Literatuurlijsten en informatievaardigheid: LILAC 2012
Afgelopen week was ik aanwezig bij het LILAC 2012 congres in Glasgow. Hier werd een aantal presentaties gegeven over de relatie tussen literatuurlijsten en informatievaardigheid. Een intrigerend onderwerp! In de presentatie “How can reading lists be effective information literacy tools?” bespraken medewerkers van de Robert Gordon University hoe zij verbanden gelegd hebben tussen literatuurlijsten en de information literacy skills van CILIP. Hun conclusies:
Alle lijsten hebben invloed op:
- besef dat je informatie nodig hebt
- bewustwording dat er meerdere bronnen beschikbaar zijn
- zoeken naar informatie in de catalogus en andere bestanden
Sommige lijsten hebben invloed op:
- evalueren van de resultaten
- verwerken van de informatie
Vrijwel nooit hebben lijsten invloed op:
- integer omgaan met informatie
- delen van informatie
- managen van informatie
Interessant is de gedachte dat je literatuurlijsten expliciet kunt richten op het informatievaardiger maken van studenten. Daartoe kan je bijvoorbeeld de taakgerichte opdrachten in de lijst invoegen, zoals een zoekopdracht in een database. Ook kan je verschillende soorten informatiebronnen opnemen in een lijst, en niet alleen boeken. Verder is het goed om rekening te houden met het niveau van de studenten: beginners kan je wat meer hulp bieden dan bijna afgestudeerden. Volgens de sprekers bestaat een goede bronnenlijst uit een structuur (verplicht, aanbevolen..), korte annotaties en een selectie van diverse bronnen (boeken, artikelen, video, etc). Bovendien is een goede lijst alleen maar goed als de bibliotheek de lijst ook kent! De sprekers pleitten voor sjablonen of checklists tbv het maken van literatuurlijsten.
Een andere presentatie sloot mooi aan op de vorige: Reading lists- time for a reality check? door medewerkers van de University of Northampton. Zij onderzochten de kwaliteit van literatuurlijsten: schrikbarend! Maar liefst 42% van de referenties was onjuist, 23% van de referenties betrof verouderde boeken, 97% van de e-books werd als gedrukt boek opgegeven en 73% bestond uit boeken terwijl docenten aangaven dat studenten zo weinig artikelen lazen. Kortom: het was duidelijk dat docenten geen prioriteit geven aan het maken van goede literatuurlijsten. Om de docenten te helpen de kwaliteit van de lijsten te verbeteren hebben ze een checklist gemaakt, waarbij ze erop aandringen dat docenten gebruik maken van de verplichte referentiestijl van de universiteit (Harvard style). Ook hebben ze een aantal voorbeeldlijsten gemaakt.
Op een vraag van mij naar het gebruik van readers in het onderwijs schoot men in de lach: die worden niet meer gemaakt. De meeste bibliotheken maken gebruik van speciale software voor het aanbieden van literatuurlijsten in de digitale leeromgeving. Bovendien worden readers gezien als tamelijk dodelijk voor het aanleren van informatievaardigheid.
Achtergrondliteratuur: Stokes, P., and Martin, L., (2008). Reading lists: a study of student and tutor perceptions, expectations, and realities. Studies in higher education, 33(2), pp. 113-125
Martin, L. and Stokes, P. (2006) Reading lists under the spotlight: Cinderella or superstar? SCONUL Focus. 37 (Spring), 33-36.
Posted on 16/04/2012, in Congresverslagen, Informatievaardigheid. Bookmark the permalink. 1 reactie.
mocht ik nog in een HBO blbiotheek werken dan haal ik uit dit stuk dus 2 dingen. A) stoppen met syllabi (zijn we ook gelijk af met dat onzinnige St. Pro-gedoe af) en B) maken van checklisten/sjablonen om docenten goede literatuurlijsten te laten maken.
Daar zouden zowel managers als docenten toch blij van moeten worden?