, hoe werkt de university press, werken met Endnote. Het zijn typisch onderwerpen die  onderzoekers aanspreken en ze worden met opzet niet in de vorm van een cursus gegoten.

Een vorm waarbij studenten al vroeg bekend worden gemaakt met wetenschappelijk publiceren is ontwikkeld in St Andrews University. Zij hebben een peer reviewed e-journal gelanceerd, waarin tweedejaars studenten publiceren. Het gaat om het tijdschrift Ethnographic Encounters, dat via de software Open Journals System is ontwikkeld.

Meer informatie over bibliotheek support voor onderzoekers is te vinden in:

OCLC: A slice of research life: information support for research in the United States
RLUK: Re-skilling for research

Over pizza’s en wielen: frameworks op LILAC12

In Groot-Brittannie is nagedacht over de herziening van het concept “Informatievaardigheid”. Belangrijkste bezwaar tegen de bestaande concepten is het feit dat deze bijna allemaal lineair zijn, terwijl informatievaardigheid als een iteratief (en cyclisch) proces wordt beschouwd. Bovendien zijn de “oude”  concepten teveel bibliotheekgericht en wil men in de herijking van het begrip de student en haar leerervaring centraal plaatsen. Dit heeft geleid tot twee nieuwe schema’s.

Sconul (de Britse UKB) werkte altijd al met de seven pillars of information literacy; die zijn nu ondergebracht in wiel.

In Cambridge is een soort karrenwiel ontwikkeld: ANCIL.

Met name in deze benadering zie je dat de student centraal is geplaatst en dat informatievaardigheid geintegreerd is in andere vaardigheden, zoals leren leren. Het model staat ook bekend als ANCIL: a new curriculum in information literacy. In een video vertellen betrokkenen wat ANCIL is en hoe het gebruikt kan worden in het onderwijs.
Beide modellen zijn bruikbaar om in gesprek met docenten de integratie van informatievaardigheid in het onderwijs te bespreken.

Veel mensen gebruiken inmiddels de metafoor Pizza voor deze wielen: er kunnen op maat punten uit gesneden worden, en die kunnen voorzien worden van een topping naar keuze. Zoals dat dan gaat tijdens een congres heb ik meerdere plaatjes van pizza’s de revue zien passeren. Tijdens het congres begreep ik dat ook de ACRL bezig is om haar standard te moderniseren. Zal het een wiel worden?

Sconul achtergrond publicatie: http://www.sconul.ac.uk/groups/information_literacy/publications/researchlens.pdf
Cambridge achtergrond: http://newcurriculum.wordpress.com/

Volg

Get every new post delivered to your Inbox.