Auteursarchief: annekedirkx

ACRL normen herzien (3)

 

banner_updateZoals al aangekondigd was, is een dezer dagen deel 2 van het concept Framework for Information Literacy in Higher Education verschenen.  Dit document bevat twee nieuwe Threshold Concepts:

- Authority is constructed and contextual
- Searching is strategic

Per concept wordt volgens een vast sjabloon een aantal onderwerpen verder uitgewerkt. Naast een uitvoerige beschrijving van het concept worden ook competenties, leerdoelen, self-assessments en toetsingsmogelijkheden weergegeven. Ook dit concept kan worden becommentarieerd en er is al weer een sessie in Second Life belegd. Ik ben erg benieuwd naar de reacties op deze twee concepten, die toch iets concreter zijn dan de voorgaande drie (Draft deel 1). Al met al valt er over de definitieve vorm van het Framework nog niet veel te zeggen. In juni wordt een nieuwe draft gepubliceerd, mogelijk met nog 1 of meerdere conceptbeschrijvingen. Ik blijf daarom nog een tijdje op het vinkentouw.

 

 

 

 

 

ACRL normen herzien (2)

banner_updateFramework
De normen gaan de prullenbak in, het nieuwe adagium is een framework. Hoe het framework opgebouwd wordt is nog onduidelijk, dat zien we pas in deel 2. Op dit moment is alleen nog het concept van deel 1 beschikbaar.
Het framework wordt gebaseerd op 6 threshold concepten. Dat is een in Nederland onbekend onderwijskundig begrip. Omdat Carol Kulthau (Seeking Meaning) ook meewerkt aan de herziening denk ik dat threshold concepten een relatie hebben met de door haar beschreven bottlenecks in het informatieproces waar studenten in vastlopen. De worsteling die volgt en het uiteindelijke besef hoe dingen werken leiden tot een belangrijke leerervaring. In de draft worden thresholds als volgt beschreven: “Threshold concepts are those challenging “gateway” or portal concepts through which students must pass in order to develop genuine expertise within a discipline, profession, or knowledge domain.”
Definitie
Er verandert veel.  Er is een hele nieuwe definitie van informatievaardigheid geschreven:
Information literacy combines a repertoire of abilities, practices, and dispositions focused on expanding one’s understanding of the information ecosystem, with the proficiencies of finding, using and analyzing information, scholarship, and data to answer questions, develop new ones, and create new knowledge, through ethical participation in communities of learning and scholarship.”
Deze definitie geeft beter dan de oude weer dat informatievaardigheid een bijna holistisch, geïntegreerd proces is, dat niet op zichzelf staat, maar een onderdeel vormt van (academische) onderzoeksvaardigheden. Het is wel jammer dat het voorbij gaat aan het idee dat je informatievaardigheid ook nodig hebt om je in het dagelijks leven staande te houden, als burger of consument. 

De eerste drie concepten

1. Scholarship is a conversation: wetenschap doe  je niet in je eentje, je vormt een deel van een gemeenschap en kennis ontwikkelt zich in dialoog binnen die gemeenschap.
2. Research as inquiry,  onderzoek is een iteratief proces, waarbij antwoorden nieuwe vragen oproepen.
3. Format as proces, de waarde van informatie is belangrijker dan de vorm of verpakking.
Deze concepten worden uitgebreid beschreven; daarnaast worden per concept leerdoelen, competenties, self-assessment tips en mogelijke toetsingsvormen aangegeven.
 
Amerikaanse bloggers hebben al uitgebreid gereageerd op deze draft. Barbara Fisher (Library Babel Fish) geeft niet alleen een reactie, maar ook een overzicht van andere blogs. Over het algemeen is men tevreden met de bredere en meer holistische insteek van het framework. Toch is er ook kritiek, met name op het gebruik van jargon en de ingewikkelde beschrijving van de concepten.

In
 Nederland? 
Moeten we opnieuw aan het vertalen slaan? Ik weet het niet. Eerst maar eens deel 2 afwachten en kijken wat we van het complete voorstel vinden. Vooralsnog ben ik enthousiaster over het Researcher Development Framework en de Information Literacy Lens die daarbij ontwikkeld is. Omdat hierbij niet uitgegaan wordt van een framework dat door de bibliotheek wordt ontwikkeld, maar uitgegaan wordt van de gewenste competenties van onderzoekers. De taal van de onderzoeker is leidend en wordt in gesprekken met onderwijs meteen herkend. Dat maakt integratie in het curriculum beslist eenvoudiger. Daarom hebben de UKB-bibliotheken ook afgesproken dat zij dit framework gaan hanteren.

ACRL normen herzien (1)

banner_updateDe ACRL normen zijn een begrip in informatievaardighedenland. De amerikaanse standards zijn door de ACRL in 2000 geaccepteerd. In 2004 is de basistekst door enkele enthousiaste Nederlanders vertaald en gepubliceerd in het boek van Albert Boekhorst “Informatievaardigheden”. In 2009 bracht het LOOWI een brochure uit met deze  vertaling. Inmiddels zijn ze dus 14 jaar oud en aan herziening of vervanging toe.
Waarom?
1. De normen sluiten niet meer aan bij de Amerikaanse onderwijspraktijk: leren samenwerken, samenwerkend leren en deelnemen in onderzoek zijn de belangrijkste veranderingen in de afgelopen jaren.
2. De normen zijn ook inhoudelijk verouderd en niet toereikend voor de hedendaagse wetenschappelijke communicatie, waarbij de rol en het gebruik van social media gemist werden. Ook zijn de huidige normen sterk op tekst gericht, te weinig op de diverse verschijningsvormen van informatie.
3. De normen worden ook als verouderd ervaren doordat ze niet gericht zijn op de integrale knowledge circle, maar gefragmenteerd aspecten daarvan benadrukken.
4. Het beoogde doel, integratie van informatievaardigheid in het curriculum, was met de normen in de hand moeilijk realiseerbaar, zowel door inhoud als door het gebruikte bibliotheekjargon.
De normen verdwijnen, het framework komt eraan!
Het proces.
Het herzieningsproces loopt al een tijdje, in 2012 werd daarvoor het startschot gegeven. Nu, bijna 2 jaar later is het eerste concept voorgelegd aan de internationale infolit gemeenschap. Dat betreft deel 1, met daarin de achtergrond en enkele kernbegrippen. Deel 2 wordt in april verwacht. Men streeft naar definitieve vaststelling in september 2014. Het proces wordt begeleid door een heel pakket met informatie en discussies. Er is een website, er zijn bijeenkomsten, videoconferences, een bijeenkomst in Second Life (ja heus) en een speciale editie van het tijdschrift Communications in information literacy. Dit themanummer, vrij toegankelijk en zeer de moeite waard. Draft (1) is vrij toegankelijk. Iedereen is uitgenodigd om feedback in te sturen naar de ACRL.In een volgende blogpost zal ik ingaan op de inhoud van de draft.

Geesteswetenschappelijk googelen

gemak“Just Google it”. Dat is de kernachtige samenvatting die Max Kemman geeft van zijn onderzoek onder bijna  300 Nederlandse geesteswetenschappers. Kemman toont overtuigend aan dat Google-producten veruit het meest populair bij hen zijn. Wat zoeken geesteswetenschappers? Artikelen, afbeeldingen, audio en video. Waar zoeken ze dat? Op Google, Google Scholar, Google afbeeldingen en YouTube. Allemaal producten uit de Google-stal dus. Belangrijke bronnen als Europeana en andere vakspecifieke databases zijn vaak onbekend en worden amper gebruikt. Overigens is JSTOR wél populair bij de onderzoekers; dat JSTOR vaak niet de recente jaargangen ontsluit is kennelijk geen probleem. Het gemak wint. Google zoekt handig en je vindt veel en JSTOR biedt snel toegang tot fulltext.  Deze resultaten komen overeen met een eerder onderzoek van  Connaway: gemak is de belangrijkste motivatie is om te kiezen voor Google. Het is opvallend dat de onderzoekers zich zeer wel bewust zijn van de nadelen van Google; ze weten dat ze in een “black box” zoeken en dat je niet weet hoe de ranking tot stand komt. Daar stappen ze dus nogal gemakkelijk overheen. Kemman bracht ook in kaart welke zoektechnieken gebruikt worden. Gelukkig blijken nogal wat onderzoekers gebruik te maken van de advanced mogelijkheden van Google, maar Boolean gebruiken ze maar in enkele gevallen.
Het hele artikel is te vinden op arXiv.org.

Jonge talenten

talentWie denk dat ons vak vergrijst heeft het mis. In InformatieProfessional 8 van 2013 staan 30 IP-ers onder de 30 en wat zij doen. Ook op het KNVI-congres werden zij in de track Young Talent voor het voetlicht gebracht. Wat een leuke jonge professionals heb ik daar gezien en wat een goeie dingen doen zij! Wat te denken van Anna Buijsman, die in haar uppie een groot advocatenkantoor anders laat werken. Zij bedacht de mindmap als gestructureerde samenvatting van juridische stukken. Vaak zijn dat vuistdikke rapporten waarvan je niet in één oogopslag kunt zien wat de status en inhoud ervan is. De mindmap maakt dat mogelijk en fungeert als oplegger bij het document. Juristen waren eerst huiverig, want hoe kan je nu al die lappen tekst goed samenvatten op één A4tje, maar inmiddels zijn ze zo enthousiast dat het product zelfs een naam heeft gekregen: de Boekel Mapping.  Een andere presentatie waar ik enthousiast van werd is die van Pepijn de Visscher. Hij heeft een bedrijf Ideedock, dat zich richt op kennismanagement en dan met name het in kaart brengen van expertise van medewerkers. Dat werkt nooit in systemen waarin medewerkers hun eigen expertise moeten invullen, want dat doen ze niet. Daarom bedacht Pepijn een frisse nieuwe methode: neem de vraag van een medewerker als uitgangspunt en registreer wie daarop antwoord geeft. Gewoon via een vragenprikbord op het intranet. Mensen willen elkaar graag helpen en vragen worden snel beantwoord, vaak uit onverwachte hoek. Als je dat netjes logt en metadateert dan bouw als het ware on-the-flow een expertdatabase op. En dat doet Ideedock. Goed idee!
Er waren nog vier andere goede presentaties (Jaap Mollema, Paul Goedhart, Elise Lustenhouwer en Marina Polderman). Allemaal kort, krachtig en overtuigend. Mooi werk, ware talenten! Hou ze in de smiezen, alle zes!

De presentaties van de track Young Talents staan op slideshare: http://www.slideshare.net/knviyoungtalent/

Informatievaardigheid in universiteiten: het nooit gepubliceerde artikel

katerIn een universiteitsbibliotheek leren wij onze studenten wat wetenschappelijk publiceren inhoudt. Doorzetten, niet de kop laten hangen na een afwijzing en indien mogelijk netjes de aanwijzingen opvolgen van de verschillende reviewers is ons devies. Klinkt zo eenvoudig, maar in de praktijk valt het tegen. Dat ondervonden wij aan den lijve en nu zitten we met een kater.  Dat zit zo.

Een werkgroep van het UKB heeft eind 2010 een enquête uitgevoerd naar de stand van zaken betreffende informatievaardigheid in het Nederlandse universitaire onderwijs. De resultaten van de enquête zijn in mei 2011 in een rapport bijeen gebracht. Inmiddels waren wij aan het werk gegaan om over deze enquête een artikel te schrijven. Een artikel dat we niet in een bibliotheekblad wilden publiceren, want dat vonden we teveel preken voor eigen parochie. Nee, wij wilden het artikel onder de aandacht brengen van onderwijsmanagers in het hoger onderwijs. Waarom? Omdat de resultaten van de enquête behoorlijk zorgwekkend waren:

  • Informatievaardigheid wordt niet genoemd in beleidsstukken op centraal of instellingsniveau; het komt ook niet voor in onderwijsvisies van Nederlandse universiteiten.
  • Vooral eerste – en tweedejaars studenten volgen cursussen informatievaardigheid, later in de studie is dat in het geheel niet vanzelfsprekend
  • De uren die een student gedurende de gehele opleiding besteedt aan informatievaardigheidsonderwijs zijn op één hand te tellen
  • Bij 30% van de opleidingen zijn de cursussen niet ingebed in het curriculum

Het schrijven van een artikel met een groep auteurs gaat niet snel maar in december 2011 boden we het artikel aan bij TH&MA, een tijdschrift voor onderwijsmanagers in het hoger onderwijs, precies onze doelgroep. Helaas, meteen een afwijzing. Niet getreurd, op naar het Tijdschrift voor Hoger Onderwijs. In februari 2012 kregen we daarvan de eerste afwijzing, maar na wat aandringen konden we het vervolgens vier keer herschrijven, telkens met nieuwe opmerkingen en aanwijzingen. We kregen zowaar hoop, maar tenslotte werd het artikel in april 2013 definitief afgewezen.

We hebben er even over nagedacht en we kwamen erachter dat we het zonde vinden als al ons werk in de prullenbak verdwijnt. We vinden het zelf namelijk nog steeds een relevant verhaal, maar kennelijk is het toch lastiger dan we dachten om voor een ándere parochie te preken. Inmiddels is de enquête al weer een aantal jaren geleden uitgevoerd en raakt het artikel over datum.  Tijd om er iets mee te doen dus. Daarom hierbij het nooit gepubliceerde artikel. Informatievaardigheid Hoger Onderwijs 

Waardeloos?! (York 5)

directional-valueWat is de bijdrage van de bibliotheek aan de missie van de universiteit? Dat is de vraag die centraal moet staan als we het hebben over “value“. Traditioneel hielden bibliotheken zich vooral bezig met het in kaart brengen van de eigen prestaties: hoe groot is de collectie, hoe vaak wordt die geraadpleegd, wat is de doorloopsnelheid van het catalogiseren etc. Dat zijn intern gerichte indicatoren. Niet onbelangrijk, maar als het om value gaat zijn het niet de meest voor de hand liggende grootheden. Dan komen er andere vragen op.  Want hoe verbind je de doelen van de universiteit met de producten en diensten die de bibliotheek levert. En hoe maak je dat vervolgens meetbaar? In mijn vorige post schreef ik al over impact, het (vermeende) effect van bibliotheekgebruik op studieresultaat. Als je dat écht kunt meten, dan heb je één van de indicatoren die value operationaliseren te pakken. Vooralsnog wordt er nog flink geworsteld om dit onderwerp systematisch aan te pakken. De benadering vanuit de financiële hoek (Return on Investment)  is langzamerhand verlaten. Vorig congres sprak Carol Tenopir nog over verschillende ROI benaderingen, maar daar heb ik nu niets meer over gehoord. Het project van Tenopir gaat overigens nog steeds voort en het project LibValue is breder dan alleen ROI; je kunt hen volgen op hun website.

Het belangrijkste overzicht van alles wat met value te maken heeft is van de hand van de Megan Oakleaf, het Value of Academic Libraries Report (ACRL, 2010). In het kielzog van dit rapport verscheen ook een toolkit met allerlei handige links.

Een team van de University of Loughborough onderzocht wat de resultaten waren van een 8-tal value-projecten in UK, de VS en Scandinavië. Nogal teleurstellend: …no systematic evidence of the value of academic libraries for teaching and research staff. Behoorlijk waardeloos eigenlijk, in allerlei opzichten. Overigens geven ze aan dat dit vermoedelijk mede veroorzaakt wordt door het gegeven dat de wetenschappers en docenten té weinig bekend waren met de diensten van de bibliotheek. Beter communiceren dus! En het bewijst ook dat de methodieken om value aan te tonen nog niet voldoende ontwikkeld zijn (hoop ik).

De University of Washington laat op haar website zien wat volgens hen de bijdrage is van de bibliotheek aan onderwijs en onderzoek.

Een actuele bibliografie over dit onderwerp is te vinden op de website van Tenopir.

 

Impactonderzoek (York 4)

effectEen belangrijk thema van het congres is “value and impact“. Lastig te vertalen; impact is effect, maar wat te doen met value? Je kunt dat letterlijk vertalen met “waarde”, maar dat heeft zo’n financiële bijklank.  En bij “meerwaarde” lijkt het dat het iets extra’s is, waar je ook zonder zou kunnen. Als je ziet hoe het gebruikt wordt in deze context dan vertaal ik het liever als “Bijdrage”. Wat en hoe draagt de bibliotheek bij aan de verwezenlijking van de doelen van de universiteit? Dat is de kern waar het om draait. Feitelijk komen hierbij performance indicators, statistieken van bibliotheek én universiteit en gebruikersonderzoeken samen.

Laten we het onderwerp even voor het gemak splitsen. Ik begin met impactstudies. Het gaat dan vaak om onderzoek naar het effect van bibliotheekgebruik op studiesucces (hoogte van de cijfers, studievertraging, uitval). De bijdrage die de bibliotheek levert aan leren. Ik heb er al eens over geschreven maar ik som ze hier de bekendste op:

Library Data and Study Success, University of Minnisota
Library Cube van de University of Wollongong (recent nog in het nieuws, zie mijn blogje hierover)
Wong, Shun Han Rebekah and T.D. Webb (2011) “Uncovering Meaningful Correlation between Student Academic Performance and Library Material Usage.” College and Research Libraries , july
Library Impact Data Project van een aantal Britse universiteiten, onder andere de University of Huddersfield. Dit project is inmiddels afgesloten maar de resultaten worden verder gebracht in nieuw project waar onder andere JISC bij betrokken is: LAMPThe project will be developing a prototype shared library analytics service for UK academic libraries. Initially this is being envisioned as a kind of data dashboard, bringing together disparate data sets and visualising them in an attractive and meaningful way. Dat zou je in Nederland toch ook willen? UKB, doe je best!

Er zijn ook andere impactonderzoeken, bijvoorbeeld naar het Effect van liaison librarians, University of Loughborough. Veel meer projecten en onderzoeken zijn te vinden in een bibliografie samengesteld door Roswita Poll. Zij werkt ook aan een ISO norm op dit gebied (al jaren, naar verwachting is het project begin 2014 afgerond).

Jammer genoeg is er nog steeds geen onderzoek waaruit blijkt dat bibliotheekgebruik daadwerkelijk leidt tot betere studieresultaten. Ook Margie Jantti van Wollongong kon mij hier verder niets nieuws over melden.

Kwaliteitssystemen (York 3)

klantKwaliteitsmodellen kwamen ook langs op het congres in York. Kenmerkend voor al deze presentaties was de focus op de klant.
De bibliotheek van de Universiteit van Sunderland heeft haar klanten actief betrokken bij het opstellen van de kwaliteitscriteria die zij hanteert. Zij hebben deze normen vertaald in klantgerichte “quality promises” en die gepubliceerd op hun website. Dat hebben zij gedaan met behulp van een 7 stappen marketingstrategie die in Sunderland is uitgedacht: How do you like your eggs in the morning? Dit heeft geleid tot een aantal vrolijke campagnes op een groot aantal sociale media. De bibliotheek zoekt voortdurend actief het gesprek met haar klanten en gebruikt daarvoor allerhande methoden. Op die manier proberen zij de vraag van de klant te verbinden met het aanbod van de bibliotheek. De presentatie van Sunderland staat al online.
Ook andere, bij ons wat minder bekende, kwaliteitssystemen stellen de klant centraal. Het bleek dat verschillende bibliotheken werken met het Customer Service Excellence methode. Een belangrijk criterium in dit model is de mate van klantgerichtheid van je organisatie. Je kunt een certificaat krijgen, vergelijkbaar met een ISO certificering. De methode doet denken aan de EFQM methodiek, waarbij je jouw organisatie kunt inschalen ten aanzien van het bereikte niveau van kwaliteitsmanagement.
Een ander instrument waarmee je jouw bibliotheek kunt inschalen wordt ontwikkeld door Frankie Wilson van de Bodleian Library. Haar self assessment vragenlijst is gebaseerd op het Quality Maturity Model en richt zich vooral op de cultuur van de organisatie en de wijze waarop de focus op de klant wordt vormgegeven. De vragen die zij als voorbeeld voorlegde zorgden voor veel hilariteit in de zaal. Het invullen van die vragenlijst (wordt binnenkort gratis beschikbaar gesteld) zal niet snel ervaren worden als een straf. Het invullen zal bovendien leiden tot een groter klantbewustzijn van de medewerkers.

Lijpkwal (York 2)

libqual plaatjeDe LibQual gemeenschap is goed vertegenwoordigd op het congres. Het is een hechte club, men kent elkaar al jaren en citeert veelvuldig uit elkaars werk. Dat roept soms ergernis op. Ook dit jaar begon het congres met een “workshop” van LibQual (ze zeggen zelf lijpkwal). Eigenlijk helemaal geen workshop, maar twee uitvoerige presentaties en een vragenrondje. Echter, nu wij in Leiden ook “into” LibQual zijn sprak deze ochtend me toch wel aan. Ook in andere presentaties kwam LibQual nog al eens ter sprake, omdat het door veel Engelse en Amerikaanse bibliotheken wordt gebruikt ten behoeve van gebruikersonderzoek. Ik weet het, er is veel over te zeggen, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn en het is in ieder geval niet het enige middel dat je moet gebruiken om de ervaringen van klanten in kaart te brengen, maar het levert toch veel kwalitatieve informatie op waar je wat mee kunt doen. In Leiden hielden we eind 2012 het LibQual Lite survey en hadden we een respons van bijna 20%, inclusief ruim 1400 open commentaren. Een aantal verbeteringen is reeds in gang gezet en andere wat grotere projecten volgen nog. Zoals een aantal sprekers benadrukten: je kunt LibQual gebruiken om veranderingen teweeg te brengen, verbeterprocessen te starten en kwaliteitsbewustzijn van medewerkers te vergroten.
Een Utrechtse collega, Anne van Weerden, presenteerde een statistisch doorwrocht betoog, met voor mij als belangrijkste conclusie dat respondenten die ontevreden zijn over de dienstverlening door medewerkers ook ontevreden scoren op alle andere aspecten van het survey. Het vergroten van de tevredenheid over de directe dienstverlening biedt dus de kans om de tevredenheid in het algemeen te vergroten.

In Libqual termen ziet de radar er dan zo uit:
LibQual van Weerden

Nog een paar andere observaties:
Analyse van alle LibQual-surveys over de jaren heen maakt duidelijk dat de tevredenheid van wetenschappers en docenten over de tijdschriftcollecties (paper en e-journals) (IC8) dalende is. In Leiden schrokken we daar van, maar het blijkt bij alle deelnemers het geval te zijn. Iedereen was het erover eens; dat gaat nog erger worden met alle bezuinigingen én de stijgende abonnementskosten. Het managen van de verwachtingen van onze klanten is ongeveer het enige wat we eraan kunnen doen.

Een analyse van een aantal bibliotheken die de afgelopen jaren een vooruitgang hebben geboekt op het gebied van “quiet space for individual work” (LP2) bracht aan het licht dat deze bibliotheken actief hebben gewerkt aan het geluidsprobleem. Een aantal oplossingen passeerden de revue: zonering van ruimtes, extra groepswerkplekken, en voor mij nieuw: “Noise patrollers”, medewerkers die al ssttt roepend door de ruimtes gaan!

Voor gebruikers van LibQual was er goed nieuws: begin 2014 komt ook de mobiele versie van de survey beschikbaar.

Voor hen die LibQual helemaal niet zien zitten: er is een alternatief instrument: MISO. Het richt zich op zowel de bibliotheek als IT-voorzieningen, wat klanten gemiddeld genomen toch al op één hoop gooien. Ik ken dit niet en zie nog geen Nederlandse deelnemers op hun website. Een recent artikel van Allen en anderen (2013) in Evidence based library & information practice beschrijft trends op basis van samengevoegde resultaten van een groot aantal MISO surveys. Een groot verschil met de trends die door Martha Kyrillidou op basis van een enorme bulk aan LibQual surveys wordt aangegeven is echter niet te vinden. Wel valt me op dat in MISO aangegeven moet worden hoe vaak gebruik gemaakt wordt van bibiotheekwebsite, catalogus en databases. Uit eigen ervaring weet ik dat onze klanten er grote moeite mee hebben om dit onderscheid te maken, zeker nu de discovery tools het onderscheid tussen catalogus en databases doen vervagen.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.